Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Tussen 2005 en 2023 steeg de mondiale zeespiegel gemiddeld 3,94 millimeter per jaar. Nieuw onderzoek laat zien dat vooral opwarmend zeewater de stijging aanjaagt, met gevolgen die nog decennia doorwerken.
De zeespiegel stijgt sneller. en veroorzaakt overstromingen. Foto: iStock – Dimas Fikri Aliyana
Warm water zelf neemt meer ruimte in en duwt het zeeniveau omhoog. Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van Huayi Zheng van het Institute of Atmospheric Physics van de Chinese Academy of Sciences reconstrueerde de ontwikkeling vanaf 1960, toen de mondiale zeespiegel gemiddeld nog met 2,06 millimeter per jaar steeg. Volgens de studie in Science Advances is thermische expansie goed voor 43 procent van de gemeten stijging, meer dan berggletsjers en de grote ijskappen afzonderlijk. Voor laaggelegen gebieden als Nederland betekent dat extra druk op kustbescherming, voedselvoorziening en plekken waar miljoenen mensen wonen.
De versnelling zit in de meetreeksen
De onderzoekers legden drie meetperiodes naast elkaar: 1960 tot 2023, 1993 tot 2023 en 2005 tot 2023. De beschikbare informatie veranderde in die tijd flink: oude getijmeters geven een lange terugblik, terwijl satellieten en oceaanboeien later veel meer detail brachten.
Vooral de laatste periode laat zien hoe snel het tempo opliep. De stijging tussen 2005 en 2023 lag bijna twee keer zo hoog als het gemiddelde sinds 1960. Dat maakt het lastiger om kustbescherming, landbouw en steden alleen op historische waterstanden te plannen.
Smeltend ijs is groot, warm water groter
Scheepsmedewerkers hijsen een Argo-drijver op een onderzoeksschip om oceanografische metingen uit te voeren. Beeld: CSIRO.
De bijdrage van warm wordend zeewater is met 43 procent de grootste post in de analyse. Berggletsjers volgen met 27 procent, terwijl het smelten van de Groenlandse ijskap 15 procent en dat van Antarctica 12 procent voor zijn rekening neemt.
- Veranderingen in water op land, zoals stuwmeren en irrigatiesystemen, verklaren 3 procent.
- De optelsom van alle oorzaken heet de wereldwijde zeespiegelbalans: de gemeten stijging moet uiteindelijk kloppen met wat ijs, oceaanwarmte en landwater samen verklaren.
Die balans sloot in oudere studies niet altijd goed. De waargenomen stijging was dan groter of kleiner dan de som van de afzonderlijke oorzaken, waardoor onzeker bleef of een belangrijke factor over het hoofd was gezien.
Satellieten en Argo-drijvers vullen de gaten
Werktuigbouwkundige John Abraham van de University of St. Thomas in St. Paul (Minnesota) werkte met internationale collega’s, onder wie Huayi Zheng, aan de nieuwe analyse in Science Advances. Zij combineerden getijmetingen, satellietwaarnemingen en gegevens van Argo-drijvers, meetboeien die temperatuur en andere eigenschappen van oceaanwater registreren.
De satellietbeelden zijn in de loop der jaren scherper geworden. Daardoor kunnen onderzoekers beter inschatten hoeveel ijs berggletsjers wereldwijd verliezen, terwijl de Argo-metingen vanaf 2005 veel nauwkeuriger laten zien hoeveel warmte de oceanen opnemen.
“Met betere instrumenten, processen en slimmere analyses kunnen we de stijging van de zeespiegel met meer vertrouwen verklaren.”
John Abraham, werktuigbouwkundige aan de University of St. Thomas
De winst zit in het combineren van meerdere meetmethodes. Dat verkleint toevallige meetfouten en maakt klimaatmodellen bruikbaarder voor voorspellingen per regio.
Voor Nederland telt vooral de combinatie
Een hogere gemiddelde zeespiegel betekent niet dat het water elke dag zichtbaar hoger tegen de dijk staat. Het risico neemt vooral toe wanneer hoge waterstanden samenvallen met zware stormen, waardoor golven en stormvloed meer druk op kust en keringen zetten.
Ook de zoetwatervoorziening komt onder druk als zout water verder landinwaarts kan doordringen. Dat raakt drinkwater, landbouwgrond en natuurgebieden, terwijl dijken, gemalen en andere waterinfrastructuur op langere termijn op andere uitgangspunten moeten worden berekend.
Goed om te weten
De zeespiegel stijgt niet overal even snel. Regionale verschillen ontstaan onder meer door oceaanstromingen, bodembeweging en de manier waarop smeltend ijs het zwaartekrachtsveld rond Groenland en Antarctica verandert.
Wereldwijd kunnen laaggelegen kustgebieden te maken krijgen met verhuizing van bewoners, verstoorde handelsroutes en druk op voedselnetwerken. Havens, oogsten en aanvoerketens verbinden ook Nederland met die kwetsbare regio’s.
De oceaan houdt warmte lang vast
Zelfs bij snelle daling van de uitstoot blijven oceanen volgens de gebruikte modellen nog minstens een halve eeuw opwarmen. Ze nemen enorme hoeveelheden warmte op en geven die maar langzaam weer af, waardoor de zeespiegel op lange termijn al verder zal stijgen.
Dat maakt twee sporen nodig: uitstoot terugdringen om extra opwarming te beperken, en tegelijk aanpassen aan waterstanden die verder oplopen. Meer kennis over landwateropslag en lokale verschillen moet planners helpen om maatregelen gerichter te kiezen.
De onderzoekers willen vooral beter begrijpen wat reservoirs en irrigatie met de zeespiegel doen, want die 3 procent is nu nog minder scherp vastgesteld dan de grote ijs- en oceaanbijdragen. Nieuwe metingen moeten de volgende generatie kustscenario’s verder aanscherpen.

