Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Op de Paardenmarkt, een zandbank voor Knokke-Heist, ligt naar schatting 35.000 ton munitie uit de Eerste Wereldoorlog begraven. Een deel bevat gifgas, en lekkende stoffen in het gebied worden al jaren gemonitord.

chemisch afval

Als chemisch afval loskomt van de zeebodem, wordt het extra gevaarlijk. Foto: iStock – Jeffrey Lee

Een anker laten zakken of een net uitwerpen: op een afgebakend stuk Noordzee voor Knokke-Heist mag het niet, omdat de bodem er een erfenis van de oorlog verbergt. Tussen november 1919 en mei 1920 voeren schepen er dagelijks naartoe om gevaarlijke voorraden af te voeren, nadat ongelukken bij opslag op land dodelijke gevolgen hadden gehad. Inmiddels ligt alles onder een laag van twee tot vier meter zand en slib, maar corrosie en gemeten lekkages houden de discussie over laten liggen of ingrijpen levend.

Wat er precies in die granaten zit, blijft een nare verrassing

De Paardenmarkt ligt op ongeveer 1 tot 1,5 kilometer uit de kust. Lange tijd ging men ervan uit dat circa een derde van de stort uit chemische munitie bestond, maar een archiefonderzoek uit 2013 zette dat beeld flink op scherp: mogelijk bestaat vrijwel de hele voorraad uit gifgasgranaten.

Het gaat onder meer om mosterdgas, chloropicrine, fosgeen, difosgeen en arseenverbindingen. Mosterdgas is daarbij de bekendste stof: het kan ernstige brandwonden veroorzaken aan huid, ogen en luchtwegen.

  • Mosterdgas was bedoeld als chemisch strijdmiddel.
  • Fosgeen en difosgeen tasten vooral de longen aan.
  • Arseenverbindingen zoals Clark werden eveneens in granaten gebruikt.

Conventionele granaten konden worden opgeblazen, deze niet

Na de oorlog werden veel gewone granaten gecontroleerd vernietigd. Chemische munitie was daarvoor te gevaarlijk, waardoor de overheid koos voor dumping op zee. Zo kwam de Paardenmarkt in beeld, net buiten Knokke-Heist.

De stortplaats verdween daarna uit beeld, tot baggerwerken bij Zeebrugge haar in 1971 opnieuw blootlegden. Duikers van de Zeemacht troffen in 1972 op zeventien verschillende plekken munitie en gifgasgranaten aan.

Goed om te weten
De zand- en sliblaag boven de munitie ontstond nadat havenwerken in Zeebrugge in 1972 de zeestroming veranderden.

De lekkage is meetbaar, al blijft het risico meestal laag

Sinds 2019 meten het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen en de Beheerseenheid Mathematisch Model Noordzee lekkages van mosterdgas en TNT. Het gaat om lage concentraties, maar de omhulsels van een deel van de granaten zijn niet langer volledig dicht.

De meetreeks tussen 2021 en 2023 vond giftige stoffen in 85 procent van de sedimentmonsters en in 91 procent van de monsters van water vlak boven de zeebodem. Op de meeste meetlocaties bleef het ecotoxicologische risico, het gevaar voor planten en dieren, verwaarloosbaar.

Corrosie gaat door, en juist daardoor kan de situatie plaatselijk veranderen. De monitoring loopt daarom permanent door.

De Noordzee houdt de rekening open

Een bergingsoperatie kan het grootste gevaar opleveren. Als een sterk aangetaste granaat openscheurt tijdens het verplaatsen, kan een grote hoeveelheid gifstof vrijkomen.

Er geldt daarom een beleid van niet aanraken. Het gebied is gemarkeerd met boeien en vormt een vijfhoekig verbodsgebied van ongeveer 3 vierkante kilometer, waar vissen en ankeren verboden zijn.

De Noordzee is één verbonden zeegebied, met visserij, scheepvaart, zandwinning en natuur die zich weinig aantrekken van landsgrenzen.

Eind 2024 richtten Defensie, het KBIN en het Directoraat-generaal Scheepvaart de Paardenmarkt Steering Group op. Deskundigen van onder meer het Vlaams Instituut voor de Zee en de Universiteit Gent moeten adviseren over nieuwe meetmethoden en mogelijke oplossingen.

Over het onderzoek

Marien geoloog Tine Missiaen van het Renard Centre of Marine Geology aan de Universiteit Gent onderzocht in 2013 historische documenten en overheidsarchieven. Dat werk maakte duidelijk waarom de eerdere schatting van één derde chemische munitie waarschijnlijk te laag was.

Het DISARM-project onderzocht vervolgens tussen 2021 en 2023 bodemsediment en water in de zeebodem rond de stortplaats. Die metingen vormen nu de basis voor het vervolgadvies van de Paardenmarkt Steering Group, die eind 2024 werd opgericht.