Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Hommels leven vaak slechts vier tot zes weken, maar extreme hitte zet hun korte bestaan verder onder druk. Juni 2026 was de warmste maand ooit geregistreerd in Engeland, waardoor hun leefgebied blijft krimpen.
Close-up van een dode hommel. Foto: iStock – Joeri Mostmans
Wie deze zomer dode hommels op de stoep of in de tuin ziet liggen, kijkt niet automatisch naar een uitzonderlijk tafereel: werksters ruimen overleden soortgenoten vaak zelf op om ziekten uit het nest te houden. In Europa staan inmiddels minstens 172 wilde bijensoorten onder druk, tegenover 77 in 2014, terwijl pesticiden, verdwijnende bloemrijke plekken en steeds grilliger weer elkaar versterken. Dat raakt de insecten zelf, maar ook de bestuiving waarvan landbouw en natuur afhankelijk zijn.
Wat er achter de stoepvondst schuilgaat
Een dode hommel is vaak het eindpunt van een gewone koloniecyclus, maar deze zomer komen er extra risico’s bovenop. Vooral langdurige warmte, bestrijdingsmiddelen en het verdwijnen van voedselplekken kunnen elkaar flink versterken. Een hommel die al verzwakt is, redt het bijvoorbeeld minder makkelijk als ze verder moet vliegen voor nectar.
Hommels kunnen hun nest nog enigszins koelen door met hun vleugels te waaieren. Dat werkt tot een grens. Bij aanhoudende hitte raakt hun ontwikkeling verstoord en neemt de kans af dat een kolonie zich op lange termijn staande houdt.
Hitte maakt vliegen en voedsel zoeken een stuk lastiger
Twee hommels verzamelen stuifmeel en nectar op lila bloemen in groen grasland. Beeld: Wikimedia Commons – Wikimedia.org.
Bij hoge temperaturen krijgen hommels te maken met thermische stress, waarbij hun lichaam voortdurend moet voorkomen dat het oververhit raakt. Tijdens het vliegen kunnen ze warmte door hun lijf verplaatsen, maar bij extreme temperaturen kost dat zoveel energie dat voortplanting, vliegen en voedsel zoeken eronder lijden.
Hommels kunnen dan juist meer gaan vliegen en grotere afstanden afleggen. Dat maakt een werkster sneller moe en kwetsbaar. Voor een kolonie die in de zomer al hard moet werken aan voedsel en nieuwe nakomelingen, telt dat behoorlijk op.
Goed om te weten
Een hittegolf kan ook de timing van bloemen en hommels uit elkaar trekken. Bloeit een plant voordat hommels uit hun winterrust komen, dan wachten nectar en bestuiver letterlijk op elkaar mis.
Bloemen kunnen verdwijnen zonder dat je het meteen ziet
Die verschoven timing heet een fenologische mismatch, waarbij soorten die van elkaar afhankelijk zijn niet meer op hetzelfde moment actief zijn. Planten kunnen eerder bloeien, terwijl hommels nog niet vliegen. Of hommels komen vroeg uit hun winterrust en treffen nog nauwelijks nectar aan.
Herbiciden maken dat probleem groter doordat ze bloeiende planten uit bermen, tuinen en akkers halen. Paardenbloemen zijn bijvoorbeeld een belangrijke nectarbron, vooral wanneer er nog weinig andere bloemen openstaan. Wie ze meteen uit het gazon steekt, haalt dus voedsel weg dat hommels goed kunnen gebruiken.
- Organofosfaten kunnen hommels verlammen en doden.
- Synthetische pyrethroïden verstoren ook hun oriëntatievermogen.
- Fenylpyrazolen kunnen het zoeken naar voedsel bemoeilijken.
De schadelijkste neonicotinoïden zijn binnen de EU verboden, maar andere middelen worden nog steeds gebruikt. Daardoor blijft het effect van chemische bestrijding op bestuivers groot, ook wanneer een middel niet rechtstreeks op een hommel wordt gespoten.
Asfalt en intensief landgebruik drukken leefgebied weg
Woningbouw, wegen en intensieve landbouw laten minder plekken over waar hommels kunnen nestelen, schuilen en eten. Een kolonie heeft gedurende het hele seizoen geschikte bloemen nodig, op bereikbare afstand van het nest.
Dat maakt versnippering zo lastig. Een berm kan er nog groen uitzien, maar zonder afwisseling in inheemse bloemen en rustige nestplekken is het voor hommels weinig waard. Klimaatverandering vergroot die druk doordat de relatie tussen plant en bestuiver verder uit balans raakt.
Hommels leveren ondertussen veel meer dan alleen een zomers gezoem. Ze horen bij de dieren die ecosystemen draaiend houden, naast insecten die afval opruimen en plagen onderdrukken.
Driekwart van de gewassen heeft bestuivers nodig
Bijna 75 procent van de wereldwijde gewassen is voor bestuiving afhankelijk van dieren, met bijen als een van de belangrijkste groepen. Ook bijna 90 procent van alle bloeiende planten leunt op bestuiving. Minder hommels raakt dus uiteindelijk ook de voedselproductie.
Voor Nederlandse tuinen en gemeenten ligt een deel van de oplossing dichtbij. Laat een stuk gras langer staan, plant verschillende inheemse bloemen en kies eerst voor een niet-chemische aanpak tegen onkruid of plaaginsecten. Zo ontstaat er weer voedsel vanaf het voorjaar tot ver in de zomer.
Zie je op een hete dag een uitgeputte hommel op de grond, dan kan een mengsel van suiker en water helpen, met twee delen suiker op één deel water. Zet haar alleen voorzichtig bij een bloem of in de schaduw als dat veilig kan en je geen risico loopt op een steek. Herstel van bloemrijke plekken moet voorkomen dat hommels telkens verder moeten vliegen voor hun volgende maaltijd.

