Op 26 juni 2026 heeft het Indiase Department of Atomic Energy in Kalpakkam een installatie geopend die waterstof maakt met warmte uit een kernreactor. Daarmee zet India een nieuwe stap richting grootschalige, fossielvrije waterstof en wil het de technologie later opschalen.
India heeft een pilotinstallatie in gebruik genomen die waterstof produceert met warmte uit een snelle kweekreactor, een wereldprimeur die de rol van kernenergie in de waterstofketen opnieuw op scherp zet. Op de campus van het Indira Gandhi Centre for Atomic Research draait het proces mee op de Fast Breeder Test Reactor, een 40 MW thermische reactor die al sinds 1985 operationeel is. In plaats van elektriciteit gebruikt de installatie de koper-chloorcyclus, die bij circa 530 °C werkt en de CO₂-voetafdruk per kilo waterstof laag moet houden. De belofte van fossielvrije waterstof komt dichterbij, en India’s decennialange nucleaire strategie rond zelfstandigheid en duurzaamheid staat nadrukkelijker in de schijnwerpers.
Een wereldprimeur in Tamil Nadu
Kalpakkam ligt op de kust van Tamil Nadu, zo’n 70 kilometer ten zuiden van Chennai. De nieuwe installatie is neergezet als ‘pilot industrial’: een demonstrator die moet laten zien dat de techniek ook buiten het lab stabiel en veilig draait.
Bij het project zijn meerdere Indiase kerninstituten betrokken, waaronder het Bhabha Atomic Research Centre (BARC) in Mumbai en IGCAR in Kalpakkam. Zij mikken op een volledig in eigen land ontwikkelde keten, van reactor tot procesinstallatie en instrumentatie. Dat maakt dit ook een industriepolitiek project.
Hoe de technologie werkt
De koper-chloorcyclus is thermochemie in 4 stappen, met tussenproducten als CuCl en Cu2OCl2. Slechts 1 stap vraagt een beetje elektriciteit; de rest draait op proceswarmte.
Het proces werkt op ongeveer 530 °C, aanzienlijk lager dan alternatieven zoals de sulfur-iodinecyclus, die 850 tot 900 °C vraagt. Die lagere temperatuur vergroot het aantal reactorconcepten dat kan koppelen met waterstofproductie. In Kalpakkam gaat het om een natriumgekoelde snelle reactor, een type dat juist hoge-temperatuurwarmte kan leveren.
De uitstoot in deze pilot is berekend op 0,5 tot 1,35 kg CO₂ per kg H₂, afhankelijk van de procescondities. Ter vergelijking: de dominante wereldroute, stoomreforming van methaan, komt uit op 10 tot 12 kg CO₂ per kg waterstof.
Voor de Cu-Cl-route wordt een rendement van 30 tot 40 procent genoemd, tegenover 4 tot 6 procent voor de combinatie zonne-PV en elektrolyse. De geschatte kostprijs loopt nog uiteen: 1,28 tot 15,56 dollar per kg, omgerekend ongeveer 1,1 tot 13,3 euro per kg.
BARC werkte volgens eigen opgave meer dan 15 jaar aan industrialisatie, met nadruk op corrosiebestendige materialen, warmtewisselaars en meet- en regeltechniek voor zuren, gesmolten zouten en hoge temperaturen. De chemische basis is ouder: de Cu-Cl-cyclus werd in de jaren 2000 mede ontwikkeld door Atomic Energy of Canada Limited en het Amerikaanse Argonne National Laboratory. Nu wordt voor het eerst geprobeerd de hele keten als fabriek te laten draaien.
De Indiase nucleaire strategie
De waterstofdemonstrator sluit aan op een ouder plan: het drie-fasenprogramma van kernfysicus Homi Jehangir Bhabha uit de jaren 1950. De aanleiding was grondstoffenschaarste. India heeft naar schatting 1 tot 2 procent van de wereldwijde uraniumreserves, maar 12 tot 25 procent van de thoriumreserves. Het langetermijndoel is daarom een thorium-uranium-233-cyclus.
