Op vrijdag 26 juni presenteerde het kabinet-Jetten het langverwachte stikstofpakket, na maanden voorbereiding door een ministeriële taskforce onder leiding van landbouwminister Jaimi van Essen. Het plan moet een einde maken aan wat in Den Haag inmiddels het “stikstofslot” heet: de bestuurlijke impasse waardoor vergunningen voor boeren, woningbouw en industrie al jaren vastlopen.
De kern van het pakket
Het kabinet kiest voor een fundamenteel andere systematiek. In plaats van te kijken naar de kritische depositiewaarde wil het kabinet per sector doelen voor minder uitstoot vastleggen. Voor de landbouw gaat het om 42 tot 46% minder stikstofuitstoot in 2035 vergeleken met 2019, voor industrie en vervoer om 50% minder uitstoot. Deze omstreden kritische depositiewaarde (KDW) verdwijnt in oktober 2026 uit de wet via een spoedwet, die de KDW vervangt door wettelijke emissiedoelen.
Voor de melkveehouderij komt er een concrete bedrijfsnorm: 0,164 kilo ammoniak per fosfaatrecht in 2035, gebaseerd op wat ondernemers met de best beschikbare technieken realistisch kunnen bereiken. Voor varkens-, pluimvee- en kalverhouderij volgen vergelijkbare normen begin 2027. Daarnaast komt er een grondgebondenheidsnorm voor melkveehouders, gekoppeld aan de hoeveelheid land die een bedrijf heeft.
Opvallend is de zonering rond natuurgebieden: een zone van 1 kilometer rond de 15 meest gevoelige Natura 2000-gebieden en 500 meter rond 85 andere gevoelige gebieden, met als doel emissies landelijk met 20 procentpunt extra te verlagen. In deze zones moeten boeren volgens het plan innoveren, extensiveren, verplaatsen of stoppen, met ruim 9 miljard euro beschikbaar als ondersteuning.
Voor industrie en mobiliteit reserveert het kabinet 250 miljoen euro, gericht op een reductie van 50% van de NH3-emissies in de industrie en 50% van de NOx-emissies in de mobiliteit in 2035. In totaal trekt het kabinet de komende jaren rond de 20 miljard euro uit, ondergebracht in een hersteld stikstoffonds voor natuurherstel, gebiedsontwikkeling en de landbouwtransitie.
Ook een gevoelig dossier krijgt aandacht: PAS-melders, boeren die jarenlang zonder geldige vergunning zaten door een eerdere juridische omslag. Het kabinet wil hen via maatwerk alsnog legaliseren, mede met de invoering van een “rekenkundige ondergrens” die kleine stikstofbijdragen vrijstelt van vergunningplicht.
Reacties: verdeeldheid langs bekende lijnen
De reacties laten een scherpe tweedeling zien tussen de agrarische sector en de natuurbeweging, met werkgevers en provincies er positiever tussenin.
LTO Nederland, de grootste boerenorganisatie, is overwegend kritisch. Voorzitter Ger Koopmans noemt vooral de zonering rond natuurgebieden en de grondgebondenheidsnorm “onbegrijpelijk en disproportioneel”. Tegelijk erkent LTO ook positieve elementen, zoals het uit de wet halen van de kritische depositiewaarde en het invoeren van een rekenkundige ondergrens. Koopmans benadrukt vooral dat boeren alleen stappen kunnen zetten als de vergunningverlening daadwerkelijk weer op gang komt, en vindt dat de kabinetsbrief dat niet duidelijk maakt.
Fellere kritiek komt van Agractie, een kritischer boerenorganisatie dan LTO. Volgens voorman Erik Luiten maken de plannen het vrijwel onmogelijk om te blijven boeren en sturen ze aan op het verdwijnen van een groot aantal veehouders in Nederland.
Aan de andere kant van het spectrum reageert milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) met gemengde, maar overwegend kritische gevoelens. Voorman Johan Vollenbroek noemt het pakket “niet ingrijpend en daadkrachtig genoeg” en stelt dat de wettelijke stikstofdoelen buiten bereik blijven. Volgens MOB ademen de plannen nog steeds de geest van vrijwilligheid, terwijl dat de afgelopen jaren niet heeft gewerkt. Vollenbroek dreigt opnieuw te gaan procederen als het natuurherstel onvoldoende blijkt, al noemt hij de bufferzones zelf wel een positief signaal.
Natuurmonumenten klinkt positiever. Directeur Jeroen de Koe hoopt dat het pakket “het begin van het einde van de natuur- en stikstofcrisis” is en is te spreken over de keuze voor stevige zones en grondgebonden landbouw.
Werkgeversorganisaties VNO-NCW en MKB-Nederland zijn enthousiast. Voorzitter Coen van Oostrom van VNO-NCW stelt dat het kabinet de deur open zet naar het verbeteren van het investeringsklimaat, zodat ondernemers weer aan de slag kunnen met woningbouw en de energietransitie.
Provincies steunen de aanpak “in de basis”, aldus het Interprovinciaal Overleg, al moet de verdere uitwerking nog grotendeels samen met hen plaatsvinden. In de Tweede Kamer reageren coalitiepartijen D66, VVD en CDA overwegend positief; CDA’er Tijs van den Brink spreekt van “stevige ingrepen, maar met het perspectief dat de vergunningverlening op gang komt, boeren duidelijkheid krijgen en natuurherstel kan plaatsvinden”.
PRO noemt de stikstofmaatregelen van het kabinet een stap in de goede richting en zegt die te steunen. Maar afzwakking van de vrijdag aangekondigde plannen vindt de partij „niet acceptabel”. Oppositiepartij BBB is fel tegen en noemt de plannen “een frontale aanval op de Nederlandse landbouw”. Ook de SGP is kritisch op de zonering en de grondgebondenheidsnorm, terwijl ChristenUnie aandringt op snellere actie rond de vergunningverlening.
Wat nu?
Het pakket is nog geen wet. Het Planbureau voor de Leefomgeving rekent de plannen de komende tijd door, met resultaten na de zomer. De spoedwet die de KDW uit de wet haalt, moet in oktober naar de Tweede Kamer, waarna debat en parlementaire behandeling volgen, inclusief een advies van de Raad van State. Tot die tijd blijft onduidelijk hoe snel de vergunningverlening daadwerkelijk weer op gang komt, en dat blijft voor zowel boeren als natuurorganisaties het belangrijkste pijnpunt.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
