Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
In de nacht van 21 augustus 1986 verstikte een CO2-wolk 1.746 mensen rond het Nyosmeer in Kameroen. Veertig jaar later moet een systeem van ontgassingsbuizen voorkomen dat het kratermeer opnieuw levensgevaarlijk wordt.
Een voorbeeld van een vulkaanmeer. Foto: iStock – Jochen Conrad
Het bijna 200 meter diepe kratermeer in het noordwesten van Kameroen ligt in een inactieve vulkaan en bij de ramp stierven naast de bewoners ook zo’n 3.500 stuks vee door verstikking. De ontgassingsbuizen laten opgebouwde CO2 sindsdien gecontroleerd ontsnappen, al komt er vanuit de magma onder het meer voortdurend nieuw gas bij en was in 2020 pas ongeveer een derde van de maximale voorraad verwijderd.
De gaswolk kroop door de dalen
In de uren na de uitbarsting stroomde de vrijgekomen CO2 als een onzichtbare laag omlaag, naar de dorpen rond het meer. Het gas is zwaarder dan lucht en duwde de zuurstof vlak boven de grond weg. Daardoor konden bewoners en dieren in hun slaap stikken, zonder vuur, lava of een zichtbare explosie.
Bij die ene gebeurtenis kwam naar schatting 100.000 tot 300.000 ton CO2 uit het water vrij. Ook 845 mensen raakten gewond, al overleefden zij de gaswolk wel. Een limnische eruptie heet zo’n uitbarsting uit een meer: gas dat lange tijd opgelost zit in diep water, schiet dan ineens omhoog.
Slechts drie meren kunnen dit
Luchtfoto van het Nyosmeer in Kameroen, een kratermeer omgeven door vulkanisch terrein. Beeld: Britannica.
Het Nyosmeer wordt tegengehouden door een natuurlijke dam van vulkanisch gesteente. Onderin het water kan CO2 zich ophopen, omdat het gas daar onder hoge druk blijft opgelost. Raakt die diepe laag verstoord, dan kan het gas zichzelf naar boven trekken en steeds sneller vrijkomen.
Wereldwijd zijn maar drie meren bekend met dit gevaarlijke vermogen. Behalve Nyos zijn dat het Monounmeer, ook in Kameroen, en het veel grotere Kivumeer op de grens van Rwanda en Congo.
Goed om te weten
Gasdrukken in het Nyosmeer bereikten in 2001 een piek van 15,6 bar. In het Monounmeer werd in 2003 een hoogste druk van 8,3 bar gemeten.
De buizen halen druk van de ketel
De oplossing is verrassend eenvoudig, al was de uitvoering dat bepaald niet: buizen reiken diep het water in en voeren CO2 gecontroleerd naar boven af. Zo hoeft het meer niet te wachten op een plotselinge natuurlijke ontlading. Ook het Monounmeer kreeg zo’n systeem.
Onderzoekers maten in de twee meren dat er via de vulkanische ondergrond jaarlijks tot 80 mol CO2 per m² bijkomt. De buizen moeten dus blijven werken, want de voorraad vult zich steeds opnieuw aan. Na ongeveer vijftien jaar risicobeheer geldt het Nyosmeer inmiddels als betrekkelijk veilig.
Het Monounmeer had in 1984 al laten zien wat er mis kan gaan. Daar vond een kleinere gasramp plaats, waarna de aanpak voor beide meren onderdeel werd van hetzelfde ontgassingsprogramma.
Bij het Kivumeer is de inzet nog groter
Het Kivumeer is veruit het grootste van de drie en ligt onder een dichtbevolkt gebied waar naar schatting ruim 2 miljoen mensen wonen. Er is geen acute dreiging gemeld, maar juist daar is preventief beheer extra belangrijk.
Bij Nyos en Monoun houden wetenschappers gasniveaus en druk in de gaten, zodat ze kunnen zien of de diepe waterlaag opnieuw gevaarlijk veel CO2 opslaat. Dat risico is niet te zien aan het stille wateroppervlak.
Over het onderzoek
Het langlopende onderzoek naar Nyos en Monoun is uitgevoerd door internationale teams, onder leiding van onderzoeker Michel Halbwachs. De Japan International Cooperation Agency (JICA) hielp het werk rond de ontgassingsprojecten over meerdere decennia te ondersteunen.
Halbwachs en collega’s beschreven in een onderzoek naar de ontgassing hoe drukmetingen en de aanvoer van nieuw gas bepalen hoeveel risico er nog resteert. De metingen uit 2001 en 2003 vormen daarbij een ijkpunt voor het beheer van deze meren.
