Claire Parfitt stuurt vanuit ESA’s technologiecentrum in Nederland teams aan die werken aan toekomstige Marsverkenning. Ze was betrokken bij de ExoMars-rover Rosalind Franklin, die nu op de planning staat voor lancering in 2028.
Als tiener begon Claire Parfitt in een bezoekerscentrum in Leicester met het schrobben van een ruimte-toilet, een ogenschijnlijk klein bijbaantje dat haar route richting de Europese ruimtevaart zou bepalen. Na een studie natuurkunde en een PhD in ruimtevaartsysteemtechniek stuurt ze nu, als Systems Team Leader bij ESA’s Concurrent Design Facility (CDF), vanuit Noordwijk teams aan die zich bezighouden met toekomstige Marsverkenning, terwijl 2028 als belangrijk ijkpunt in de planning rondzingt. Parfitt bewoog zich daarbij tussen iconische projecten als de Rosalind Franklin-rover en de SMILE-missie, en zit ook aan tafel als voorzitter van de International Mars Exploration Working Group, waar keuzes worden gemaakt die Europa’s positie in de volgende fase van ruimteonderzoek mede bepalen.
Van afgewezen sollicitatie naar een plek tussen de vitrines
Voordat Claire Parfitt bij een ruimtevaartorganisatie terechtkwam, mikte ze als scholier op een werkervaringsplek bij Nasa. Die aanvraag werd afgewezen, waarna ze alsnog een plek vond bij het toen nog op te zetten National Space Centre, dat later zou uitgroeien tot een groot bezoekerscentrum rond ruimtevaart.
Medewerkers waren bezig met het verzamelen en voorbereiden van objecten voor de opening in juni 2001. Parfitt hielp mee met het uitpakken en conserveren van stukken die niet in een lesboek passen, waaronder een ruimte-toilet dat voor tentoonstellingsdoeleinden moest worden schoongemaakt.
ESTEC is óók een schakel in Europese ruimte-economie
De ExoMars Rosalind Franklin-rover wordt getest in een laboratoriumfaciliteit met nagebootst Marslandschap en rotsen. Beeld: Wikimedia Commons.
Parfitt verhuisde in 2019 naar ESA’s European Space Research and Technology Centre (ESTEC) in Noordwijk, waar veel Europese missies technisch worden voorbereid. Binnen ESA leidt ze als Systems Team Leader bij het Concurrent Design Facility (CDF) een team dat plannen maakt voor toekomstige, menselijke én robotische Marsverkenning, met als geplande landingsregio Oxia Planum.
Naast dat werk zit ze een internationale coördinatietafel voor: de International Mars Exploration Working Group. Daar gaat het over afstemming tussen ruimtevaartorganisaties, wetenschappelijke prioriteiten en de vraag hoe missies op elkaar voortbouwen.
“We moeten de komende decennia zorgvuldig plannen, zodat we Mars beschermen en de best mogelijke wetenschappelijke data terughalen voor Europa.”
Claire Parfitt, teamleider Marsverkenning bij ESA (ESTEC)
Wat ‘voorbereiden op Mars’ in de praktijk betekent
Een van de zichtbare ijkpunten is de ExoMars-rover Rosalind Franklin, die nu staat ingepland voor lancering in 2028 en moet landen in Oxia Planum. De missie draait om onderzoek op het Marsoppervlak, en is voor ESA een manier om Europa’s rol in planetaire wetenschap en robotica te verstevigen, met technologie die ook in andere domeinen doorwerkt.
Parfitts werk raakt ook aan SMILE: de Solar wind, Magnetospheric, Ionic Link Explorer-missie. SMILE gebruikt vier wetenschappelijke instrumenten — de soft X-ray imager (SXI), de ultraviolet imager (UVI), de light ion analyser (LIA) en een magnetometer (MAG) — om te meten hoe de aarde reageert op zonnewind. Verstoringen in de ruimte kunnen satellieten raken en daarmee timing, communicatie en delen van energie-infrastructuur.
Wie door de missielijst bladert, ziet hoe breed het veld is. Parfitt werkte in elk geval aan:
- de ExoMars-rover Rosalind Franklin (Marsoppervlak, lancering gepland in 2028);
- de SMILE-missie (zonnewind en magnetosfeer, met vier instrumenten).
Goed om te weten Het National Space Centre opende in juni 2001 en ontving in 25 jaar bijna 6 miljoen bezoekers.
Rolmodellen zitten soms in de directiekamer, niet op een lanceerplatform
Parfitt wijst zelf op steun in haar vroege jaren, onder meer van haar bètadocenten op Fernwood School in Wollaton. Die aanmoediging werkte door tot in de keuzes voor studie en specialisatie, en daarmee tot in haar latere rol in systeem- en missietechniek.
In het bezoekerscentrum waar ze begon, speelde ook leiding een rol. De directeur destijds, Alex Hall, maakte op haar indruk, omdat Parfitt iemand zag die in de ruimtevaartsector een topfunctie vervulde en daarmee een loopbaanpad concreet maakte.
Parfitt hielp ook met het uitpakken van het ruimtepak van Helen Sharman, de eerste Brit die de ruimte in ging, een object dat voor veel bezoekers een tastbaar symbool is van bemande ruimtevaart.
Europa’s Mars-ambitie: planning op decennia, uitvoering op jaarkalenders
Dat Parfitt vanuit Noordwijk teams aanstuurt, past in een Europese ruimtevaart die sterk leunt op samenwerking en op het bundelen van expertise rond systeemengineering. Daar wordt bepaald of een missie, van energievoorziening tot instrumentintegratie, ook onder extreme omstandigheden blijft doen wat hij belooft.
De agenda richting 2028 is tegelijk een startpunt voor vervolgmissies die rekening houden met bemande verkenning en met het beschermen van de Marsomgeving. Parfitts eerste ruimtevaartobject lag niet in een cleanroom, maar in een museumkist in Leicester, toen ze veertien jaar oud was.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
