like duurzaamnieuws op facebook
volg duurzaamnieuws op twitter
zoeken op duurzaamnieuws

Van het gas af 1, leven en werken zonder aardgas

Van: op 23 augustus 2016

aardgasIn het Energierapport geeft het ministerie van Economische Zaken aan dat ze de CO2-uitstoot voor de verwarming van woningen en kantoren zo ver wil terugbrengen dat er in 2050 bij de voorziening van lage temperatuurwarmte per saldo geen CO2-emissie meer optreedt. Naast energiebesparing gaat het daarbij ook om het zoveel mogelijk benutten van duurzame of CO2-arme energiedragers: restwarmte, biogas, warmte en elektriciteit uit hernieuwbare bronnen. Het gebruik van aardgas zal zoveel mogelijk worden verminderd. Deze warmtetransitie vraagt, aldus het Energierapport, ook om veranderingen in de infrastructuur. Het is daarom verstandig de besluitvorming over een duurzamere warmtevoorziening, inclusief energiebesparing, te koppelen aan plannen voor de aanleg of uitfasering van infrastructuur en/of aan de plannen voor de herstructurering van woongebieden en bedrijvenlocaties.

 

Besluitvorming, draagvlak en vooral: implementatie

Wat is er nodig is om deze warmtetransitie in de gebouwde omgeving mogelijk te maken? Het vraagt enerzijds om zorgvuldige besluitvorming en draagvlak, en anderzijds om de implementatie van de genomen besluiten. Vooral die implementatie is een buitengewoon ingrijpende opgave. Aardgas is een zeer aantrekkelijke energiebron voor de verwarming van woningen. Vergaande isolatie van oudere woningen naar label A of B kost al snel enkele tienduizenden euro’s per woning. Alternatieve duurzame of CO2-arme energiedragers zijn over het algemeen duurder. Bovendien vereisen sommige ook de omvorming van het verwarmingssysteem in de woning naar lage temperatuur verwarming. Ook dat kost geld.

Om bewoners in het uitvoeringstraject mee te krijgen, is zorgvuldige communicatie essentieel. Dat betekent inspraak en zorgvuldige besluitvorming in het besluitvormingstraject. In het uitvoeringstraject moeten alle bewoners meedoen. Daar ligt de grootste opgave. Deze notitie wil een beeld schetsen 1) welke maatregelen nodig zijn om te komen tot zorgvuldige besluitvorming en 2) welke veranderingen nodig zijn om te komen tot succesvolle uitvoering.

Maatregelen voor zorgvuldige besluitvorming

In het Energierapport geeft het ministerie aan dat keuzes over de inrichting van de warmtevoorziening het beste lokaal kunnen worden gemaakt. Op basis van plaatselijke omstandigheden en voorkeuren. Om ruimte te bieden aan maatwerk in wijken wordt de warmtetransitie dus meer dan nu een lokale en een regionale aangelegenheid. Daarbij is een grotere rol weggelegd voor lokale overheden, gebouwbeheerders, projectontwikkelaars en bewoners. Het ministerie ziet het opstellen van een (regionaal) warmteplan hiervoor als het startpunt.

Gemeenten zullen niet vanzelf een warmteplan opstellen. Er is een wettelijke verplichting nodig om in of bij alle bestemmingsplannen van gemeenten en in alle infrastructuur(her)investeringsplannen van netbeheerders verplicht een strategie voor ‘CO2-neutraal in 2050’ te laten opnemen. Lokale besluitvorming is uiteraard alleen mogelijk als gemeenten, in navolging van Denemarken, de bevoegdheid krijgen om gasnetten te verwijderen en, waar daarvoor wordt gekozen, warmtenetten met verplichte aansluiting aan te leggen. Daarnaast moet uiteraard de verplichting tot aansluiting op het gasnet worden gewijzigd.

