Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Klimaatverandering is niet alleen een probleem voor de toekomst. De rekening komt nu al binnen, in geld, in mensenlevens en in verlies van natuur. Deze zomer bedragen de kosten van hittegolven, droogte en overstromingen de Europese economie tot nu toe al tientallen miljarden euro's. En de kosten lopen op, jaar na jaar, met een langetermijnrekening die in de honderden miljarden tot biljoenen euro's kan lopen. Met een verontrustende vraag in het vooruitzicht: Hoe lang kunnen we die kosten nog opbrengen?

De kosten van klimaatverandering

De kosten van klimaatverandering zijn groter dan alleen de economie. Foto: iStock – AnkiHoglund

De rekening van deze zomer

Onderzoekers van de Universiteit van Mannheim en de Europese Centrale Bank berekenden dat hittegolven, droogte en overstromingen in de zomer van 2025 al zo’n 43 miljard euro schade veroorzaakten in Europa. Ze keken niet alleen naar directe schade, zoals kapotte wegen en gebouwen. Ze keken ook naar indirecte gevolgen, zoals verstoorde toeleveringsketens en verloren arbeidsproductiviteit. Volgens hun berekening kunnen de macro-economische kosten van die ene zomer tegen 2029 oplopen tot 126 miljard euro.

Sommige landen worden veel harder geraakt dan andere. Spanje leed in 2025 al zo’n 12,2 miljard euro schade, wat kan oplopen tot 34,8 miljard euro, ongeveer 2,4 procent van de totale toegevoegde waarde van het land. Italië en Frankrijk zagen hun verliezen van ruim 10 miljard euro in 2025 naar verwachting verviervoudigen tot 2029. En dit zijn nog voorzichtige schattingen. Bosbranden, hagel en stormen zijn in deze berekening niet meegenomen. Sinds 1980 heeft klimaatverandering Europa al meer dan 400 miljard euro gekost, met jaarlijkse verliezen die inmiddels boven de 50 miljard euro uitkomen.

Triodos bank becijferde de kosten voor de zomer van 2026 tot nu toe. Volgens de bank kunnen die de hele groei van de Europese economie teniet doen.

Hitte, de stille sluipmoordenaar

Van alle gevolgen van klimaatverandering doden hittegolven de meeste mensen. De Wereldgezondheidsorganisatie schat dat er in de Europese regio jaarlijks zo’n 175.000 mensen sterven door hitte. In de zomer van 2025 stierven naar schatting 24.400 Europeanen door extreme hitte, waarvan 16.500 sterfgevallen rechtstreeks toe te schrijven waren aan klimaatverandering. Vooral ouderen zijn kwetsbaar. Van de slachtoffers tijdens de hittegolf van eind juni 2025 was 88 procent 65 jaar of ouder.

De hittegolf van eind juni 2026 was nog zwaarder. Volgens een eerste schatting van klimaatwetenschapper Christopher Callahan kostte deze golf ruim 20.000 mensen het leven, met de zwaarste klappen in Frankrijk, Duitsland, Spanje en Italië. Het EuroMOMO-netwerk registreerde tijdens het hoogtepunt zo’n 10.000 extra sterfgevallen boven het normale niveau, waarvan meer dan 90 procent bij mensen van 65 jaar en ouder.

Ook Nederland ontkwam niet aan de gevolgen. Het RIVM registreerde tijdens de hittegolf van eind juni 2026 een oversterfte van bijna 1.000 mensen in één week. Doordat de gevolgen van hitte na de piek nog doorwerken, liep de totale oversterfte over drie weken op tot ongeveer 1.323 extra sterfgevallen. De klap kwam het hardst aan in het zuiden en oosten van het land, waar het het warmst was.

Droogte, de stille aanslag op landbouw en natuur

Droogte krijgt minder aandacht dan hitte of overstromingen, maar de schade is groot en structureel. In 2025 daalden de grondwaterstanden in Nederland al vroeg in het voorjaar tot ver onder het normale niveau. Boeren kregen te maken met verminderde gewasopbrengsten. De Europese Commissie verlaagde in 2026 de oogstprognoses voor bijna alle gewassen, met voor Nederlandse aardappelen een verwacht verlies van 8 procent ten opzichte van het voorgaande jaar. Door lage rivierafvoeren nam ook de verzilting toe in het Rijn-Maasmondgebied en Zeeland, wat weer extra maatregelen vergt om zoet water naar West-Nederland te krijgen.

Droogte tast ook de natuur zelf aan. Beken, vennen en bronnen lijden schade, en natuurtypen die afhankelijk zijn van natte, voedselarme grond gaan structureel achteruit. Onderzoek naar de droge jaren 2018 en 2019 liet zien dat natuurbeheerders toen al matige tot grote schade rapporteerden. Herstel van zulke schade kost vaak jaren, soms decennia.

Bosbranden, van uitzondering naar seizoen

Bosbranden in Zuid-Europa waren ooit een incident. Nu zijn ze een terugkerend seizoensfenomeen geworden, met steeds grotere gevolgen. 2025 was met meer dan een miljoen verbrande hectare het meest verwoestende bosbrandjaar in Europa sinds het begin van de metingen. De zomer van 2026 overtrof dat record alweer. Tussen begin juni en eind juli ging in de Europese Unie meer dan 343.000 hectare in vlammen op, meer dan het dubbele van dezelfde periode een jaar eerder. Alleen al in Frankrijk, Italië en Spanje verwoestten 493 branden bijna 307.000 hectare.

