Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Zestig jaar na de crash van een Amerikaanse B-52 bij Palomares is de bovengrond rond het dorp in Almería nog altijd met plutonium besmet. Een saneringsbelofte uit 2015 bleef zonder bindend vervolg, terwijl bouwplannen aan de kust nieuwe zorgen oproepen.

B52 bommenwerper

Een B52 bommenwerper zoals die verongelukte boven Spanje. Foto: iStock – Adrian Dockerty

Onder de droge akkers en bouwgrond van Palomares, aan de zuidoostkust van Spanje, ligt een erfenis die zestig jaar later nog altijd merkbaar is. Op 17 januari 1966 botste daar hoog in de lucht een Amerikaanse B-52 tijdens het bijtanken met een tankvliegtuig, waarna twee van de vier Mk28-waterstofbommen plutonium over de omgeving verspreidden. Er vonden geen nucleaire explosies plaats, maar de conventionele ladingen in de bommen maakten van de inslagplaatsen alsnog radioactief besmet terrein. Nu de kust verder wordt ontwikkeld, staat opnieuw op scherp wat er moet gebeuren met grond die nooit volledig is schoongemaakt.

De kracht van vier bommen was bijna niet te bevatten

Van de elf bemanningsleden overleefden er vier de botsing. De B-52 had vier Mk28-waterstofbommen aan boord, elk met een explosief vermogen van 1,45 megaton. Dat is ongeveer honderd keer de kracht van de bom die Hiroshima verwoestte.

Een derde bom kwam vrijwel heel op land terecht. De vierde verdween in de Middellandse Zee en werd pas na bijna 80 dagen zoeken teruggevonden, op ongeveer 870 meter diepte. De directe zoektocht was daarmee voorbij, maar het probleem op land bleef.

Goed om te weten
De bommen gingen niet af als kernwapen. Toch konden de conventionele explosieven bij de inslag radioactief materiaal over de grond verspreiden.

De besmetting kreeg meerdere grenzen op de kaart

Wetenschappelijke studies schatten dat plutonium en uranium terechtkwamen in een gebied van ongeveer 2,3 km², oftewel circa 226 hectare. Dat gaat om het gebied waar de vervuiling zich na de ramp verspreidde. Voor de grond die later als resterend besmet werd aangemerkt, komt een andere afbakening uit op ongeveer 40 hectare.

  • Tussen 1.400 en 1.750 ton besmette grond werd kort na de ramp afgevoerd naar opslag in de Verenigde Staten.
  • Onderzoekers en activisten vonden later twee begraven sleuven met radioactief puin in de buurt van Palomares.
  • De bovenste bodemlaag bevat op delen van het terrein nog altijd plutonium.

Radioactieve deeltjes zijn niet te zien, te ruiken of weg te spoelen. De bodem moet daarom worden afgegraven, vervoerd en opgeslagen onder strenge veiligheidsregels.

Een afspraak uit 2015 bleef hangen in de politiek

Op 19 oktober 2015 tekenden de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en zijn Spaanse ambtgenoot José Manuel García-Margallo een principeakkoord. Daarin stond dat circa 50.000 m² resterend vervuilde grond zou worden afgevoerd naar een opslaglocatie in Nevada.

Een bindend verdrag kwam er nooit. In 2023 werd opnieuw om opruiming gevraagd en volgde een positieve reactie uit Washington, maar concrete werkzaamheden bleven uit. De grond blijft feitelijk liggen waar hij ligt.

1.600 woningen zetten de bodem opnieuw onder druk

Bij Palomares ligt een plan voor ongeveer 1.600 woningen aan de kust. Milieugroepen vrezen dat graafwerk en bouwverkeer plutoniumdeeltjes in de nog besmette bodem opnieuw kunnen verstoren, juist op plekken waar de oude sanering nooit helemaal is afgerond.

De discussie raakt ook aan een groter Europees punt over de verantwoordelijkheid voor radioactieve erfenissen wanneer een ongeluk tientallen jaren geleden gebeurde, terwijl de grond vandaag nog steeds in gebruik is. In de Verenigde Staten zou voor vergelijkbare bodemwaarden in Hunters Point bij San Francisco een saneringsgrens gelden van 2,59 picocurie per gram, gelijk aan 96 becquerel per kilogram plutonium-239 en plutonium-240.

Voor Palomares is nog geen startdatum vastgesteld voor afvoer van de resterende grond. De bouwplannen vergroten intussen de druk om die politieke patstelling om te zetten in een sanering.

Over het onderzoek

De resterende vervuiling is onderzocht in bodemstudies die onder meer verschenen in het Journal of Environmental Radioactivity. Die publicaties bevestigen plutonium in de bodem rond Palomares en beschrijven ook de aanwezigheid van uranium in het getroffen gebied.