Overlegtafel Energievoorziening

In de rapportage van de Overlegtafel Energievoorziening doen netwerkbedrijven, energiebedrijven en maatschappelijke organisaties een aantal aanbevelingen om deze warmtetransitie goed te laten verlopen. Zij pleiten ervoor om alternatieven voor warmtevoorziening in de gebouwde omgeving ruimte te geven en te stimuleren door:

1. Een lokale afweging middels lokale Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA). Dat kan betekenen:

  • hybride warmtepompen in minder goed geïsoleerde woningen, gecombineerd met (duurzame) bronnen voor piekverwarming;
  • elektrische warmtepompen in optimaal geïsoleerde gebouwen;
  • lokale gasnet renoveren als andere mogelijkheden voor duurzame LT warmtevoorziening niet mogelijk zijn;
  • warmtenet als voldoende (duurzaam opgewekte) restwarmte gegarandeerd beschikbaar blijft, of andere (duurzame) warmtebronnen beschikbaar zijn zoals geothermie, afvalwaterzuivering, etc.

2. Een gelijk speelveld creëren: verschillen in fiscale behandeling en in tarifering van gas en elektriciteit wegnemen.

3. Een integrale benadering: consequenties voor alle netten (gas, warmte en elektriciteit) meenemen in MKBA.

4. Op korte termijn starten met het opstellen van een MKBA voor die gebieden waar grote investeringen in netten of gebouwde omgeving te verwachten zijn en/of restwarmte beschikbaar komt.

Vooral deze laatste aanbeveling laat zien dat het logisch kan zijn om de besluitvorming over wijken zonder aardgas te koppelen aan de planning van de netwerkbedrijven voor de eventuele vervanging van oude gasnetten. Dit kan in de praktijk echter ook lastig zijn, omdat zo’n vervanging vaak weer aan andere infrastructuurprojecten is gekoppeld.

Een essentieel element van zorgvuldige besluitvorming is de betrokkenheid van bewoners. Deze moet veel verder gaan dan de nu gangbare inspraakprocedures, omdat een besluit om het gasnet af te bouwen grote gevolgen heeft voor zowel huurders als eigenaar bewoners. Het is daarom belangrijk dat de MKBA ook inzicht geeft in de gevolgen voor individuele huishoudens. Daarnaast moeten lokale energie-initiatieven en wijkgebonden bewonersorganisaties intensief bij de besluitvorming worden betrokken. Gebeurt dat niet, dan laten de gevolgen in de implementatiefase zich raden.

Veranderingen voor een succesvolle uitvoering

Verandering komt alleen maar tot stand als de zorgvuldig genomen besluiten ook daadwerkelijk worden geïmplementeerd. Essentiële onderdelen van een zorgvuldige implementatie zijn:

  • proposities waarmee iedere wijkbewoner in redelijkheid uit de voeten kan;
  • een heldere lokale uitvoeringsorganisatie;
  • landelijke ondersteuning van lokale uitvoeringsorganisaties en;
  • een duidelijke kader voor de wijze waarop het bedrijfsleven de maatregelen kan uitvoeren.

Uitgangspunt hierbij moet zijn dat de bewoner zelf de kennis en instrumenten in handen heeft om keuzes kunnen te maken tussen maatregelen op woning-, straat- en/of wijkniveau.

Redelijke proposities

Wanneer een gemeente ervoor kiest het oude gasnet te vervangen door full-electric warmtepompen in optimaal geïsoleerde gebouwen of een warmtenet, dan zullen in de praktijk (vrijwel) alle bewoners van de betreffende wijk aanpassingen in hun huis moeten realiseren. Zoals gezegd, zijn vergaande isolatie van oudere woningen naar label A of B én de omvorming van het verwarmingssysteem naar lage temperatuur verwarming ingrijpende en kostbare maatregelen. In de praktijk kunnen die kosten op dit moment niet uit de verlaging van de energierekening worden betaald. Veel huishoudens hebben dit geld niet of geven het liever aan andere zaken uit. Daarbij komt dat een deel van de nieuwe technieken onbekend is. Onbekend maakt onbemind en daarbij zullen er ongetwijfeld kinderziektes ontstaan. Ook de voorspelde besparingseffecten kunnen tegenvallen. Of eigenaar-bewoners willen niet investeren omdat ze mogelijk gaan verhuizen. Voldoende bezwaren kortom.

