Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Lidar-scans brachten in het zuidwesten van de Amazone 432 voorbeelden van infrastructuur aan het licht die onder het regenwoud verborgen lagen. Ze dwingen archeologen opnieuw te kijken naar de Aquiry, een beschaving die hier eeuwenlang leefde.
Het Amazone regenwoud, leefgebied van de Aquiry. Foto: iStock – Gino Tuesta
Tussen 600 voor Christus en 850 na Christus leefde de Aquiry-cultuur in het Amazone gebied, en bouwde een netwerk dat op haar hoogtepunt zo’n 183.000 vierkante kilometer besloeg, ruim vier keer Nederland. Onderzoekers denken dat er rond het jaar 200 mogelijk 1,2 tot 3 miljoen mensen woonden. De nieuwe studie, gepubliceerd in Nature, roept de vraag op hoeveel menselijke geschiedenis en doelbewust landschapsbeheer nog schuilt in wat we vaak als ongerepte natuur zien.
Een netwerk zonder hoofdstad
De Aquiry vormden geen strak georganiseerd rijk met één koning of hoofdstad maar vormden een netwerk van uiteenlopende gemeenschappen die tradities deelden.
Van hun huizen is bijna niets over, en geschreven bronnen lieten ze niet na. Wat wel blijft staan zijn de grote geometrische terreinen: greppels die meters diep konden zijn, verbonden door opvallend rechte wegen. Archeologen denken dat daar ceremonies en politieke bijeenkomsten plaatsvonden.
“De schaal van de archeologische resten wijst erop dat veel andere delen van de Amazone veel dichter bevolkt en sterker door mensen veranderd kunnen zijn dan we tot nu toe aannamen.”
Martti Pärssinen, onderzoeksleider van de studie
Tienduizenden plekken in het bos
Luchtfoto van geometrische aardwerken in het landschap, met cirkelvormige en rechthoekige aardewallen zichtbaar in een gedeeltelijk ontbost gebied. Beeld: College of Arts and Sciences – The Ohio State University.
De 432 gevonden locaties zijn waarschijnlijk maar een voorproefje. Pärssinen en collega’s van het Deutsches Archäologisches Institut (DAI) ramen het totale aantal greppels en wegen op 24.000 tot 30.000, verspreid over het oude leefgebied van de Aquiry.
Dat landschap zag er heel anders uit dan een ononderbroken zee van bomen. Rond de open plekken stonden vermoedelijk grote houten langhuizen, met eromheen akkers en paden naar andere nederzettingen.
- Op de akkers groeiden maïs, maniok, pompoen en katoen.
- In het omliggende bos werden fruit- en notenbomen bewust onderhouden.
- Brede en smalle wegen verbonden de rituele terreinen met elkaar.
Zo’n bos was dus ook een voedselvoorraad, geen ongerept woud zonder menselijke sporen.
Lasers kijken door het bladerdak
De onderzoekers vlogen over 4.497 km² regenwoud in lange banen van ongeveer 450 kilometer. Dat gebied beslaat minder dan 3 procent van de Grote Amazone, maar leverde wel 396 voorbeelden op die nog niet bekend waren.
De techniek heet lidar: vanuit een vliegtuig worden laserpulsen naar beneden gestuurd. Een deel glipt door openingen in het bladerdak, kaatst terug vanaf de grond en maakt zo een hoogtemodel van het landschap zonder dat er bomen hoeven te verdwijnen.
Greppels, wallen en oude wegen zijn vanaf de grond vaak nauwelijks te zien, omdat eeuwen bosgroei de vormen heeft toegedekt.
Het regenwoud was ook cultuurlandschap
De Aquiry veranderden hun omgeving doelbewust. De combinatie van akkers, beplante boomsoorten en monumentale plekken wijst op langdurig beheer van wat we nu als natuurlijk regenwoud zien.
Dat betekent niet dat de hele Amazone vol steden en landbouw lag. Wel laat deze studie zien dat grote delen van het woud een beheerd bos kunnen zijn geweest, gevormd door mensen die er generaties lang woonden en voedsel verbouwden.
Goed om te weten
De naam Aquiry komt van een inheemse benaming voor de rivier de Acre, die door het hart van het vroegere leefgebied stroomt.
Het spoor loopt dood na 850
Waarom de Aquiry-cultuur tussen 850 en 1000 verdween, weten archeologen nog niet. Ecologische veranderingen, sociale spanningen of andere gebeurtenissen kunnen een rol hebben gespeeld, maar harde aanwijzingen ontbreken.
De bewoners lieten geen geschreven archieven na en hun houten langhuizen zijn in de vochtige tropen vergaan. Nieuwe lidar-vluchten moeten nu buiten de onderzochte 4.497 km² verborgen wegen, greppels en nederzettingen in kaart brengen.
Het onderzoek werd uitgevoerd door archeoloog Martti Pärssinen, archeo-antropoloog aan de Universiteit van Helsinki, in samenwerking met Heiko Prümers van het Deutsches Archäologisches Institut (DAI).

