Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Een bizon in de Font-de-Gaume-grot in de Dordogne blijkt tussen 13.461 en 13.162 jaar geleden te zijn geschilderd. De nieuwe datering laat archeologen ze eindelijk een vaste plek geven op de tijdlijn van de IJstijdkunst.

Een voorbeeld van rotstekeningen in Frankrijk

Een voorbeeld van rotstekeningen in Frankrijk. Foto: iStock – Luc Thibault

In de Font-de-Gaume-grot in de Dordogne kregen onderzoekers een zeldzame kans om rechtstreeks in het zwarte pigment van eeuwenoude tekeningen te kijken. Daarin vonden ze sporen van houtskool in de zwarte lijnen die lang vooral aan ijzer- en mangaanoxiden werden toegeschreven. Minerale pigmenten laten zich normaal niet met radiokoolstof dateren, waardoor de ouderdom van veel Europese IJstijdkunst giswerk blijft. Ook een raadselachtige, maskerachtige figuur in de grot blijkt sporen te dragen van ingrepen uit ver uiteenlopende periodes.

Een minuscuul monster levert een harde datering op

Voor de radiokoolstofdatering kreeg het team uitzonderlijk toestemming om piepkleine stukjes pigment weg te nemen. Er moet genoeg koolstof in het monster zitten voor een betrouwbare meting, terwijl de schade aan de tekening vrijwel onzichtbaar blijft.

Radiokoolstof is de radioactieve vorm koolstof-14, die na de dood van een plant of dier langzaam verdwijnt. Houtskool is verbrand plantaardig materiaal en bevat die klok dus nog. De gemeten waarde moet worden gecorrigeerd, omdat de hoeveelheid koolstof-14 in de atmosfeer door de tijd heen veranderde, onder meer door zonneactiviteit en het aardmagnetisch veld.

Goed om te weten
CalBP betekent gekalibreerde jaren vóór 1950. Archeologen gebruiken 1950 als vast uitgangspunt voor radiokoolstofdateringen.

Veel zwarte lijnen waren jarenlang ondateerbaar

Raman-microspectrometrie-instrument voor pigmentanalyse.

Raman-microspectrometrie-instrument in een laboratoriumomgeving voor analyse van pigmenten in grotschilderingen. Beeld: Wikipedia.

IJstijdkunst in Europa is vaak gemaakt met ijzer- en mangaanoxiden. Die mineralen geven een donker pigment, maar bevatten geen organische koolstof. Archeologen moesten daarom afgaan op stijl, vondsten op de grotvloer of ouderdom van afzettingen eromheen.

De houtskool zat gelijkmatig verspreid door de zwarte lijnen van beide figuren. Dat maakt het veel waarschijnlijker dat het materiaal al in het oorspronkelijke pigment zat, en niet later door bezoekers, graffiti of toerisme in de grot terechtkwam.

Licht maakt de chemie van oude verf zichtbaar

Raman-microspectrometrie leest als het ware de trillingen van moleculen. Elk materiaal laat daarbij een eigen chemisch patroon achter, zodat de onderzoekers konden vaststellen welke bestanddelen er in het pigment zaten zonder een groot deel van de afbeelding aan te raken.

Hyperspectrale beeldvorming voegde daar een tweede laag aan toe. Die techniek registreert per punt subtiele verschillen in kleur en weerkaatst licht, veel meer dan het menselijk oog kan onderscheiden. Hyperspectrale beeldvorming wordt ook gebruikt in landbouw, milieumetingen, biomedisch onderzoek en sterrenkunde.

  • Raman-onderzoek bracht de chemische samenstelling van het pigment in kaart.
  • Beeldvorming met veel lichtspectra liet zien waar houtskoolsporen precies zaten.
  • Radiokoolstofdatering bepaalde daarna de ouderdom van het organische materiaal.

Het masker blijkt een beeld met meerdere levens

De maskerachtige figuur leverde drie heel verschillende dateringen op. Een deel stamt uit 8.993 tot 8.590 calBP, een ander uit 15.981 tot 15.121 calBP en een derde uit 15.297 tot 14.246 calBP. Tussen de jongste en oudste onderdelen zit dus duizenden jaren.

Dat beeld is waarschijnlijk niet in één sessie door één maker neergezet. Het kan een plek zijn geweest waar opeenvolgende groepen terugkwamen, bestaande lijnen veranderden of nieuwe elementen toevoegden. Een grotschildering kan zo een lang verhaal bewaren in plaats van één moment uit de prehistorie.

Een nieuwe route voor Europese grotkunst

Het onderzoek stond onder leiding van Ina Reiche van Chimie ParisTech-PSL en CNRS, samen met een team van specialisten in koolstof-14-metingen, prehistorie en restauratie. De resultaten verschenen in PNAS, een wetenschappelijk tijdschrift waarin nieuwe onderzoeksmethoden streng worden beoordeeld.

Voor Europese archeologie biedt dit een kans bij tekeningen die tot nu toe buiten bereik leken. Nauwkeuriger data kunnen laten zien welke afbeeldingen uit dezelfde periode komen, hoe stijlen veranderden en welke grotten generaties lang betekenis hielden.

De volgende stap is om dezelfde combinatie van chemische beeldvorming en uiterst gevoelige koolstof-14-metingen toe te passen op andere prehistorische figuren die tot nu toe als ondateerbaar golden.