Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Heliconius hecale kan tot 277 dagen leven zonder meetbare afname van grijpkracht, terwijl verwante vlinders al duidelijk verzwakken. De tropische vlinder kan zo een nieuw diermodel worden voor onderzoek naar gezond ouder worden.
Een vlinder die maandenlang even sterk blijft als op jonge leeftijd: bij de tropische Heliconius hecale zagen onderzoekers precies dat, terwijl de verwante soort Dryas iulia met de jaren duidelijk aan kracht inboet. De studie, die op 16 juni in Nature Communications verscheen, legt een verschil bloot: sommige Heliconius-vlinders leven gemiddeld ongeveer drie keer langer dan hun naaste verwanten. De onderzoekers onderzochten wat deze insecten hun lichaam zo lang op peil houdt, en wat dat kan vertellen over gezond ouder worden.
Een vlinder die bijna een jaar lang leeft
De verschillen binnen deze vlindergroep zijn groot. Heliconius hewitsoni haalde 348 dagen, terwijl Dione juno maximaal veertien dagen leefde. Dat is een verschil van 25 keer.
De meeste vlinders leven als volwassen dier maar enkele weken. Heliconius-vlinders uit de regenwouden van Midden- en Zuid-Amerika vormen een uitzondering, met soorten die bijna een jaar kunnen overleven.
Voeding en het vermogen om het lichaam in goede conditie te houden, komen in het onderzoek naar voren als belangrijke puzzelstukken achter die extra levensduur.
Stuifmeel levert meer dan een zoete slok
Een Heliconius hecale vlinder met oranje-rode en zwart-witte vleugels, zittend op een groen blad. Beeld: Wikimedia Commons – Wikimedia.org.
Heliconius drinkt niet uitsluitend nectar, zoals de meeste vlinders. De dieren eten ook stuifmeel en krijgen daarmee essentiële aminozuren binnen, bouwstoffen die het lichaam zelf niet zomaar kan missen.
Dat verschil zie je terug in de cijfers. Pollen-etende Heliconius-soorten hadden een gemiddelde maximale levensduur van 177 dagen, tegenover 57 dagen bij soorten uit dezelfde groep die geen stuifmeel eten.
Ook binnen Heliconius hecale maakte het dieet verschil. Vlinders die stuifmeel kregen, hielden tijdens het ouder worden hun gewicht en spierfunctie beter vast; zonder stuifmeel daalde vooral het lichaamsgewicht sterker.
Goed om te weten
Ook zonder stuifmeel hield Heliconius hecale nog een levensduurvoordeel ten opzichte van zijn naaste verwanten. Stuifmeel speelt dus waarschijnlijk een belangrijke rol, maar verklaart niet het hele verschil.
Een bruikbaar diermodel voor veroudering
De onderzoekers zien Heliconius als een mogelijk diermodel voor veroudering. Zulke dieren helpen biologen te ontrafelen waarom het ene lichaam langer goed blijft functioneren dan het andere.
Dat raakt ook onderzoek naar gezond ouder worden bij mensen, waarbij het draait om de vraag hoe spieren, gewicht en andere lichaamsfuncties langer op peil kunnen blijven.
Heliconius is niet de oudste bekende vlinder. Myscelia cyanaris kan maximaal 380 dagen leven, maar over de oorzaak van die lange levensduur is nog veel minder bekend.
Heliconius hecale laat zien dat een lang leven en langdurig fysieke kracht behouden samen kunnen gaan, en dat maakt de soort interessant voor vervolgwerk naar de biologie achter gezonde levensjaren.
De meting draaide om één stevige greep
Jessica Foley leidde het onderzoek als postdoctoraal onderzoeker, verbonden aan de Universiteit van Bristol en het Jean Mayer USDA Human Nutrition Research Center on Aging van Tufts University, samen met onderzoekers van het Smithsonian Tropical Research Institute.
De grijpkracht werd gemeten met The Pullinator: een zelfgebouwd apparaat met een met schuurpapier beklede zitstok op een weegschaal. De vlinder kon zich daaraan vastklampen, zodat de onderzoekers konden zien hoeveel kracht het dier nog zette.
“We zetten dit op een laboratoriumweegschaal, stelden die op nul en hielden een vlinder voorzichtig bij de vleugels vast totdat hij de zitstok vastgreep.”
Jessica Foley, postdoctoraal onderzoeker
Met die test vergeleek het team Heliconius hecale met Dryas iulia, een soort die geen stuifmeel eet en maximaal 98 dagen leeft. Bij Dryas iulia nam de spierkracht met de leeftijd duidelijk af, terwijl de metingen bij H. hecale geen meetbare achteruitgang lieten zien.