In fase 2 staan snelle kweekreactoren centraal. Een mijlpaal was de eerste criticiteit van de Prototype Fast Breeder Reactor (PFBR) op 6 april 2026; dat is een 500 MWe-reactor, ontworpen door IGCAR en gebouwd door BHAVINI. Met een commerciële fast breeder komt India in een kleine club: na Rusland (BN-600 en BN-800) zijn er weinig landen die dit op industriële schaal bedrijven.
Andere landen trokken juist de stekker uit vergelijkbare trajecten. Frankrijk stopte in 2019 met het Astrid-programma, Japan sloot Monju na jaren van problemen, en de VS beëindigden het Clinch River-project in de jaren 1980. India demonstreert nu zowel een snelle reactorlijn als een waterstofkoppeling, en zet het debat over nucleaire warmte weer op de kaart.
Ook de wetgeving is aangepast. In 2025 werd de SHANTI Act aangenomen (Sustainable Harnessing and Advancement of Nuclear Energy for Transforming India), die het kader moderniseert en voor het eerst gereguleerde private deelname mogelijk maakt, naast internationale samenwerking. Tegelijk ontwikkelt BARC eigen SMR-ontwerpen: de BSMR-200 (200 MWe) en de SMR-55 (55 MWe).
Daarnaast ligt er een apart waterstofreactorproject: een High-Temperature Gas-cooled Reactor van 5 MWth die specifiek voor waterstofproductie bedoeld is en op de BARC-campus in Vizag (Andhra Pradesh) moet komen. Die combinatie van snelle reactoren, SMR’s en een HTGR wijst op een brede technologieportfolio, met waterstof als expliciet eindproduct.
Wat betekent dit voor waterstofproductie?
Naast de PFBR op dezelfde campus komt een demonstrator met een capaciteit van 3.000 normaal liter waterstof per uur. Daarmee schuift het project op van laboratoriumbewijs naar een keten met een nieuwe reactor.
Ajit Kumar Mohanty, secretaris van het Department of Atomic Energy en voorzitter van de Atomic Energy Commission, koppelde de demonstrator expliciet aan opschaling: “De integratie van kernenergie met opkomende schone-energietechnologieën, zoals waterstofproductie, vertegenwoordigt een strategische route naar een duurzame energietoekomst.” Kernenergie levert naast stroom ook proceswarmte, en juist die warmte is schaars in een industrie die wil elektrificeren.
Het Internationaal Energieagentschap (IEA) schatte de wereldwijde waterstofproductie in 2023 op 97 miljoen ton, waarvan minder dan 1 procent koolstofarm was. In dezelfde analyse staat een orde van grootte voor 2050 van 660 miljoen ton per jaar, vooral gedreven door industrie.
Een voorbeeld dat de wereld kan volgen?
De EU bouwt aan waterstofmarkten met strikte duurzaamheidsdefinities, terwijl kernenergie politiek verdeeld blijft en de discussie over ‘nucleaire’ waterstof in meerdere lidstaten gevoelig ligt. Nederland zit daar middenin, met plannen voor nieuwe kerncentrales en tegelijk een waterstofagenda voor industrieclusters.
De Indiase demonstrator laat vooral zien dat de kernvraag verschuift van elektriciteit naar warmte: wie kan hoge-temperatuurwarmte betrouwbaar leveren zonder CO₂, tegen voorspelbare kosten. De komende test is de bouw en exploitatie van de demonstrator van 3.000 normaal liter per uur naast de PFBR, plus het geplande 5 MWth HTGR-project in Vizag. Als daar continuïteit en materiaalbestendigheid overeind blijven, ontstaat een exporteerbare blauwdruk die ook in Europese debatten technisch concreet wordt.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
