Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Ingrijpen in de stratosfeer kost naar schatting 10 miljard dollar per graad afkoeling, elk jaar opnieuw. Onderzoekers van Columbia University waarschuwen dat de techniek zonder wereldwijde regie nieuwe klimaat- en grondstoffenrisico's kan aanjagen.

de zon stoppen met climate engineering

Foto: iStock – Heri Mardinal

Een laagje reflecterende deeltjes hoog in de atmosfeer zou zonlicht kunnen terugkaatsen en zo de opwarming tijdelijk temperen. Het idee is niet nieuw: de Sovjet-klimatoloog Mikhaïl Boudyko opperde het al in 1974. En het zou moeten werken: na de uitbarsting van de Pinatubo in 1991 daalde de wereldtemperatuur korte tijd met ongeveer 0,5 graad. Nu klimaatverandering Europa steeds vaker met hitte, droogte en extreem weer confronteert, rijst de vraag of zo’n planetaire ingreep te sturen is. Een studie die in oktober 2025 verscheen in Scientific Reports legt bloot hoe nauw techniek, grondstoffen en internationale macht daarbij met elkaar verweven raken.

In de modellen is alles te netjes

De onderzoekers keken ook naar wat er nodig is om aerosolen werkelijk de lucht in te krijgen. Daarbij botsten ze op een flinke kloof tussen computermodellen en de praktijk, want modellen gaan vaak uit van perfecte deeltjes, op precies de juiste plek en in exact de gewenste hoeveelheid.

“Zodra je die ideale aannames naast de echte wereld legt, blijkt hoeveel onzekerheid er nog is.”
V. Faye McNeill, atmosferisch chemicus aan Columbia University

Dat maakt de uitkomst veel minder voorspelbaar dan een gemiddelde klimaatsimulatie suggereert. De studie van McNeill en collega’s laat zien dat techniek, materiaalmarkten en politieke keuzes elkaar voortdurend beïnvloeden. Een fout in één schakel werkt door in de rest.

Regie over een wereldwijde ingreep

Calciumcarbonaatpoeder in een laboratoriumsetting.

Wit poeder in een petrischaal, mogelijk calciumcarbonaatdeeltjes voor zonnegeo-engineering. Beeld: Wikimedia Commons – Wikimedia.org.

Waar de deeltjes vrijkomen, op welke hoogte en in welk seizoen: die keuzes bepalen sterk hoe lang ze in de stratosfeer blijven hangen en hoe gelijkmatig ze zonlicht terugkaatsen. Een centraal aangestuurde inzet zou die variabelen kunnen afstemmen, zodat er minder materiaal nodig is voor hetzelfde verkoelende effect.

Als landen of private partijen ieder hun eigen programma beginnen, ontstaan plekken met sterkere en zwakkere afkoeling. De deeltjes kunnen dan korter blijven hangen, minder goed werken en extra materiaal vragen, terwijl regionale neerslagpatronen verder uit balans raken.

Voor Nederland en de rest van Europa ligt daar een grens, want de atmosfeer stopt niet bij de landsgrens. Een maatregel die ergens anders wordt uitgevoerd, kan ook hier gevolgen hebben voor temperatuur en regen.

Poeders lopen vast in de lucht

Sulfaten zijn goedkoop en goed onderzocht, maar grote hoeveelheden kunnen de ozonlaag aantasten. Daarom kijken onderzoekers ook naar vaste mineralen zoals calciumcarbonaat, titaandioxide en alumina. Die zouden licht efficiënter kunnen verspreiden en minder warmte opnemen.

Fijne poeders hebben een vervelende eigenschap, want ze klonteren samen. Zodra kleine deeltjes grotere klompjes vormen, weerkaatsen ze minder zonlicht en vallen ze sneller terug naar beneden. Om ze kleiner dan 1 micrometer te houden, zouden vliegtuigen compressoren nodig hebben die honderden keren krachtiger zijn dan de apparatuur die nu in vliegtuigen zit.

Goed om te weten
In de atmosfeer kunnen zulke klonten uitgroeien tot grillige, vertakte structuren. Daardoor kan hun verkoelende werking met 90 procent afnemen.

Zwaardere toestellen kunnen minder lading meenemen en verbruiken meer energie. Als vaste aerosolen daardoor tien keer meer vluchten vragen dan modellen aannemen, stijgen de kosten met ongeveer een orde van grootte. Het financiële voordeel verdwijnt dan snel.

Grondstoffen onder druk

Kalksteen, zwavel en alumina zijn relatief ruim beschikbaar. Voor andere kandidaat-materialen ligt dat anders. Zirkoniumoxide en industrieel diamant weerkaatsen zonlicht goed, maar een grootschalig programma zou die markten behoorlijk kunnen opschudden.

  • Een programma van vijftien jaar dat de snelheid van opwarming halveert, kan jaarlijks tot 40 procent van de wereldwijde zirkoniumertsproductie opslokken.
  • Voor industrieel diamant zou de benodigde hoeveelheid boven de huidige wereldproductie uitkomen.
  • Schaarste kan prijzen opjagen in sectoren die deze grondstoffen al gebruiken, met nieuwe afhankelijkheden in internationale toeleveringsketens.

Dat raakt ook de groene economie. Materialen die nodig zijn voor deze vorm van klimaatingrijpen, kunnen tegelijk belangrijk zijn voor andere industriële toepassingen. De studie wijst op geopolitieke kwetsbaarheid rond mineralen die nu al geconcentreerd worden gewonnen en verwerkt.

De volgende stap ligt nog in het lab

De onderzoekers schrijven zonnegeo-engineering niet af, maar zien wereldwijde coördinatie als voorwaarde voordat zo’n systeem serieus in beeld komt. Ook moet duidelijker worden hoe deeltjes zich buiten een laboratorium gedragen, hoe ze samenklonteren en wat dat doet met de chemie van de ozonlaag.

De techniek haalt geen CO2 uit de lucht. Ze kan een deel van de opwarming tijdelijk maskeren, terwijl verzuring van de oceaan en andere gevolgen van hoge CO2-concentraties doorgaan. Minder uitstoot aan de bron blijft nodig, ook als de aarde ooit kunstmatig zou worden afgekoeld.

McNeill en haar collega’s pleiten voor realistischer proeven met aerosolen en computermodellen die ook rekening houden met een versnipperde inzet door meerdere partijen.

De studue werd uitgevoerd door chemicus V. Faye McNeill van Columbia University en haar collega’s, onder wie Miranda Hack van de afdeling Chemical Engineering en Gernot Wagner van Columbia Business School. Aan de studie deden ook onderzoekers van de Columbia Climate School mee.