Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Op de Paardenmarkt voor Knokke-Heist liggen ook mosterdgasgranaten uit de Eerste Wereldoorlog. De overheid houdt de stortplaats in de gaten, maar mogelijke gevolgen voor de menselijke gezondheid zijn nog nauwelijks onderzocht.
Zou deze man weten dat hij over een munitiedumpplaats uitkijkt? Foto: iStock – Credit:worldwidephotoweb
Vanaf het strand bij Knokke-Heist is niet te zien wat er onder de zeebodem ligt. Tussen november 1919 en mei 1920 dumpten de Belgische autoriteiten er munitie uit de oorlog, waaronder naar schatting 10.000 ton chemische munitie. De vergeten stortplaats kwam in 1971 door baggerwerken weer in beeld; een jaar later vonden duikers op zeventien plekken granaten. Het in 2024 afgeronde onderzoeksproject DISARM bracht nieuwe inzichten en liet ook vragen over de veiligheidsrisico’s open.
De zeebodem houdt de granaten uit het zicht
De afstand tot de stortplaats hangt af van waar je meet: sommige bronnen noemen 500 meter vanaf het strand, het Belgische gezondheidsministerie houdt het op ongeveer 1 kilometer voor de kust. Op die korte afstand ligt naar schatting 35.000 ton munitie, grotendeels van Duitse makelij. De Paardenmarkt is daarmee de grootste bekende Belgische stortplaats van dit type.
De granaten liggen inmiddels onder een dikke laag slib. Die ontstond nadat bij de uitbreiding van de haven van Zeebrugge in 1972 de zeestroming veranderde. Dat slib onttrekt de munitie aan het zicht en maakt het ook lastig om vanaf het water te beoordelen wat er precies op de bodem gebeurt.
Wat er ligt, blijkt giftiger dan gedacht
Onderzoek uit 2013 liet zien dat de stortplaats groter en giftiger was dan eerder aangenomen. Later onderzoek wees er bovendien op dat de gedumpte munitie hoogstwaarschijnlijk vrijwel uitsluitend uit gifgasgranaten bestaat, vooral granaten met mosterdgas. Het gaat om verschillende inschattingen van de munitie onder de zeebodem.
Berging van de munitie is een optie. Patrick Roose van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen stelde dat berging technisch mogelijk is. Maar bij zo’n grote hoeveelheid oude munitie spelen de kosten en de risico’s van de operatie mee. Het verplaatsen van granaten met chemische inhoud vraagt nu eenmaal iets anders dan ze onder het slib laten liggen.
Een bedrag voor de volledige berging is niet vastgesteld. Ook is er geen startdatum voor een opruimoperatie aangekondigd. Voorlopig blijft de aanpak dus gericht op het volgen van de toestand ter plekke, in plaats van het in één keer weghalen van de munitie.
Ook voor Nederland telt wat er in de Noordzee gebeurt
De Belgische overheid houdt de Paardenmarkt regelmatig in de gaten. Dat is ook aan deze kant van de grens relevant: Nederland en België delen de Noordzee, met visserij en scheepvaart die niet ophouden bij een lijn op de kaart. Of stoffen uit deze stortplaats Nederland bereiken of gevolgen hebben voor de visserij, is niet vastgesteld.
De uitkomsten van het onderzoek geven meer zicht op de munitie, maar beantwoorden niet elke vraag over veiligheid. Zolang er geen opruiming is gepland, blijven metingen op en rond de Paardenmarkt nodig om veranderingen te kunnen volgen.
Over het onderzoek
Het project DISARM bracht onderzoekers uit verschillende vakgebieden bijeen om de stortplaats te bestuderen. Na vier jaar onderzoek werden de eindresultaten in mei 2024 gepresenteerd. Het Fonds Wetenschappelijk Onderzoek – Vlaanderen financierde het project; het Vlaams Instituut voor de Zee maakte de mede door T. Missiaen geschreven resultaten bekend.
DISARM leverde nieuwe inzichten op in de chemische samenstelling van de munitie en de verspreiding ervan op de Paardenmarkt. Het vierjarige onderzoek maakt tegelijk duidelijk waar vervolgwerk nodig is. Mogelijke veiligheidsbedreigingen en effecten op de menselijke gezondheid zijn volgens het in mei 2024 gepresenteerde eindrapport nog niet of slechts voorlopig onderzocht.
