Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Grote problemen krijgen vaak een simpele schuldige: de burger. Bij klimaatverandering hoor je al jaren dat jouw auto, jouw vlucht of jouw vlees de aarde opwarmt. Bij sociale media hoor je dat kinderen zelf maar van het scherm moeten blijven. Nu klinkt bij AI een vergelijkbaar geluid, niet de techniek is het probleem, maar de mens die hem misbruikt. Dit artikel laat zien waar die framing vandaan komt, en wie er echt aan de knoppen zit.
Een intense blik op het scherm gericht. Foto: iStock – gorodenkoff
Daar gaan we weer. Dat was mijn eerste reflex toen ik dit artikel op CNN opende. Het is niet de fout van de industrie dat dingen fout gaan, nee, het is jouw schuld, want jij gebruikt hun producten. Burgers en consumenten worden in een systeem gepiepeld waar ze nauwelijks uit kunnen ontsnappen en krijgen daar vervolgens de schuld van in de schoenen geschoven. En de geniussen die de knoppen manipuleren pleiten zichzelf vrij. Mooie boel. Maar waar ligt de grens?
Een bekende truc
Het idee is simpel. Een bedrijf verkoopt een product. Dat product veroorzaakt schade. In plaats van die schade toe te geven, wijst het bedrijf naar de gebruiker. Jij rijdt te veel auto. Jouw kind zit te veel op het scherm. Jij klikt op de verkeerde link.
Deze truc heeft een naam, individualisering van verantwoordelijkheid. En hij is niet nieuw.
Hoe BP de klimaatdiscussie kaapte
In 2004 lanceerde olieconcern BP een rekentool. Daarmee kon iedereen de eigen CO2-voetafdruk berekenen. De term bestond al, bedacht door onderzoekers Mathis Wackernagel en William Rees. Maar BP maakte het begrip wereldberoemd, met hulp van reclamebureau Ogilvy & Mather.
De boodschap was duidelijk. Ga op een koolstofdieet. Rij minder. Vlieg minder. Verander je gedrag. Ondertussen bleef BP gewoon olie en gas verkopen, op enorme schaal.
Socioloog Riley Dunlap noemt landen met een sterke traditie van individualisme een vruchtbare voedingsbodem voor dit verhaal. Mensen accepteren daar makkelijker dat een maatschappelijk probleem hun persoonlijke schuld is.
Wat de olie-industrie allang wist
Het meest wrange is dit. Terwijl BP en andere oliebedrijven de aandacht op de consument richtten, wisten ze zelf al decennia hoe ernstig het probleem was.
Onderzoekers van Humble Oil, een voorloper van ExxonMobil, legden al in de jaren vijftig een verband tussen fossiele brandstoffen en een stijgende CO2-concentratie in de atmosfeer. De Amerikaanse belangenorganisatie van de olie-industrie, het American Petroleum Institute, wist het volgens onderzoek al sinds 1959.
In 1977 waarschuwde Exxon-wetenschapper James Black het management. Hij zei dat er wetenschappelijke consensus was, de mens beïnvloedt het klimaat door de verbranding van fossiele brandstoffen. In 1982 maakte Exxon een intern rapport van veertig pagina’s. De voorspellingen daarin komen opvallend goed overeen met de opwarming die we nu meten.
Ook Shell wist het. In 1986 schreef het bedrijf een vertrouwelijk rapport van bijna honderd pagina’s. Daarin stond dat de opwarming van de aarde tot “de grootste veranderingen uit de geschiedenis” zou leiden, met verwoestende overstromingen en gedwongen migratie tot gevolg. Het rapport bleef geheim tot een Nederlandse journalist het in 2018 naar buiten bracht.
Publiekelijk bleven deze bedrijven jarenlang twijfel zaaien over de wetenschap. Klimaatonderzoeker Bob Ward vergelijkt dit met de tabaksindustrie. Die ontkende decennialang dat roken kanker veroorzaakt, terwijl de eigen onderzoekers het tegendeel al lang wisten.
Hetzelfde patroon bij sociale media
In 2021 lekte oud Facebook-medewerker Frances Haugen duizenden interne documenten. Daaruit bleek dat Meta zelf onderzoek had gedaan naar de invloed van Instagram op tienermeisjes. De uitkomst was niet mals. Volgens dat onderzoek kreeg 13,5 procent van de Britse tienermeisjes vaker suïcidale gedachten na Instagram-gebruik. Bij 17 procent verergerden eetstoornissen.
Nog opvallender, Facebook’s eigen onderzoek liet zien dat meisjes die zich slechter gingen voelen door de app, de app juist vaker gingen gebruiken. Het platform is zo gebouwd dat het blijft trekken, ook als dat schadelijk is.
Haugen vertelde de Amerikaanse Senaat dat Facebook telkens koos voor winst boven veiligheid. Toch veranderde er in de kern weinig aan het ontwerp van de apps zelf. De eindeloze scroll bleef. De meldingen bleven. De algoritmes die aandacht maximaliseren, bleven gewoon draaien.
De oplossing: niet het algoritme, maar het kind aanpakken
In plaats van die algoritmes te veranderen, kiezen overheden voor een andere aanpak. Sinds 10 december 2025 mogen jongeren onder de 16 in Australië geen account meer hebben op platforms als Instagram, TikTok, Snapchat en YouTube. Landen als Indonesië, Maleisië, Brazilië en China volgden. Ook het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Noorwegen, Canada en Denemarken overwegen soortgelijke maatregelen.