De vraag is daarom wat er nodig is om tot aantrekkelijke proposities te komen, waarmee iedere wijkbewoner in redelijkheid uit de voeten kan. ‘Aantrekkelijk’ moet hierbij breed worden opgevat. Het gaat immers niet alleen om geld, maar ook om comfort- en woningverbetering.

CE Delft heeft berekend dat aantrekkelijke proposities zonder uitgebreide subsidiëring, in de praktijk alleen mogelijk zijn als de gasprijs omhoog gaat naar ongeveer € 1,- per m3(nu 66 cent). Een dergelijke verhoging kan net als bij de regulerende energiebelasting in de jaren ’80 worden ingevoerd als onderdeel van een belastinghervorming. Daarbij moet worden gekozen voor een stapsgewijze verhoging en voor compensatie van specifieke groepen, zoals ouderen, gezinnen met jongere kinderen en vrijwilligersorganisaties (bij compensatie via de loonbelasting).

Er zal verder een oplossing moeten worden gevonden voor de vele eigenaar-bewoners die het geld niet hebben om de noodzakelijke maatregelen te financieren. Een optie is om de netwerkbedrijven hierin een rol te laten spelen, bijvoorbeeld door financiering via de netaansluiting mogelijk te maken. Een andere optie is dat een lokaal energiedienstenbedrijf de eigenaar-bewoners een zogenaamd ‘Woningabonnement’ aanbiedt. Daarmee maken huiseigenaren hun woning volgens eigen wens energiezuinig zonder zelf te investeren, maar door te betalen op basis van de verlaging van hun energierekening. In Deventer is een dergelijk systeem door de lokale energiecoöperatie ontwikkeld met steun van de gemeente Deventer, de provincie Overijssel en de Kredietbank Salland.

Ook moet er aandacht komen voor het probleem dat voor ingrijpende isolatie van oudere woningen veel meer deskundigheid is vereist dan vaak wordt gedacht. Wanneer een paar warmtelekken over het hoofd worden gezien, kan het effect van de genomen isolatiemaatregelen vaak fors tegenvallen of tot bouwfysische problemen als condensatie leiden. Deze deskundigheid kan landelijk worden georganiseerd.

Een lokale ondersteuningsstructuur

Een gemeente die besluit binnen vijf tot tien jaar te stoppen met het aardgasnet in een bepaalde wijk moet uiteraard een lokale infrastructuur bouwen om alle bewoners te helpen met de noodzakelijke besparingsmaatregelen en de veranderingen in het verwarmingssysteem. Lokale duurzame energie-initiatieven en nieuwe wijkgebonden bewonersorganisaties kunnen daarbij een waardevolle rol spelen.

De evaluatie van het wijkgerichte Blok voor Blok-programma beschrijft dat het in de praktijk moeilijk is om grote aantallen eigenaren van koopwoningen te verleiden tot het treffen van energiebesparende maatregelen. Dit zal uiteraard anders liggen wanneer men weet dat het aardgasnet verdwijnt, maar de conclusie is gerechtvaardigd dat deelname echt een probleem is. Voortbouwend op Blok voor Blok zijn er drie initiatieven ontstaan die zijn gericht op de professionalisering van de buurtgerichte aanpak: KUUB, Hoom en Buurkracht. Deze drie partijen hebben allemaal systemen ontwikkeld die zijn te classificeren als klantrelatiebeheersystemen (CRM). Met instemming van de klant worden in deze systemen gegevens bijgehouden over de woning en klantbehoeften. Zo kan op hun specifieke situatie worden ingespeeld, bijvoorbeeld met concrete vervolgacties. De inzet van professionele CRM-systemen lijkt onmisbaar als een gemeente besluit dat een bepaalde wijk binnen x jaar van het gas af gaat.

Landelijke ondersteuningsstructuur

Ter ondersteuning van de lokale ondersteuningsstructuur is een landelijke ondersteuningsstructuur nodig. Deze moet gemeenten, netwerkbedrijven en bewonersinitiatieven helpen met de wijkgerichte transitieaanpak. Daarbij zijn verschillende elementen van belang.

