Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Het toerisme vormt een levenslijn voor veel bedreigde diersoorten in Afrika, maar kunnen de dieren er ook stress van krijgen? Bruce Crossey, zoöloog aan de Universiteit van Pretoria zocht het uit door een jaar lang uitwerpselen van zebra’s, impala’s en giraffen te onderzoeken. En uitwerpselen wijzen soms inderdaad in die richting. Maar toeristen zijn niet de enige reden voor stress.
Raken dieren gestressed door toeristen? Het lijkt van wel. Foto: iStock – Ian Dyball
Elk jaar stappen duizenden toeristen in safari-jeeps of trekken ze te voet de natuurreservaten van Zuid-Afrika in. Gewapend met verrekijkers en camera’s hopen ze allemaal op een bijzondere ontmoeting met de Afrikaanse fauna – van kleine dwergmangoesten tot machtige olifanten of elegante giraffen. En zelfs de zeehonden en de pinguins van de Zuidpool blijven niet gespaard.
De industrie is wereldwijd miljarden dollars waard, en helpt te betalen voor de bescherming van de dieren. Maar één prangende vraag blijft hangen: raken de dieren niet gestressed door al dat bezoek?
Het is een oprechte bezorgdheid. Als onderzoeker, gespecialiseerd in stressreacties bij dieren, maakte ik deel uit van een team dat die vraag heeft proberen te beantwoorden. Niet gewoon door de dieren te observeren en hun gedrag te interpreteren, maar door hun stresshormonen te meten. Zo wilden we te weten komen of het toerisme een stressreactie oproept bij impala’s, zebra’s, gnoes en giraffen – enkele van de meest gespotte dieren op een Afrikaanse safari.
Drukke weekends
We hebben daarvoor een jaar lang meer dan vijfhonderd stalen van hun ontlasting verzameld van de dieren in het Somabula Natuurreservaat, een klein, omheind reservaat in Gauteng, Zuid-Afrika. Vervolgens vergeleken we het stresshormoon met het aantal toeristen dat het reservaat die dag had bezocht.
Zowel tijdens het droge als natte seizoen bleven we stalen nemen, om te bepalen of het aanbod van voedsel en de weersomstandigheden een invloed hebben. En we verdeelden onze aandacht zowel over weekdagen, met lagere bezoekcijfers, en het weekend dat veel drukker is.
Zo konden we vaststellen dat hogere bezoekersaantallen geen invloed hebben op het stressniveau van zebra’s, gnoe’s en giraffen. Alleen impala’s hebben er last van, en enkel tijdens het droge seizoen.
Dat toont aan dat verschillende diersoorten uiteenlopend reageren op druk van het toerisme, en dat parkbeheerders daar hun plannen aan zouden moeten aanpassen. In het droge seizoen zouden de dieren bijvoorbeeld zones moeten krijgen waar geen toeristen kunnen komen, om tot rust te kunnen komen.
Data in drollen
Wanneer dieren bejaagd worden of moeten concurreren voor voedsel, komen er stresshormonen vrij (ook wel gekend als glucocorticoïden). Afbraakproducten van die hormonen komen in hun ontlasting terecht, en die kunnen we perfect meten zonder de dieren te storen.
Zowel bij impala’s, zebra’s, gnoes en giraffen ontdekten we dat natuurlijke oorzaken de belangrijkste reden voor stress zijn, en niet het toerisme. Het veranderende weer, voortplanting en hoeveel water en voedsel er beschikbaar zijn: dat heeft allemaal een groter effect op de stresshormonen dan het aantal bezoekers.
De reactie verschilt ook tussen de diersoorten onderling. Alleen de impala’s hebben duidelijk meer stress tijdens de weekends, en alleen in het droge seizoen. Het is de drukste tijd in het park, maar ook een moeilijk seizoen omdat voedsel en water schaars zijn.
Gnoes daarentegen blijken net het natte seizoen meer stresserend te vinden, waarschijnlijk omdat veel vrouwtjes dan jongen. Het maakt het seizoen veeleisend voor dieren, ongeacht hoeveel toeristen er zijn.
Zebra’s en impala’s hebben over het algemeen meer stress in het droge seizoen, omdat er weinig water en voedsel te vinden is en er meer concurrentie is in het relatief kleine, omheinde park.
Opvallend genoeg hadden de seizoenen nauwelijks invloed op het stressniveau van giraffen. Vrouwtjes hadden echter veel hogere stresshormoonspiegels dan mannetjes, vrijwel zeker omdat twee van de vijf vrouwtjes die we observeerden tijdens de onderzoeksperiode zichtbaar zwanger waren. We weten dat een zwangerschap bij giraffen van nature gepaard gaat met een toename van glucocorticoïden. Het helpt de moederdieren om de ontwikkelende foetus continu van voedingsstoffen te voorzien en zich voor te bereiden op de fysieke inspanningen van de bevalling.
Impala’s als uitzondering
Kortom: de stressniveaus van de dieren bleken voornamelijk een reactie op de ritmes van hun natuurlijke omgeving en niet per se op toeristen. Met de impala’s dus als duidelijke uitzondering.
De kleinere antilopen zijn constant alert op gevaar en over het algemeen voorzichtiger dan de andere diersoorten. Tijdens het droge seizoen hadden ze in het weekend, wanneer er meer toeristen in het reservaat zijn, veel hogere stresshormoonspiegels dan op weekdagen. Tijdens het hoogtepunt van het droge seizoen zijn er dan makkelijk vier keer meer toeristen, en de stresshormonen van impala’s schoten met zo’n 57 procent de hoogte in.
Tijdens het natte seizoen, wanneer er meer voedsel en water beschikbaar is, verdween dat verschil tussen week en weekend. Dat wijst erop dat de toeristen enkel hun stressniveaus de hoogte in deden schieten wanneer de dieren al onder druk stonden door de hardere omstandigheden in het droge seizoen. Ze zijn dan verplicht om meer tijd door te brengen bij drukke waterbronnen, dichter bij de hordes toeristen ook.
Gevolgen voor het toerisme
Onze resultaten suggereren dat toerisme en ecologische stressfactoren niet los van elkaar werken. Wanneer de omstandigheden zwaar zijn, voedsel schaars is en dieren zoals impala’s tot het uiterste worden gedreven, kan de aanwezigheid van veel bezoekers de balans doen doorslaan.
Giraffen, zebra’s en gnoes zijn veel grotere dieren en hoeven niet constant op hun hoede te zijn voor gevaar. In het natuurreservaat Somabula zijn er geen grote roofdieren en toeristen blijven over het algemeen op de wegen en volgen dezelfde routines. De dieren lijken dus gewend te zijn geraakt aan mensen.
De bevindingen bieden ook een belangrijke les voor beheerders van natuurreservaten en ondernemers in het toerisme: er is geen eenvoudig antwoord op de vraag of toerisme goed of slecht is voor wilde dieren. De effecten hangen af van de soort, de tijd van het jaar en de omstandigheden waarmee de dieren al te maken hebben.
Ons onderzoek ondersteunt een boodschap van ‘voorzichtig optimisme’: wanneer toerisme doordacht wordt georganiseerd, hoeft dat niet ten koste te gaan van de wilde dieren. Als het aantal toeristen relatief constant blijft en de dieren voldoende tijd en ruimte krijgen, weg van de toeristische drukte, kunnen stressreacties bij de dieren tot een minimum worden beperkt.
