Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Vanaf september zoeken Aziatische en groene stinkwantsen beschutte plekken in en rond gebouwen. De bruingemarmerde schildwants, sinds 2018 ook in Nederland gezien, maakt die herfsttrek extra relevant voor huizen én landbouw.
Palomena prasina, de groene stinkwants, is onschuldig, heel anders dan zijn aziatische soortgenoot, Halyomorpha halys. Foto: iStock – DE1967
Op een koele herfstavond duikt er ineens een schildvormig beestje op bij het raamkozijn, op zolder of tussen de gordijnen. Zodra de temperatuur zakt, gaan stinkwantsen in diapauze en zoeken ze warme, beschutte kieren en holtes om maandenlang te overwinteren. Voor de groene stinkwants is dat vertrouwd herfstgedrag, maar de Aziatische stinkwants, Halyomorpha halys, maakt het extra beladen: deze invasieve soort werd in 2018 voor het eerst in Limburg aangetroffen en eet van zo’n 170 plantensoorten, waaronder landbouwgewassen.
In de spouwmuur wacht de winter
Een huis biedt veel meer schuilplekken dan alleen de woonkamer. Stinkwantsen verdwijnen aan het eind van de herfst ook in spouwmuren, op zolders, onder bladafval en in stapels hout. Daar blijven ze maandenlang vrijwel stil zitten, tot de temperatuur in het voorjaar weer oploopt.
De groene stinkwants, Palomena prasina, leeft in lente en zomer buiten op bladeren, bloemen en vruchten. Zie je hem binnen, dan is dat meestal geen teken dat hij zich in huis voortplant. Hij zoekt er alleen een plek om de winter door te komen.
Wie een wants aantreft, kan hem het best voorzichtig naar buiten zetten. Pletten is juist onhandig: dan komt de bekende, doordringende geur vrij waarmee schildwantsen zich verdedigen.
De opmars ging in Nederland snel
Een nimf van de Aziatische stinkwants (Halyomorpha halys) op een bladerplant, gefotografeerd in een laboratorium. Beeld: Yerpo, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons.
De bruingemarmerde schildwants komt oorspronkelijk uit China, Japan, Korea en andere delen van Azië. Buiten dat gebied dook hij al in 1998 op in Allentown, in de Amerikaanse staat Pennsylvania, waar het eerste exemplaar werd aangetroffen.
In Nederland vond onderzoeker Karin Winkler van Wageningen University & Research de eerste exemplaren in Limburg in 2018. In 2020 waren er meer waarnemingen dan in de twee jaren ervoor samen, een teken dat de soort zich hier aan het vestigen was.
Ook net over de grens is die groei zichtbaar. In België werden vorig jaar 523 waarnemingen gemeld, ruim twee keer zoveel als het jaar ervoor. De soort was daar in 2017 voor het eerst vastgesteld in een tuin in Sint-Niklaas.
Voor fruitteelt kan deze wants flink zuur uitpakken
De Aziatische stinkwants is geen kieskeurige eter. Nimfen, de jonge wantsen zonder volgroeide vleugels, en volwassen dieren voeden zich met ongeveer 170 plantensoorten, waaronder veel landbouwgewassen.
De schade is elders al goed zichtbaar geweest. In het oosten van de Verenigde Staten groeide de soort in 2010 en 2011 uit tot een plaag in boomgaarden. Telers kregen te maken met aangetast fruit.
Ten zuiden van de Alpen liep de schade nog verder op. De Italiaanse regio Friuli-Venezia Giulia trok vanaf 2017 3,5 miljoen euro uit om fruittelers te compenseren voor verloren oogsten tot 2020.
- De wants tast onder meer fruit en andere geteelde planten aan.
- Chemische én natuurvriendelijke bestrijding werken maar beperkt.
- Vroege waarnemingen zijn daarom belangrijk voor telers en onderzoekers.
Mildere winters geven de soort meer kansen
De bruingemarmerde schildwants houdt niet van strenge kou en heeft naast warmte ook water nodig om te overleven. Huizen zijn daardoor aantrekkelijke overwinteringsplekken, zeker als er kieren, holtes en vochtige plekken zijn.
Klimaatverandering helpt de verspreiding naar Noord-Europa mee. Daarnaast reizen dieren soms onbedoeld met vakantiegangers mee, bijvoorbeeld in bagage of voertuigen. Zo kan een soort zich verplaatsen zonder zelf grote afstanden te hoeven vliegen.
Goed om te weten
Wageningen University & Research riep het publiek op om bruingemarmerde stinkwantsen te melden. Zo ontstaat een beter beeld van de verspreiding in Nederland.
Voor bewoners is het vooral een kwestie van buiten houden: controleer raamkozijnen, deuren en andere naden voordat de herfst echt inzet. Voor de landbouw gaat het om iets groters, want de soort is lastig te bestrijden zodra zij eenmaal in een gebied zit.
Over het onderzoek
Wageningen University & Research volgt de verspreiding van Halyomorpha halys in Nederland samen met het publiek. Meldingen helpen onderzoeker Karin Winkler en haar collega’s onderscheiden waar losse meelifters opduiken en waar zich mogelijk een blijvende populatie vormt.
De komende herfst blijft dat tellen dus doorgaan. Vooral meldingen uit nieuwe gebieden, zoals eerder al gebeurde in Limburg en in het Belgische Sint-Niklaas, kunnen laten zien hoe ver de soort inmiddels is opgerukt.