Ten eerste is er landelijke communicatie nodig met als doel huurders en eigenaar-bewoners te informeren over de noodzaak en de mogelijkheden van de gastransitie. Daarnaast is een helder landelijk kader voor de lokale warmteplannen onontbeerlijk. De meest eenvoudig te realiseren opties voor het stoppen met aardgas in wijken met veel relatief slecht geïsoleerde woningen, lijken warmtenetten op basis van hoge temperatuur warmte en hybride warmtepompen. In beide gevallen hoeft er dan in de woning weinig te veranderen. De ontwikkeling naar 100% label A woningen kan geleidelijk verlopen. De vraag is echter of er, zeker op langere termijn, voldoende warmte op hoge temperatuur beschikbaar is. Ook is het de vraag of er voldoende groen gas beschikbaar komt om op grote schaal voor hybride warmtepompen te kiezen. De andere opties, warmtenetten van lage temperatuur en elektrische warmtepompen, vragen een transitie waarbij optimale energiebesparing in alle woningen een integraal onderdeel is.

Een wijkgerichte transitieaanpak vraagt echter ook om het creëren van randvoorwaarden voor de ontwikkeling van aantrekkelijke proposities. Ook is een verbetering en opschaling nodig van de bestaande klantrelatiebeheersystemen, evenals de ondersteuning van lokale energie initiatieven en wijkgebonden bewonersinitiatieven. Toegankelijke informatie over de fasering van de geplande vervanging van het gasnet door de netwerkbedrijven helpt de wijkgerichte transitieaanpak eveneens verder. Daarnaast is inzicht nodig in de (vermeden) kosten die de netwerkbedrijven in een specifieke wijk moeten maken. Tot slot zou een database met werkelijke besparingsgegevens van woningen, bewonersprofielen en besparingsmaatregelen duidelijk moeten maken hoe de prognoses van het toekomstige energiegebruik in een wijk zijn onderbouwd. En last maar zeker niet least: ook partijen, die kritisch zijn over bepaalde opties, moeten in het besluitvormingsproces worden gehoord.

Kaders voor het bedrijfsleven

De kwaliteit van het aanbod van energiebesparingsmaatregelen en diensten is wisselend. Er is sprake van grote verscheidenheid binnen het mkb: isolatiebedrijven, bouwbedrijven en installateurs etc. hebben allemaal hun eigen producten en expertise. Deze expertise is bovendien niet per se energiebesparing als zodanig. Zeker voor de opties die ingrijpende isolatie vereisen, ontbreekt op dit moment nog het integrale aanbod. Innovatie op dit punt is essentieel. Dat pleit voor de ontwikkeling van heldere kaders en eerlijke systemen op basis waarvan de lokale ondersteuningsstructuur (mkb- gemeente besluit te kiezen voor de oprichting van een lokaal energiedienstenbedrijf. Uiteraard moet ook altijd de mogelijkheid blijven bestaan dat eigenaar-bewoners zelf het bedrijf kiezen waarmee ze in zee willen gaan.

Sible Schöne, HIER klimaatbureau
Met dank aan Ron de Graaf, Hoom

Deze bijdrage maakt deel uit van een serie beschouwingen over de transitie naar een aardgasloze economie, van HIER Klimaatbureau.

Lees o0k: Duurzaam van het aardgas af, zo kan iedereen het 

Lees meer over: , ,

Meer artikelen uit de categorie: Inzicht



 

Reacties: (11)

Trackback URL | Comments RSS Feed

  1. Derk schreef:

    We moeten iets, de Groningers hebben ook recht op een veilige trilvrije woning. Helaas zijn wij in NEEderland heel goed in het dan maar doorduwen van een door de industrie zeer gewenste energiebron namelijk stadsverwarming.

    Door goede marketing vanuit de warmtebranche denkt namelijk iedereen dat stadswarmte duurzaam is. Het is inmiddels al zo ver dat de CO2 besparing niet meer het doel is maar warmtenetten het doel zijn geworden. Dit terwijl warmtenetten eigenlijk meestal het slechste van alle middelen is om CO2 te besparen.