De wetten verplichten platforms wel om jonge gebruikers te weren. Maar ze verplichten niets aan het ontwerp zelf. De eindeloze scroll blijft. De meldingen blijven. De algoritmes die aandacht vasthouden, blijven gewoon draaien, voor iedereen die wel oud genoeg is. De oplossing ligt zo niet bij het bedrijf dat het product verslavend maakte, maar bij het kind dat het niet meer mag gebruiken.
Nu gebeurt er iets vergelijkbaars bij AI
Begin augustus 2026 meldde CNN dat AI-modellen van OpenAI, Anthropic en Meta tijdens testen zelf internettoegang namen en inbraken bij andere bedrijven. Anthropic ontdekte dat zijn eigen modellen bij drie bedrijven hadden ingebroken. Bij een test van het Britse AI Security Institute probeerde een geavanceerd model zelfs met valse identiteiten echte mensen te misleiden.
Een belangrijke kanttekening hierbij, dit gebeurde onder bewust verzwaarde testomstandigheden. OpenAI had de gebruikelijke beperkingen tegen risicovolle cyberactiviteit uitgezet. Anthropic testte zonder de standaard veiligheidsmaatregelen die gewone gebruikers wel hebben. Onderzoekers doen dat juist om te zien hoe ver een model kan gaan, niet omdat dit normaal gebruik is.
Toch luidt de boodschap in datzelfde CNN-artikel, niet de AI is het grootste probleem, het zijn de mensen. Onderzoeker Oren Etzioni zegt dat we vooral op de mensen moeten letten, AI is volgens hem slechts het gereedschap. Criminelen gebruiken AI om phishing, malware en oplichting te automatiseren. Eén op de vier datalekken werd het afgelopen jaar mede veroorzaakt door AI, meldt IBM. Amerikanen verloren vorig jaar meer dan 893 miljoen dollar aan AI-gerelateerde oplichting, aldus de FBI.
Dat criminelen AI misbruiken, is een feit. Maar de framing “het zijn de mensen” schuift makkelijk op naar een breder verhaal. Wij, gewone gebruikers, zijn dan onvoorzichtig. Wij trappen in nepvideo’s. Wij moeten onszelf beter beschermen. Net als bij klimaatverandering en sociale media verschuift de aandacht zo van het product naar de gebruiker.
Wie zit er dan wel aan de knoppen
Een kleine groep techbedrijven beslist in hoog tempo hoe krachtig AI-systemen worden. Diezelfde bedrijven bepalen wanneer een systeem wordt uitgebracht. En hoeveel veiligheidstests daaraan voorafgaan. Ze concurreren fel met elkaar om de markt. Snelheid levert voordeel op, zorgvuldigheid kost tijd.
Nobelprijswinnaar Geoffrey Hinton, bekend als de peetvader van AI, waarschuwde onlangs dat er meer van dit soort incidenten aankomen. Het Witte Huis sprak vorige week met de grote AI-bedrijven over een raamwerk waarbij de overheid nieuwe modellen vooraf zou kunnen beoordelen.
Meer dan twaalfhonderd mensen uit de sector ondertekenden onlangs een open brief. Onder hen Anthropic-topman Dario Amodei. Ze roepen op tot een langzamer, door de overheid gereguleerd tempo van AI-ontwikkeling. Dat is opvallend. Mensen die zelf binnen deze bedrijven werken, vinden het tempo blijkbaar te hoog.
Een eerlijke kanttekening
Bij geen van de drie voorbeelden is het verhaal helemaal zwart-wit.
Bij de olie-industrie bestaat hard bewijs, interne memo’s waarin bedrijven decennialang wisten wat ze publiekelijk ontkenden. Bij Facebook en Instagram ligt dat genuanceerder. Een deel van Haugen’s cijfers komt uit kleine steekproeven, soms enkele tientallen tieners, en onafhankelijk grootschalig onderzoek naar schermtijd en mentale gezondheid geeft een minder eenduidig beeld. Dat betekent niet dat er niets aan de hand is, maar wel dat de claim “ze wisten het en verzwegen het” sterker klinkt dan het bewijs op elk punt toelaat.
Bij AI-bedrijven is dat evenmin zo scherp aangetoond. De recente incidenten met OpenAI, Anthropic en Meta zijn juist door die bedrijven zelf naar buiten gebracht, onder testomstandigheden die ze zelf verzwaarden om risico’s op te sporen. Dat is een ander patroon dan decennialang bewust ontkennen. Veel waarschuwingen over de risico’s van AI komen bovendien juist van mensen binnen die bedrijven zelf.
Ook is het niet zo dat individueel gedrag er helemaal niet toe doet. Alert zijn op phishing, kritisch kijken naar een verdachte video, minder schermtijd voor een kind, dat helpt allemaal wel degelijk. Net zoals minder vliegen of minder vlees eten een klein verschil maakt voor het klimaat.
Het punt is niet dat burgers of kinderen geen enkele rol spelen. Het punt is dat de nadruk op individuele verantwoordelijkheid vaak onevenredig groot is. Terwijl de partijen met de meeste macht, het meeste geld en de meeste kennis het minst worden aangesproken op de gevolgen van het gebruik van hun product.
Grote, machtige spelers hebben een structureel belang bij een simpel verhaal en het probleem ligt bij jou. Dat verhaal was misleidend bij klimaatverandering, het speelt nu bij sociale media, en het duikt weer op bij AI. Maar wie aan de knoppen zit dient de grootste verantwoordelijkheid te dragen. En zo ver zijn we helaas nog lang niet.
