In een rapport van 4 maart 2026 ziet de Algemene Rekenkamer tussen 2012 en 2024 nauwelijks verbetering in de concentraties van vijftien schadelijke industriƫle stoffen in rijkswateren. Vicepresident Barbara Joziasse waarschuwt dat het missen van de KRW-normen in 2027 kan leiden tot EU-boetes of subsidiekortingen.
Stilstand na 12 jaar aanpak
In het rapport Focus op industriĆ«le lozingen kijkt de Algemene Rekenkamer verder dan bekende namen als PFOS: de selectie bevat ook kankerverwekkende PAK’s, lood, kwik en dioxine. Het gaat om stoffen die in het water al bij lage concentraties schadelijk kunnen zijn voor ecosystemen en via de keten ook bij mensen kunnen belanden.
De Rekenkamer kijkt naar de trend per stof over 2012-2024 en komt uit op een scheef beeld: bij de meeste meetpunten laat slechts 1 stof een verbetering zien. Daartegenover staan drie stoffen met achteruitgang en negen stoffen waarbij vooral stilstand is vastgesteld; bij twee stoffen werd te weinig gemeten om conclusies te trekken.
Waterkwaliteit versus Europese normen
Een onderzoeker haalt een schepnet met sediment uit het oppervlaktewater voor waterkwaliteitsmonitoring. Beeld: Wageningen University & Research.
De vijftien stoffen vallen binnen een Europese lijst van 122 prioritaire schadelijke stoffen die onder de Kaderrichtlijn Water moeten worden teruggedrongen. Nederland heeft zich in 2000 aan die Europese waterdoelen gecommitteerd.
“Als Nederland in 2027 niet aan de Europese normen voldoet waar we ons in 2000 aan hebben gecommitteerd, bestaat het risico op boetes van de Europese Commissie of kortingen op Europese subsidies.”
Barbara Joziasse, vicepresident Algemene Rekenkamer
De Rekenkamer koppelt de voortgang expliciet aan mogelijke financiƫle gevolgen vanuit de Europese Commissie. De actualisatie van regels en vergunningen vergt in de praktijk vaak jaren.
Goed om te weten
De Europese Kaderrichtlijn Water werkt met normen per stof: een waterlichaam kan op meerdere stoffen tegelijk tekortschieten, zonder dat ƩƩn hoofdoorzaak alles verklaart.
Drinkwater: kwetsbaar waar het snel moet schakelen
In Nederland komt ongeveer 40% van het drinkwater uit oppervlaktewater uit de Rijn, de Maas en het IJsselmeer. Als de rivierkwaliteit plots verslechtert, moet een innamepunt stilgezet of een alternatieve bron aangesproken worden, zoals het RIVM (2022), de ILT (2024) en het Compendium voor de Leefomgeving (2025) beschrijven.
Waterleidingmaatschappij Limburg (WML) moest de drinkwaterwinning uit de Maas stopzetten nadat het water vervuild bleek met het bestrijdingsmiddel propamocarb, afkomstig uit Walloniƫ. De inname lag ruim 4 weken stil, mede doordat de Maasafvoer extreem laag was: 8 m3/s, waar 100-150 m3/s gebruikelijk is.
Ook Dunea zette de winning van drinkwater uit de Maas voorlopig stop na een gemeten piek van het onkruidbestrijdingsmiddel tebutylazine nabij de Belgische grens. Het bedrijf schakelde tijdelijk over op water uit de Lek.
Waarom handhaven lastig blijft zonder compleet overzicht
De Rekenkamer concludeert dat Rijkswaterstaat geen centraal datasysteem heeft waarin bedrijven, vergunningen, toegestane lozingshoeveelheden en feitelijke lozingen samenkomen. Daardoor heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat beperkt zicht op wie wat loost in rijkswateren, en wordt gericht bijsturen op basis van data moeilijker.
In 2025 stelde de Rekenkamer vast dat bij 44% van de lozingsvergunningen de laatste herzieningsdatum onbekend is. Bij minimaal 8% is de laatste herziening al lang geleden, wat de kans vergroot dat vergunningen achterlopen op actuele inzichten over risico’s en techniek.
Voormalig minister Tieman erkent in zijn bestuurlijke reactie tekortkomingen rond VTH-informatie en verouderde systemen en meldt dat Rijkswaterstaat in 2026 investeert in een nieuw informatiesysteem. Dat systeem moet eind 2026 in gebruik worden genomen.
Rekening voor de samenleving, deadlines voor bedrijven
Natuur en Milieu schatte in 2025 dat industriƫle watervervuiling Nederland jaarlijks minstens 7 miljard euro kost. Die schatting gaat over maatschappelijke kosten, zoals schade aan natuur en gevolgen voor waterbeheer, en landt uiteindelijk bij publieke partijen en gebruikers.
De vergunningactualisatie loopt met twee snelheden. Voor IPPC-bedrijven moet die in 2027 zijn afgerond; voor andere bedrijven loopt de actualisatie door tot 2033.
Als het nieuwe informatiesysteem van Rijkswaterstaat eind 2026 draait, valt in 2027 voor het eerst te toetsen of betere data ook sneller leidt tot aangescherpte vergunningen voor IPPC-bedrijven, terwijl de rest van het bedrijfsleven tot 2033 in dezelfde herzieningsronde blijft zitten.

