Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Een gezonder wereldwijd menu kan de landbouwuitstoot in 2050 met 85 procent terugdringen, berekenden onderzoekers van de London School of Hygiene & Tropical Medicine. Dat vraagt om een ingrijpende aanpassing voor boeren, zeker in Europa.
Een vegetarische barbeque. Foto: iStock – Olga Yastremska
Wat er op ons bord ligt, werkt door tot ver achter de supermarkt: in de stallen, op akkers en in de portemonnee van boeren. In de doorgerekende scenario’s zouden er rond 2050 zo’n 400 miljoen minder herkauwers zijn dan in 2020, terwijl de vraag naar groenten, fruit, noten en peulvruchten flink oploopt. Voor Europa is de inzet groot: de totale waarde van de landbouwproductie zou er met 35 procent kunnen dalen, ook als de gewasproductie verandert. De omslag is een kwestie van gezonder eten, en van wie de rekening van een nieuw voedselsysteem draagt.
Landgebruik krijgt lucht
De studie in Nature rekent met een voedselsysteem dat gezonder eten koppelt aan efficiëntere landbouw en minder voedselverspilling. Daarin krimpt het wereldwijde landbouwareaal in 2050 met maximaal 6 procent vergeleken met de huidige ontwikkeling.
Dat vrijgekomen land kan weer natuur worden of bos, waardoor het koolstof opslaat. Het gaat om de uitstoot die ontstaat wanneer bossen worden gekapt, grasland wordt omgeploegd of wetlands worden drooggelegd voor landbouw. De studie baseert zich op een ensemble van onder meer AIM, GLOBIOM, IMAGE en MAgPIE, modellen die ook landgebruiks-CO2 rapporteren.
Goed om te weten
De berekening kijkt naar netto-uitstoot: zowel koolstof die vrijkomt door ander landgebruik als koolstof die opnieuw wordt opgenomen, telt mee.
Vee krimpt, bonen en noten groeien door
Een akker met groeiende bonenstengels met peulen, een gewas dat minder hulpbronnen verbruikt dan veel dierlijke producten. Beeld: Wikimedia Commons.
De hardste klap valt bij herkauwers. De economische waarde van runderen, schapen en geiten daalt wereldwijd naar verwachting met 70 procent, oftewel 274 miljard dollar, vergeleken met 2020.
- De totale waarde van de veehouderij daalt met 42 procent, goed voor 630 miljard dollar.
- Groenten, fruit, noten en peulvruchten stijgen samen met 57 procent in waarde, tot 890 miljard dollar.
- Peulvruchten zoals bonen, erwten, linzen en kikkererwten leveren eiwit en vezels en vragen minder grondstoffen dan veel dierlijke producten.
Voor Nederlandse boeren is dat geen ver-van-ons-bedverhaal. Europa heeft veel veehouderij en export, dus een verschuiving in wat consumenten eten werkt hier al snel door in stallen, voerleveranciers, zuivelverwerking en handel.
Gezondheidswinst gaat verder dan de landbouw
De scenario’s sluiten aan bij de voedingsrichtlijnen van de EAT-Lancet Commissie uit 2025. Die commissie berekende dat gezondere eetpatronen wereldwijd jaarlijks tot 15 miljoen vroegtijdige sterfgevallen kunnen voorkomen.
Daar staat ook een flinke rekening tegenover die nu vaak buiten de kassabon blijft. Eerder onderzoek schatte de verborgen kosten van het mondiale voedselsysteem op 10.000 tot 20.000 miljard dollar per jaar, door zorgkosten, milieuschade en productiviteitsverlies. Het grootste deel hangt samen met ongezonde voeding.
Gibson werkte voor dit onderzoek samen met Cornell University en tien modelteams; zij verkenden mogelijke uitkomsten onder vaste aannames.
Europa verliest waarde, India wint terrein
Europa komt er economisch het zwaarst uit. De totale landbouwproductie zou hier 35 procent minder waard worden, een daling van 190 miljard dollar. De waarde van de veehouderij zakt met 66 procent, terwijl de akker- en tuinbouw met 8 procent afneemt.
In India loopt het beeld precies andersom: de totale landbouwwaarde kan daar met 46 procent stijgen, oftewel 198 miljard dollar. De gewasproductie groeit er met 65 procent, terwijl de veehouderij slechts 8 procent daalt.
Ook de Verenigde Staten laten zien hoe verschillend zo’n omslag kan uitpakken. De totale landbouwwaarde daalt daar met 21 procent, maar de gewasproductie stijgt juist met 20 procent tot 40 miljard dollar extra. Verschillen in eetpatronen, productiekosten, beschikbare grond, handel en type landbouw bepalen wie groeit en wie krimpt.
De omslag begint niet vanzelf in de supermarkt
In de berekeningen veranderen consumenten zonder moeite van eetpatroon. In het echte leven zitten betaalbaarheid, aanbod, gewoontes, inkomen en cultuur daar tussen. Gezond voedsel is bovendien niet overal even makkelijk verkrijgbaar.
Gibson waarschuwt dat miljoenen boeren en voedselproducenten geraakt kunnen worden. Overheden zullen steun en nieuwe verdienmodellen moeten regelen voor sectoren die krimpen, terwijl telers van plantaardige producten moeten kunnen investeren in meer productie.
De volgende stap is het doorrekenen van andere beleidskeuzes en economische omstandigheden, om te bepalen welke bescherming kwetsbare boeren en consumenten nodig hebben. In de Verenigde Staten steeg de gewasproductie in de scenario’s al met 20 procent, goed voor 40 miljard dollar extra.
De studie werd uitgevoerd voedingsonderzoeker Matt Gibson van de London School of Hygiene & Tropical Medicine, die ook verbonden is aan de Ashley School of Global Development and the Environment van Cornell University (Ithaca).