    Zolang je in Nederland minder mag (lees moet) isoleren wanneer je een woning aansluit op stadsverwarming en de prijzen ervan 25-30% boven het beloofde ‘niet meer dan anders’ liggen kan je beter niet op warmte aansluiten.

    Ook vergeten al die warmtelovers dat nagenoeg alle bestaande warmtenetten in Nederland permanent 30-40% van de er in gestopte energie verliezen in transport en afleversets.

    Warmtenetten aanleggen op hoge temperatuur ( boven de 50 graden ) is jezelf met een ketting vastleggen aan het verleden met brand van kolen, olie, gas en afval. Niet duurzaam wel DUUR !

  2. Duurzame Fred schreef:

    De gasprijs verhogen naar €1, per kuub. Het lijkt op het kwartje van Kok wel. Wie verzint zoiets nu? Is de verhoging van de gasprijs om te verhullen dat warmtenetten veel te duur zijn? Waarom wordt er geen beter maatwerk geleverd? Mijn buurman mag mijn overtollige elektrische energie voor een bescheiden bedrag overnemen. Een kabelte met kWh meter naar de buren en het is geregeld.

    Zelf heb ik een 13 jaar oude cv-ketel van 24 kW. Dat hoorde bij een woning die ik heb, volgens de cv installateur. Mijn woning heeft een vloeroppervlatke van 105 vierkante meters. Echter 50 vierkante meters zijn kamers die nauwelijks gebruikt worden. De radiator zijn dichtgedraaid. De ramen op de bovenverdiepingen zijn voorzien van rolluiken. Dat scheelt aanzienlijk in de energiekosten. De rolluiken gaan automatisch als het donker centraal gestuurd omlaag. ‘s ochtends bedien ik het zelf in de gebruikte kamers omhoog, de kamers die ik niet veel gebruik kan ik centraal in de woonkamer bedienen.

    De warmte trekt via de woonkamer toch naar de andere vertrekken door. Een van de slaapkamers wordt gebruikt als fitnesruimte. Een ander slaapkamer (zolder) wordt gebruikt als opslag. Ik overweeg eerst om een lage temperatuur ketel te installeren in de woonkamer, badkamer en één slaapkamer. De overige ruimte’s wil ik voorzien van infra rood verwarming voor als het echt koud is. Naar alle waarschijnlijkheid zullen de infrarood radiatoren nooit aan gaan.

    Op die manier probeer ik afscheid te nemen van het gas. Als alternatief hou ik powergas van Stedin achter de hand. Het warmtenet komt mijn woning niet in, want dat is veel te duur. Desnoods verhuis ik naar een woning dat te ver verwijderd is van een warmtenet.

  3. Martien Vogelezang schreef:

    Tja…Natuurlijk heeft ieder het recht te wachten tot de prijzen
    het persoonlijk gedrag aansturen.
    Lijkt op het idee van de rationele burger zoals bedacht door economen.
    Er zijn echter ook minder rationele burgers
    die een eigen keuze maken voor
    een eigen duurzame energievoorziening
    naar eigen maatvoering, en enig
    risico nemen en durven investeren.

  4. Walther Walraven schreef:

    Jouw voorstel is niet nieuw. Er reeds ruim aan gerekend Martien.

    Wellicht kun je zelf een rekensommetje maken en uitrekenen wat de installatie mag kosten bij de volgende uitgangspunten:

    • productie aan m3 gasequivalenten per jaar 1000
    • gasprijs € 0,60
    • afgezet tegen een ketelrendement van 100% op onderwaarde
    • afschrijving van de installatie 15 jaar
    • rente verlies niet beschouwd
    • onderhoud 2% van de investering
    • input elektriciteit voor opslag en onttrekken 160 watt over 6000 uur
    • elektriciteitsprijs € 0,20 per kWh
    • Stel investering op K

    De jaarkosten zijn dan:

    K/15 + K*2% + 160/1000*6000*0,20

    De opbrengst per jaar

    1000*0,60 = € 600

    Netto voordeel = Opbrengst minus kosten

    Bij een terugverdientijd van 15 jaar mag de installatie kosten € 4.707
    Bij een terugverdientijd van 7 jaar mag de installatie kosten € 2.505
    Bij een terugverdientijd van 5 jaar mag de installatie kosten € 1.154

    Je hebt een collectorsysteem nodig dat van ruim 1.500 watt om zonnneenergei in te vangen
    Voorts een opslag systeem.