De economische schade van deze zomer wordt door de Europese Commissie geschat tussen de 15,6 en 19,1 miljard euro, inclusief schade aan infrastructuur, noodhulp en verzekeringsuitkeringen. Bosbranden treffen niet alleen bewoond gebied. Ruim 40 procent van het verbrande areaal in Europa bestaat uit beschermde Natura 2000-gebieden, waardoor kwetsbare habitats en soorten verloren gaan.

Verlies aan natuur en ecosysteemdiensten

Natuur levert diensten die zelden een prijskaartje krijgen, maar wel degelijk waarde hebben. Denk aan bestuiving van gewassen, zuivering van water en lucht, en bescherming tegen overstromingen door wetlands. Volgens de EU-biodiversiteitsstrategie is meer dan de helft van het wereldwijde bruto binnenlands product, ongeveer 40 biljoen euro, direct of indirect afhankelijk van de natuur.

Dat verlies is al meetbaar. Een analyse van Deloitte voor Nederland liet zien dat de landbouwsector jaarlijks 13,3 miljard euro bijdraagt aan de economie, maar dat de kosten van uitstoot en biodiversiteitsverlies daardoor 18,6 miljard euro bedragen. Per saldo een jaarlijkse schadepost van 5,3 miljard euro, die grotendeels wordt doorgeschoven naar toekomstige generaties. Wereldwijd verdwijnen naar schatting meer dan 45.000 soorten per jaar. Klimaatverandering versnelt dat verlies, onder meer via droogte, hitte en bosbranden.

William Nordhaus waarschuwde al in 1975 voor de kosten van klimaatverandering

De rekening op lange termijn

Los van de schade van dit jaar of volgend jaar loopt er een veel grotere rekening op de achtergrond. Het Nederlandse Centraal Planbureau schat de jaarlijkse schade door droogte, hitte, wateroverlast, rivieroverstromingen en zeespiegelstijging op 2 tot 3,5 miljard euro in 2050 bij twee graden opwarming, oplopend tot 8,1 tot 9,6 miljard euro per jaar in 2100 bij drie graden opwarming. De Klimaatschadeschatter komt voor Nederland uit op totale kosten van 78 tot 173 miljard euro tot 2050 door droogte, hitte en wateroverlast alleen al, met verdere stijging daarna. Maar let op: de Klimaatschadeschatter rekent volgens de eigen gegevens maar met gegevens tot 2020.

Hoogleraar Wouter Botzen berekende een mediane schatting van de totale economische kosten van klimaatverandering voor Nederland op 336 miljard euro tot 2050, oplopend tot 1.296 miljard euro tot 2100. Dat cijfer gaat er nog van uit dat de economie zich soepel aanpast aan klimaatschokken. Op Europese schaal geven onderzoeken uiteenlopende, maar stuk voor stuk verontrustende beelden. Sommige studies komen uit op 15 tot 34 procent verlies van de economie in 2100 bij ongecontroleerde opwarming, andere op enkele procenten van het bruto binnenlands product. De onzekerheid is groot, mede omdat kantelpunten zoals het smelten van permafrost moeilijk in geld uit te drukken zijn.

Verschillen in berekening en in effecten

Al deze cijfders laten een soortgelijke trend zien, maar wijken onderling nogal van elkaar af. Dat komt omdat de onderzoek niet van eenzelfde startpunt uitgaan, verschillende effecten berekenen en daarbij ook niet dezelfde methoden hanteren. En naar de toekomst toe wordt het nog ingewikkelder om de echte gevolgen te kennen. Want een groot deel van de herstelkosten van de klimaatschade wordt doodleuk als economisch resultaat geteld, en telt dus op bij de economische groei, in plaats dat die er van afgetrokken wordt.

Daar staat tegenover dat er telkens nieuwe schade ontstaat, voordat de vorige volledig is hersteld. Daardoor wordt de schade in het echte leven steeds groter, zowel voor mensen en bedrijven als voor de overheden, banken en verzekeringen die het geld steeds sneller moeten ophoesten.

Wat de rekening ons leert

Zo stapelen de kosten van klimaatverandering zich op. Een hittegolf hier, een bosbrand daar, een droge zomer op het land, ze lijken op zichzelf beheersbaar. Maar de optelsom over jaren is enorm, en de kosten groeien sneller dan de economie zelf. Daar bovenop raken de gevolgen alles tegelijk: gezondheid, landbouw, natuur en infrastructuur. Investeren in klimaataanpassing kost geld, maar volgens vrijwel alle economische studies is niets doen op termijn veel duurder.

Al lang bekend

Die kennis is overigens niet nieuw. Al in 1975 publiceerde William Nordhaus van Yale het paper “Can We Control Carbon Dioxide?”, gepubliceerd door IIASA. Dit was nog een werkdocument, geen peer reviewde publicatie. De eerste formeel gepubliceerde studie kwam in 1977: “Economic Growth and Climate: The Case of Carbon Dioxide”, verschenen in het tijdschrift American Economic Review. Daarin bracht Nordhaus voor het eerst CO2 concentraties en klimaat samen in een macro economisch groeimodel, en legde hij de basis voor het berekenen van de economische kosten van klimaatverandering.

Dit werk groeide later uit tot het DICE model (Dynamic Integrated model of Climate and Economy), een van de eerste geïntegreerde klimaat economische modellen. Nordhaus kreeg hiervoor in 2018 de Nobelprijs voor de Economie, gedeeld met Paul Romer, voor het integreren van klimaatverandering in de langetermijn macro economie.