
Op de First Conference on Transitioning Away from Fossil Fuels, gehouden in het Colombiaanse Santa Marta presenteert Colombia ’s werelds eerste nationale routekaart voor een volledige fossiele uitfasering, een plan dat een reductie van 90% beoogt in zowel fossiel energiegebruik als emissies. Tegelijkertijd werd de Science Panel for the Global Energy Transition (SPGET) gelanceerd, een coalitie van wetenschappers die landen voortaan van concrete, beleidsrelevante adviezen moet voorzien.
“We bevinden ons op een uniek moment in de geschiedenis”, zei klimaatwetenschapper Johan Rockström bij de lancering. “Energieonafhankelijkheid gaat niet alleen over het vermijden van een klimaatramp, maar over het bouwen van welvarendere, rechtvaardigere en veerkrachtigere samenlevingen.”
De conferentie vertegenwoordigt 57 landen, goed voor meer dan de helft van het wereldwijde bbp, 30% van de wereldbevolking, maar slechts 20% van de fossiele brandstofproductie. Santa Marta vertegenwoordigt zo vooral de spelers die er nauwelijks toe doen en loopt het risico een volgend station te worden in een lange reeks van halfslachtige afspraken en gemiste kansen. Voor de optimisten is het een kans op het begin van een omslag. De toekomst zal het leren.
Wat aan Santa Marta vooraf ging:
Kyoto (1997): een te smalle start
Het Kyoto-protocol was de eerste serieuze poging om bindende klimaatafspraken te maken. Maar het akkoord richtte zich slechts op een beperkte groep industrielanden, waardoor grote fossiele economieën buiten schot bleven. Kyoto was geen expliciete uitfaseringsconferentie, maar wel een vroege gemiste kans om het mondiale klimaatsysteem breed en krachtig aan te pakken.
Parijs (2015): historisch, maar fossielvrij?
Het Klimaatakkoord van Parijs werd wereldwijd gevierd als een historische doorbraak — voor zover het een gedeelde temperatuurdoelstelling betrof. Maar fossiele brandstoffen werden er nauwelijks expliciet in benoemd, laat staan dat er een bindende uitfaseringsdatum werd vastgelegd. Parijs legde de basis voor een transitie richting netto-nul, maar liet de kern van het probleem ongemoeid.
Glasgow (2021): de duidelijkste misser
COP26 in Glasgow werd door velen van tevoren bestempeld als de conferentie waar het eindelijk moest gebeuren. De kernvraag — hoe komen we van fossiele brandstoffen af? — bleef echter grotendeels onbeantwoord. Harde, bindende afspraken over uitfasering kwamen er niet. Glasgow staat sindsdien bekend als de meest duidelijke gemiste kans in de klimaatdiplomatie.
Dubai (2023): woorden zonder daad
Op COP28 in Dubai verscheen voor het eerst in een eindtekst de formulering van een “transitie weg van fossiele brandstoffen”. Historisch op papier — maar zonder concrete uitfaseringsafspraak of bindende tijdlijn bleef het bij symboliek. Veel waarnemers spraken van een tandeloze erkenning.
Belém (2025): fossiel verdwijnt zelfs uit de tekst
COP30 in Belém bereikte een nieuw dieptepunt: de eindtekst noemde fossiele brandstoffen helemaal niet meer, ondanks aanhoudende druk voor een concrete routekaart. Een stap terug, zelfs ten opzichte van Dubai.
De rode draad
De geschiedenis van klimaattoppen laat een hardnekkig patroon zien: landen erkennen steeds vaker dat een energietransitie noodzakelijk is, maar politieke blokkades en de afwezigheid van bindende afspraken zorgen er keer op keer voor dat echte uitfasering wordt afgezwakt of uitgesteld. Of Santa Marta het begin van een echte kentering markeert, of slechts de zoveelste belofte blijft, zal de komende jaren moeten blijken.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