    Mijn begroting voor een dergelijke installatie komen op € 6500.

  5. Martien Vogelezang schreef:

    De meest eenvoudige vorm van warmtevoorziening is over het hoofd gezien:
    Verzamel de overmaat aan zomerzonnewarmte in de onder-grond of -tank direct bij de verbruiker en benut die tijdens het stookseizoen.
    Efficiënte verzameling [dat betekent ca 50% van de zonenergie naar binnen halen] van warmte kan door gebruik te maken van vacuumbuiscollectoren of PV/T-collectoren op het dak/geveloppervlak.
    Esentieel is opslag nabij de verbruiker zodat grote verliezen door transport zo klein mogelijk blijven.
    NB:In tegenstelling tot elektriciteit is warmte lastig over grote afstanden te transporteren.

  6. henkz schreef:

    Warmtenetten zijn helemaal niet zo mooi als het lijkt. Kijk vooral eens op stadsverarming.nl of stadswarmte.blogspot.nl

    Restwarmte kan veel beter in de industrie worden ingezet, ook inzet van WKK in de industrie (waardoor er geen peperdure warmtenetten nodig zijn) draagt bij aan besparing.

  7. paulS schreef:

    Nou, ik ben er klaar voor, maar toen was daar ds netbeheerder. Die rekent sinds kort euro 750 alleen voor het afsluiten. Meer dan een domper….

  8. Robert schreef:

    Het is leuk om de optimale oplossing op papier te zetten. Maar dan komt die vervelende praktijk met echte mensen en organisaties. De voorgestelde oplossing is zo complex en afhankelijk van de gelijktijdige steun, inzet en acceptatie van zoveel partijen dat ik vrees dat het nooit zo integraal kan gaan werken. Overigens werkt het verhogen van de gasprijs naar het dubbele en het simpelweg stoppen met gasaansluitingen aanleggen of het vervangen van gasnetten het beste. Simpel en geen gedragsbeïnvloeding door communicatiecampagnes nodig. Wel zorgen dat woningeigenaren goed kunnen financieren, anders kan niet iedereen mee met de nieuwe ontwikkelingen.

  9. AVE schreef:

    @ Walther Walraven – Een slechte redenering. Eerst de gasprijs verhogen met 50%. Gaat allemaal naar de centrale overheid, terwijl de vervanging van het gasnet door gemeenten moet worden uitgevoerd. Iedereen betaalt mee aan de subsidie pot maar de opbrengst komt ten goede aan de Randstad. Het gedrocht van een stroperig trage besluitvorming zoals bij de Wet op de Ruimtelijke Ordening dient zich aan. Na 70 jaar RO zijn er nog steeds onvoldoende betaalbare woningen in Nederland. Het ergste is, dat mensen vanachter hun bureau en ver van de praktijk allerlei zaken theoretisch uitwerken om die vervolgens dwingend op te leggen aan de burgers.

  10. Walther Walraven schreef:

    Het voorstel van CE Delft om de gasprijs naar € 1 per m3 te verhogen zal zeker helpen de economische aantrekkelijkheid te vergroten. Daarnaast zou het systeem vaan duurzaaheidsleningen vanuit de overheid versoepeld en uitgebreid moeten worden. Per saldo zullen burgers dan maatregelen kunnen nemen die een positief effect hebben op de maandlasten.

  11. AVE schreef:

    Leuk verhaal. Echter bewoners in de buitengebieden hebben hier niets aan.

    Ook leuk. het ministerie komt met voorstellen die de gemeenten moeten uitvoeren. Met de overheveling van alle overheidstaken naar de gemeenten vraag je je af waarom we nog ministeries nodig hebben.