Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
De jaarlijkse milieuschade van de rijkste 10 procent loopt op tot 5,7 biljoen dollar, berekenden onderzoekers van de Universiteit Leiden. De grootste vervuilers dragen die kosten meestal niet zelf.
Reizigers op het vliegveld van Dubai. Foto: iStock – Chanid Chirammal
Wie veel geld te besteden heeft, koopt doorgaans ook meer spullen, grotere huizen, verre reizen en energie. Dat laat een nieuwe studie van onderzoekers Inge Schrijver, Rutger Hoekstra en Paul Behrens van het Institute of Environmental Sciences (CML) van de Universiteit Leiden zien, gepubliceerd in Communications Sustainability. Behrens is ook verbonden aan de Oxford Martin School en het Wellbeing Research Centre van de Universiteit van Oxford. De schade zit vooral in biodiversiteitsverlies en klimaatverandering, twee posten die in de gebruikelijke prijzen van een vlucht, auto of luxeproduct nauwelijks terugkomen. Het gaat om de vraag welke consumptie we als normaal zijn gaan beschouwen en wie uiteindelijk de gevolgen draagt.
De rekening loopt op tot ver boven het klimaatgeld
De onderzoekers komen voor de wereldwijde top 10 procent uit op een jaarlijkse rekening van 1,7 tot 5,7 biljoen dollar, omgerekend naar dollars uit 2017. Per persoon binnen die groep is dat 2.300 tot 7.500 dollar per jaar. Het gaat om een grote groep consumenten met bovengemiddeld hoge uitgaven, niet om een handvol miljardairs.
Zelfs de laagste schatting is fors. De opbrengst zou groter zijn dan de bekende internationale financieringstekorten voor klimaat en biodiversiteit, schrijven Inge Schrijver van de Universiteit Leiden en haar collega’s.
“Deze kosten laten zien welke verantwoordelijkheid de rijkste 10 procent heeft om schade te beperken en hoeveel milieubelastingen kunnen opleveren als de vervuiler betaalt.”
Inge Schrijver en collega’s, Universiteit Leiden
Zo maakten de onderzoekers de verborgen schade zichtbaar
De studie begon met consumptievoetafdrukken uit 2017, het meest recente jaar waarvoor zulke wereldwijde gegevens beschikbaar zijn. Daaruit blijkt hoeveel CO₂-uitstoot, verlies aan soorten, stikstof, fosfor en zoetwatergebruik samenhangen met de aankopen van de rijkste consumenten.
Daarna koppelde het team die gevolgen aan prijzen uit het Environmental Prices Handbook 2024. Zo krijgt natuurverlies bijvoorbeeld een geldbedrag dat uitdrukt hoeveel waarde de samenleving kwijtraakt. De cijfers zijn geen belastingaanslagen, maar een berekening van schade die nu vaak buiten de prijs blijft.
- 47 tot 56 procent van de geschatte schade komt door biodiversiteitsverlies.
- Klimaatverandering is goed voor 36 tot 45 procent.
- De rest hangt samen met verstoring van stikstof- en fosforkringen en met zoetwatergebruik.
Dezelfde rijke groep, een heel andere voetafdruk
De verschillen tussen landen zijn enorm. Voor het rijkste tiende deel van de Amerikaanse bevolking berekende het team een jaarlijkse schadepost van 19.000 tot 63.000 dollar per persoon. Deze groep heeft daarmee de hoogste rekening binnen de mondiale top 10 procent.
In India ligt die bandbreedte op 410 tot 1.400 dollar per persoon. De bedragen weerspiegelen vooral verschillen in consumptie en uitstoot: wie veel meer goederen, energie en mobiliteit koopt, schuift ook veel meer milieuschade door naar de samenleving.
Zelfs in de Verenigde Staten zou de hoogste schatting 6 tot 20 procent van het inkomen van deze groep zijn, of 0,8 tot 3 procent van hun vermogen. In India gaat het om 0,8 tot 2,8 procent van het inkomen en 0,2 tot 0,5 procent van het vermogen.
Belasten waar de schade ontstaat
Schrijver en haar collega’s zien gerichte milieubelastingen als een manier om een deel van die rekening terug te halen. Denk aan heffingen die zwaarder drukken op vervuilende luxeconsumptie, in plaats van op basisvoorzieningen waar lage inkomens veel sterker van afhankelijk zijn.
Dat sluit aan bij het bekende principe dat de vervuiler betaalt. Een platte heffing kan huishoudens met weinig geld relatief hard raken, terwijl de grootste schade juist bij de hoogste consumptie zit.
Goed om te weten
De onderzoekers rekenden met bedragen in dollars uit 2017, zodat de schadeprijzen en de consumptiegegevens uit hetzelfde jaar met elkaar te vergelijken zijn.
Wat Nederland hiermee kan
Voor Nederland geeft het onderzoek geen apart bedrag. De methode is hier wel bruikbaar: een consumptievoetafdruk kijkt naar wat we kopen en gebruiken, ook als de uitstoot of natuurschade plaatsvindt bij de productie elders in de wereld.
Dat maakt de discussie concreter bij zaken als vliegreizen, grote woningen, energie-intensieve producten en voedsel met een hoge voetafdruk. Wie de milieuschade in prijzen verwerkt, kan opbrengsten gebruiken voor natuurherstel, klimaatmaatregelen of steun aan huishoudens die de extra kosten anders niet kunnen dragen.
Conservatieve schattingen voor de rijkste tien procent in de Verenigde Staten en China zouden elk een tekort van 675 miljard dollar voor biodiversiteitsbescherming tot 2030 kunnen afdekken. Beleidsmakers moeten nu bepalen welke vervuilende consumptie als eerste een prijs krijgt die dichter bij de werkelijke schade ligt.
