Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
De Iberische Plaat draait langzaam met de klok mee doordat Afrika en Eurazië jaarlijks 4 tot 6 millimeter naar elkaar toe bewegen. Die beweging stapelt spanning op in de aardkorst, juist waar actieve breuken nog slecht in kaart zijn gebracht.
Als je op een kaart kijkt, lijken Spanje en Portugal onverstoorbaar vast te liggen aan de rand van Europa. Toch draait het hele Iberisch Schiereiland langzaam met de klok mee, onder druk van de botsing tussen de Afrikaanse en Euraziatische plaat. Ten westen van de Straat van Gibraltar komt die druk rechtstreeks terecht bij Zuidwest-Iberië, waar spanning zich in breuken kan ophopen. De nieuwe metingen zijn gebaseerd op aardbevingssignalen en honderden gps-stations, in een gebied dat de verwoestende aardbeving en tsunami van Lissabon in 1755 nog in zijn geschiedenis meedraagt.
De Gibraltarboog werkt als een schokdemper
Aan de oostkant van de Straat van Gibraltar wordt een flink deel van de vervorming opgevangen door de Gibraltarboog, het gebergtegebied dat de Betische Cordillera in Spanje met het Rifgebergte in Marokko verbindt. Daardoor komt die druk daar minder rechtstreeks bij het Iberische blok terecht.
Verder westwaarts ligt dat anders. De schuine botsing geeft het schiereiland een draaimoment, alsof je een boek op tafel een klein zetje langs de hoek geeft. Die beweging is een omkering van de richting waarin het gebied in eerdere geologische perioden draaide.
Ook binnen de Gibraltarboog zelf blijft de bodem bewegen. In het Alborandomein schuift het westelijke en centrale deel van de Betische Cordillera met meer dan 3 mm per jaar westwaarts; in het Rifgebergte loopt dat op tot 5 à 6 mm per jaar.
Een risico dat je niet aan de buitenkant ziet
Gekleurde geologische of topografische kaart die gesteentelagen, vervormingen en breuken in een bergachtig gebied toont. Beeld: SERC (Carleton).
Het zuidwesten van het schiereiland draagt de sporen van zware bevingen uit het verleden. De beving bij Lissabon had een geschatte magnitude 8,7, een kracht die laat zien dat de regio tot de zwaardere Europese aardbevingsgebieden kan behoren.
Veel mensen denken bij grote aardbevingen eerder aan Japan, Turkije of Chili. In Zuidwest-Iberië zit het lastige onder de grond: op veel plekken is nog onvoldoende duidelijk welke breuken actief zijn en waar spanning zich precies verzamelt.
“Er zijn veel plekken waar flinke vervorming optreedt of aardbevingen plaatsvinden, maar we weten niet welke tektonische structuren daar actief zijn.”
Asier Madarieta, geoloog aan de Universiteit van Baskenland
Breuken zonder duidelijke naam
Dat gebrek aan een goede kaart maakt risico-inschatting lastig. Een breuk is een scheurzone in de aardkorst waar gesteenteblokken langs elkaar kunnen bewegen; zulke zones liggen vaak diep verborgen en zijn aan het maaiveld niet zomaar te herkennen.
De nieuwe kaarten van spanning en vervorming geven geologen een gerichter zoekgebied voor verborgen breuklijnen. Vooral in Zuidwest-Iberië kan dat helpen om beter te bepalen welke gebieden extra aandacht verdienen bij seismische risicoanalyses.
Voor Europa telt vooral de voorbereiding
Voor Nederlandse lezers is dit geen aardbevingsalarm, maar wel een Europees voorbeeld van bodembewegingen die nauwkeurig in kaart worden gebracht. De spanning bouwt zich vaak veel eerder op dan de grond schudt, op plekken die op bestaande kaarten nog leeg lijken.
De praktische stap ligt bij het beter in kaart brengen van die zwakke zones. De nieuwe spanningsvelden kunnen aangeven waar vervolgonderzoek naar actieve breuken het meeste oplevert.
Over de studie
Het onderzoek stond onder leiding van geoloog Asier Madarieta van de Universiteit van Baskenland en verscheen in Gondwana Research. Zijn team combineerde gegevens van aardbevingen met metingen van satellietnavigatie om te zien hoe de aardkorst vervormt.
Bij aardbevingen keken de onderzoekers naar de richting waarin breuken bewegen, waaruit de hoek van de spanning valt af te leiden. Daarnaast gebruikten ze honderden gps- en GNSS-stations in Spanje, Portugal en Marokko, waaronder het EUREF-netwerk, die bewegingen aan het oppervlak meten tot fracties van een millimeter per jaar.

