Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Met 0,35°C per decennium warmt de aarde sinds 2015 veel sneller op dan in de decennia daarvoor. Onderzoekers van het Potsdam Institute zien daarin een statistisch stevig signaal, met grote gevolgen voor de grens van 1,5°C.
Koeien zoeken koelte in een opwarmend klimaat. Foto: iStock – Robert Heemskerk
De aarde warmt sinds het midden van het vorige decennium merkbaar sneller op. Onderzoekers van het Potsdam Institute for Climate Impact Research haalden verstorende invloeden zoals El Niño, vulkaanuitbarstingen en zonnecycli uit de meetreeksen om dat scherper te kunnen zien. Ze legden vijf grote temperatuurreeksen naast elkaar, van onder meer NASA, HadCRUT en Berkeley Earth, en toetsten de uitkomst met twee statistische methoden. De analyse verscheen in het tijdschrift Geophysical Research Letters. Een sneller oplopend wereldgemiddelde werkt door in de risico’s van hitte, droogte en zeespiegelstijging in Nederland en Europa.
De sprong tekent zich al vanaf 2013 af
De meetreeksen laten de omslag al rond 2013 of 2014 zien. Vanaf ongeveer 2015 werd het patroon duidelijk genoeg om statistisch stevig vast te stellen. De afgelopen tien jaar warmden sneller op dan welke eerdere periode van tien jaar ook sinds de instrumentele temperatuurmetingen in 1880 begonnen.
Ook de uitzonderlijke warmte van 2023 en 2024 blijft overeind als je tijdelijke invloeden uit de cijfers haalt. El Niño en een piek in zonneactiviteit maakten die jaren in de analyse iets minder extreem, maar ze bleven wel de twee warmste jaren in de volledige meetreeks.
Zo haalden de onderzoekers de ruis uit de cijfers
Het onderzoeksvaartuig NOAA Weatherbird II, een groen-wit schip uitgerust met wetenschappelijke instrumenten en antennes voor oceanografisch onderzoek. Beeld: University of South Florida.
Hoofdauteur Stefan Rahmstorf van het Potsdam Institute for Climate Impact Research, ook hoogleraar Physics of the Oceans aan de Universiteit van Potsdam, onderzocht met medeauteur Gavin Foster van de Universiteit van Southampton en collega’s vijf onafhankelijke temperatuurreeksen: NASA, NOAA, HadCRUT, Berkeley Earth en ERA5. Die reeksen gebruiken verschillende meetmethoden, maar kwamen allemaal uit op hetzelfde bredere patroon.
El Niño kan tijdelijk extra warmte uit de tropische Stille Oceaan de atmosfeer in brengen. Grote vulkaanuitbarstingen kunnen juist een kortdurend koelend effect hebben, doordat deeltjes in de lucht zonlicht terugkaatsen. Zulke schommelingen noemen klimaatonderzoekers ruis in de meetreeks: ze kunnen de langjarige trend even verbergen of juist groter laten lijken.
- Een kwadratische trendanalyse test of de temperatuurcurve steeds steiler omhoog buigt.
- Een stuksgewijs lineair model zoekt objectief naar het moment waarop de opwarmsnelheid verandert.
Twee rekenmethoden wijzen naar dezelfde omslag
Beide analyses leverden dezelfde uitkomst op. De kans dat de gevonden versnelling alleen een toevallige uitschieter in de data is, ligt onder 2 procent. De statistische zekerheid komt daarmee uit op meer dan 98 procent.
“De gecorrigeerde gegevens laten sinds 2015 een versnelling zien, consistent in alle onderzochte reeksen en onafhankelijk van de gekozen analysemethode.”
Stefan Rahmstorf, klimaatonderzoeker bij het Potsdam Institute for Climate Impact Research
De studie zegt nog niet waarom de temperatuurstijging juist nu sneller gaat. Klimaatmodellen laten wel zien dat er periodes kunnen voorkomen waarin de opwarming tijdelijk harder loopt. Zulke modellen rekenen met de natuurkundige wisselwerking tussen atmosfeer, oceanen, ijs, land en broeikasgassen.
De grens van 1,5°C komt sneller dichtbij
Als het tempo van de afgelopen tien jaar aanhoudt, wordt de grens van 1,5°C uit het Akkoord van Parijs volgens Rahmstorf al vóór 2030 langdurig overschreden. Het gaat daarbij om een opwarming die langere tijd boven dat niveau blijft, niet om één uitzonderlijk warm jaar.
Die grens is de internationale meetlat voor het beperken van klimaatrisico’s, terwijl de nieuwe analyse laat zien dat de speelruimte sneller krimpt dan het tempo uit de periode 1970 tot 2015 deed vermoeden.
Goed om te weten
Een wereldwijd temperatuurcijfer is een gemiddelde. Regionale temperaturen kunnen daar flink boven of onder uitkomen, afhankelijk van seizoen en plaats.
De uitstoot bepaalt wat er hierna gebeurt
De onderzoekers koppelen de versnelling niet aan één afzonderlijke oorzaak. Hoeveel sneller de aarde verder opwarmt, hangt sterk af van de toekomstige uitstoot van koolstofdioxide uit kolen, olie en aardgas.
CO2-uitstoot uit fossiele brandstoffen moet naar nul om verdere opwarming te stoppen, zegt Rahmstorf. Klimaatmodellen zijn bedoeld om de langetermijngevolgen van zulke uitstootpaden door te rekenen, en kunnen geen afzonderlijke warme maand of korte schommeling precies voorspellen.

