Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Zeven op de tien Dracula-orchideeën worden met uitsterven bedreigd. Toch zijn sinds 1981 al 121 soorten internationaal verhandeld; natuurbeschermers willen daarom strengere CITES-bescherming.

dracula-orchidee

Een exotische Dracula bella orchidee. Foto: iStock – HildaWegens

Wie ooit een Dracula-orchidee zag, begrijpt de naam meteen: de bloem oogt eerder als een klein draakje dan als een keurige vensterbankplant. Sinds 1981 gingen meer dan 112.000 planten de internationale handel in, terwijl van veel exemplaren niet goed te controleren is of ze echt in een kwekerij zijn opgekweekt. Dat is extra wrang voor soorten als Dracula fafnir, die sinds de officiële beschrijving niet meer in het wild is waargenomen.

Een sinistere schoonheid in de nevelwouden

De naam Dracula komt van het Latijnse woord voor kleine draak. De lange, donkere kelkbladen steken uit als tanden. Toen botanici in 1871 de eerste soort uit de Westelijke Andes beschreven, vonden ze de bloemen dan ook grotesk en eigenzinnig.

Orchideeënjagers stuurden de planten al snel naar Europese kassen. De aantrekkingskracht is gebleven, mede doordat foto’s van sommige soorten online rondgaan als bloemen met een apengezicht. Vrijwel alle bekende Dracula-soorten groeien als epifyt: ze hangen in bomen in vochtige bergbossen, vooral in Colombia en Ecuador.

De meeste soorten leven op een paar plekken

Dracula anthracina orchidee in haar natuurlijke habitat.

Een orchidee met bruine bloemblaadjes en een geel-wit gekleurde bloem met twee donkere vlekken die op ogen lijken, kenmerkend voor orchideeën uit het Dracula-geslacht. Beeld: Wikimedia Commons.

Diogo Veríssimo van het Environmental Change Institute, een interdisciplinair onderdeel van de School of Geography and the Environment van de Universiteit van Oxford, werkte mee aan de beoordeling van het geslacht. Daarbij bleek dat 69 procent van de soorten op minder dan zes plekken op aarde bekend is. Sommige groeien alleen in één vallei.

Iedere pluktocht is daardoor riskant. Dracula anthracina komt bijvoorbeeld uit één stukje bos waar slechts zeventien volwassen planten zijn geregistreerd, en dook al in het jaar van ontdekking op in de internationale handel.

“Onze resultaten wijzen erop dat opname van het geslacht in CITES-bijlage I nodig kan zijn om verder verlies van evolutionaire geschiedenis te voorkomen.”

Edicson Parra-Sánchez, Senior Research Fellow bij het Darwin-Hamied Centre for Biodiversity and Population van Christ’s College, Universiteit van Cambridge

Een handelsregister vol gaten

De officiële handelsgegevens lopen over 42 jaar, met 25 exporterende en 52 importerende landen. Bijna de helft van de geregistreerde handel kwam uit landen waar deze orchideeën niet van nature groeien. Dat kan opgekweekte handel zijn, maar het maakt de herkomst lastiger te controleren.

De grootste zending ging in 2004 van Taiwan naar België: 4.650 planten van Dracula cordobae, een soort die alleen in Ecuador in het wild voorkomt. Alle geregistreerde exemplaren staan op papier als kunstmatig vermeerderd. Geen enkele plant werd opgegeven als uit het wild verzameld.

  • 89 procent van de Dracula-soorten werd voor het eerst wetenschappelijk beschreven aan de hand van planten die al in een kwekerij stonden.
  • Slechts 7 procent werd formeel beschreven op basis van planten waarvan vaststond dat ze uit het wild kwamen.
  • De mediane tijd tussen de wetenschappelijke beschrijving en de eerste commerciële handel bedraagt acht jaar, en bij soorten die na 1981 zijn beschreven zelfs vijf jaar.
  • Meer dan 11.000 planten stonden in de administratie alleen als Dracula sp., zonder soortnaam.

Die laatste categorie verbergt precies welke soorten zijn gekocht en verkocht. De onderzoekers vonden ook een verkeerd gelabelde zending uit 2013, een soort die jarenlang onder een later gecorrigeerde naam werd verhandeld en twee natuurlijke hybriden die als volwaardige soorten in de boeken stonden.

De huidige CITES-regels schieten tekort

Dracula-orchideeën vallen nu onder CITES-bijlage II. Internationale handel mag dan met vergunningen doorgaan. Parra-Sánchez en collega’s willen het hele geslacht overhevelen naar CITES-bijlage I, waar commerciële internationale handel verboden is.

De status van kwekerijplant of wild exemplaar is daarbij de grote hobbel. Van pas ontdekte soorten ontbreken vaak basisgegevens, zoals hoe oud ze kunnen worden en hoe snel ze zich voortplanten. Zonder die kennis is het lastig vast te stellen of een plant werkelijk in een kwekerij is vermeerderd.

Ook de Europese markt komt in beeld

De zending naar België laat zien dat de Europese markt al jaren deel uitmaakt van deze handel. Als CITES-bijlage I er komt, raakt dat ook importeurs, gespecialiseerde kwekers en verzamelaars die bijzondere orchideeën aanbieden. De regels zouden vooral tijd moeten creëren tussen ontdekking en commerciële vraag.

Voor sommige soorten is die tijd er nauwelijks. Dracula irmelinae is wel bekend uit het wild, maar nooit in kweek geregistreerd. Dracula inexperata groeit alleen op de plek waar de soort voor het eerst is gevonden, waardoor beter veldonderzoek naar leefgebied en voortplanting steeds urgenter wordt.