Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Tijdens de Australische zwarte zomer van 2019-2020 brandde meer dan 24 miljoen hectare bos en natuur af. De vuurzee kostte levens en trof miljarden dieren, terwijl het land verder opwarmt.
Foto: iStock – Amir Behroozi
In het zwaarst getroffen zuidoosten van Australië verdween alleen al meer dan acht miljoen hectare vegetatie. Drieëndertig mensen kwamen direct om, terwijl rook in verband werd gebracht met zo’n 450 extra sterfgevallen. Voor dieren, natuur en omwonenden liet de zwarte zomer sporen na die veel verder reikten dan het uitgebrande landschap. Australië is sinds 1910 gemiddeld 1,59 graden warmer geworden, een achtergrond die zulke extreme brandseizoenen extra beladen maakt. Fay H. Johnston van de University of Tasmania (Menzies Institute for Medical Research) onderzocht de effecten.
De vlammen legden ook het dagelijks leven stil
De branden hielden maandenlang huis, vooral in het zuiden en oosten van Australië. Vanaf september 2019 sloegen bewoners steeds opnieuw op de vlucht voor vuurfronten, rook en afgesloten wegen. Duizenden woningen gingen verloren.
De schade aan de gezondheid bleef niet beperkt tot mensen die direct in het vuur terechtkwamen. Tussen oktober 2019 en februari 2020 ademden miljoenen mensen in het oosten van het land grote hoeveelheden fijnstof in. Dat zijn piepkleine roet- en asdeeltjes die diep in de longen kunnen doordringen.
De beelden van oranje luchten en zwartgeblakerde bossen werden wereldwijd een symbool van die zomer, met een ramp erachter die woonwijken, natuurgebieden en de luchtkwaliteit over een enorm gebied trof.
Drie miljard dieren in de vuurlinie
Een bosbrandes met grote vuurzee die bomen en vegetatie verteert onder een rokerige hemel. Beeld: International Association of Wildland Fire.
Naar schatting werden 3 miljard gewervelden gedood, gewond of verdreven. Het gaat om zoogdieren, vogels en reptielen die vaak geen kant op konden toen het vuur snel door droog struikgewas en bos trok. Deze cijfers komen van onderzoek onder leiding van Michelle Ward van de University of Queensland.
Voor soorten die alleen daar voorkomen, is zo’n brand extra gevaarlijk. Als een dier maar in een klein leefgebied voorkomt en dat gebied grotendeels verdwijnt, kan een populatie in één seizoen flink instorten. Onderzoekers brachten de schade aan leefgebieden van dieren na de megabranden al in 2020 in kaart.
- Veel dieren stierven direct in de vlammen of rook.
- Overlevende dieren raakten hun voedsel, schuilplaatsen en nestplekken kwijt.
- Verplaatste dieren kwamen vaker terecht in gebieden waar al andere soorten leven.
Herstel kost tijd. Vegetatie moet terugkomen voordat veel dieren weer voldoende voedsel en beschutting vinden, terwijl sommige soorten juist afhankelijk zijn van oude bomen, holtes of dicht struikgewas.
2025 liet zien dat de opwarming doorgaat
Het brandseizoen van 2019-2020 staat niet los van wat daarna gebeurde. 2025 was het vierde warmste jaar dat in Australië is gemeten. Rond het continent bereikten de temperaturen aan het zeeoppervlak voor het tweede jaar op rij een recordniveau.
Warmere zeeën en een warmer land veranderen de omstandigheden waaronder branden ontstaan en zich verspreiden. Klimaatmetingen laten zien dat brandgevaarlijk weer vaker voorkomt en dat het seizoen waarin grote natuurbranden mogelijk zijn op steeds meer plekken langer wordt.
Goed om te weten
De temperatuur van het zeewater rond Australië brak in 2025 voor het tweede jaar achter elkaar een record. Ook de omliggende oceanen warmen snel op.
Een extreem seizoen is daarmee niet voorspelbaar op één specifieke plek. Wel groeit de periode waarin hitte, droogte en wind samen een brand snel kunnen laten ontsporen. Juist die combinatie was tijdens de zwarte zomer zo verwoestend.
Waarom dit ook Europa aangaat
Landschappen, klimaat en brandbestrijding in Nederland en Europa verschillen flink van die in Australië. De onderliggende ontwikkeling is wel dezelfde: een warmer klimaat vergroot in veel regio’s de kans op langere periodes met hitte en droogte, zoals ook blijkt uit de stijging van 1,59 graden die Australië sinds 1910 optekende.
Australië leunt voor zijn energievoorziening sterk op steenkool. De uitstoot van fossiele brandstoffen warmt de aarde verder op, terwijl die opwarming de omstandigheden voor grote natuurbranden verslechtert.
Internationale afspraken over biodiversiteit komen hierdoor onder druk te staan: beschermde natuur op papier helpt weinig als een gebied, zoals de acht miljoen hectare in het zuidoosten van Australië, in korte tijd door vuur wordt getroffen en soorten daarna nergens meer naartoe kunnen.
Voorkomen wordt belangrijker dan herstellen
De zwarte zomer van 2019-2020 laat zien waarom bosbeheer, brandveiligheid en vroegtijdige waarschuwingen steeds belangrijker worden. Brandweer en hulpdiensten kunnen een vuurfront bestrijden, maar ze kunnen niet voorkomen dat een lang, heet en droog seizoen de uitgangssituatie gevaarlijk maakt.
Datzelfde jaar bevestigde ook het aantal warmterecords op zee dat de opwarming onverminderd doorzet, een signaal dat de komende klimaatmetingen scherp worden gevolgd nu de brandgevoelige periode steeds langer duurt.

