Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Het landelijk neerslagtekort stond op 11 augustus op 282 millimeter en Nederland hoort inmiddels bij de 5 procent droogste jaren ooit gemeten. Daarmee komt het recordjaar 1976 dichtbij, met gevolgen die verder reiken dan een paar verdorde grasvelden.
Laag water in de Rijn bij Düsseldorf, met gevolgen voor Nederland. Foto: iStock – Thomas Bethge
Wie eind juli bij Lobith naar de Rijn keek, zag hoe laag het water was komen te staan: op 30 juli werd daar met 6,47 meter boven NAP het laagste peil ooit gemeten. Het landelijke neerslagtekort was toen al opgelopen tot 261 millimeter, ruim meer dan dubbel de mediaan van 119 millimeter voor die datum. Daarmee schuift 2026 op in het rijtje met het extreem droge 2018, terwijl de vergelijking met het beruchte droogtejaar 1976 steeds scherper wordt. Landelijk lag het tekort begin augustus nog 10 tot 15 millimeter onder dat niveau, maar in delen van Noord- en Zuid-Holland was de grens uit 1976 volgens Arcadis al gepasseerd.
De droge lijn was al vroeg zichtbaar
Begin mei lag het landelijke neerslagtekort al rond de 80 millimeter. Daarmee volgde 2026 toen dezelfde lijn als 1976, het jaar dat nog altijd als droogterecord in de boeken staat.
Een paar maanden later haakte 2026 ook aan bij 2018, dat al tot de droogste jaren in Nederland hoorde. Meteoroloog Dennis Wilt zag dat het tekort dat extreem droge jaar binnen enkele dagen evenaarde. Oude records komen daardoor steeds sneller dichtbij.
Water vasthouden helpt, totdat de vaart stilvalt
Een waterstadmeter tegen een paal langs een watergang met lage waterstand en omringende groene grasvelden. Beeld: Dutch News.
Waterschappen en Rijkswaterstaat hebben sinds de droge jaren van 1976 en 2018 hun aanpak aangepast. Ze houden meer water vast, gebruiken bestaande buffers beter en kunnen sneller ingrijpen als rivierafvoeren dalen of zout water verder landinwaarts dreigt te komen.
Toch liep het vervoer dit jaar al tegen grenzen aan. Het Twentekanaal was tijdelijk helemaal dicht, terwijl binnenvaartschepen op andere trajecten minder vracht konden meenemen door de lage waterstand. Schippers konden daardoor minder lading per reis vervoeren.
- Waterbuffers moeten langer beschikbaar blijven in droge perioden.
- Lage rivierafvoeren raken tegelijk de scheepvaart en de zoetwatervoorraad.
- Verzilting vraagt om sneller ingrijpen, vooral in laaggelegen gebieden.
1976 laat zien wat er op het spel staat
Het droogtejaar 1976 bleef niet beperkt tot dorre bermen en bruine gazons. Gewassen verpieterden op de akkers, melkvee werd vervroegd geslacht en het Nederlandse leger moest uitgedroogde landerijen irrigeren om de schade te beperken.
Ook jonge bomen kregen het zwaar te verduren. Circa 1 miljoen eiken die pas waren aangeplant, verdorden in die zomer. Het KNMI noemt 1976 daarom een ijkpunt in de Nederlandse meteorologische geschiedenis, mede door de langdurige hittegolf van dat jaar.
Droogte begint niet meer netjes in april
De vergelijking met vroegere zomers wordt lastiger nu droogte ook buiten het traditionele groeiseizoen kan ontstaan. Het KNMI wijst erop dat meteorologische droogte door klimaatverandering vaker al vóór 1 april kan optreden.
Een droge winter of lente kan de voorraad al flink aantasten voordat boeren, natuurbeheerders en waterbeheerders de eerste echt warme zomerdagen zien.
Goed om te weten
Een neerslagtekort ontstaat wanneer er meer water verdampt dan er via regen bijkomt. Het zegt dus meer dan alleen hoeveel millimeter regen er is gevallen.
Over het onderzoek
Het KNMI heeft de berekening van het neerslagtekort in 2026 aangepast. Voorheen liep de officiële meetperiode van 1 april tot en met 30 september, omdat die vooral aansloot bij het groeiseizoen.
Vanaf dit jaar volgt het KNMI het tekort jaarrond, van 1 januari tot en met 31 december. Die vernieuwde droogtemonitoring moet eerder zichtbaar maken hoeveel water Nederland al vóór de zomer heeft verloren.
