Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Sinds december 2015 valt Meer Poopó op de Boliviaanse Altiplano steeds weer droog. Voor de Uru Murato, die eeuwenlang van het meer leefden, verdwijnt daarmee veel meer dan alleen water.

zoutvlakte

Een auto op een zoutvlakte in Bolivië. Foto: iStock – DmitriyBurlakov

Waar vissers ooit hun netten uitwierpen, ligt nu vaak een eindeloze vlakte van zoutmodder onder de felle zon. Meer Poopó op de Boliviaanse Altiplano, historisch het op één na grootste meer van het land na Lake Titicaca, droogde eind 2015 volledig op en kreeg op 22 januari 2016 officieel die status. Droogte, vervuiling door mijnbouw en problemen met de watervoorziening maakten van een meer van duizenden vierkante kilometers een onzekere waterplas die telkens weer verdwijnt. Voor de Uru Murato, die al eeuwen van de visserij leven, staat daarmee ook hun plek en identiteit op het spel.

Op 3.686 meter hoogte is water nooit vanzelfsprekend

Meer Poopó lag hoog in de Andes, op 3.686 meter boven zeeniveau. Bij laag water besloeg het ongeveer 2.530 km², met een lengte van zo’n 90 km en een breedte van 32 km. Op veel plekken was het slechts 2,4 tot 3 meter diep.

In een nat seizoen kon het water bijna 3.000 km² bedekken. In 2021 was een groot deel van die voormalige watervlakte veranderd in een vlakke massa zoutmodder. Regen kan er nog kleine plassen achterlaten, maar die verdwijnen snel weer onder de felle zon.

Mijnbouw maakte een droog meer ook nog giftig

Satellietfoto van Meer Poopó in Bolivia, met zichtbare zoutvlakten en restwater.

Satellietfoto van Meer Poopó in Bolivia, met zichtbare zoutvlakten en restwater. Beeld: NASA Johnson Space Center, Public domain, via Wikimedia Commons.

Sinds 1985 warmde het gebied rond het meer per decennium bijna een halve graad Fahrenheit op, waardoor water sneller verdampte. El Niño, rivierwater dat werd afgeleid en slecht waterbeheer zetten het fragiele systeem vervolgens verder onder druk.

In de regio liggen meer dan 300 mijnbouwkampementen; de meeste lozen onbehandeld afvalwater in vijftien tot 23 waterlopen die richting het meer gaan. Dat water bevat zware metalen als cadmium, zink, arseen en lood.

  • Het meer kreeg water uit rivieren die tegelijk onder druk stonden van afleidingen.
  • Mijnbouwafval liet sediment en vervuiling achter in diezelfde waterwegen.
  • Een warmer klimaat vergrootte de verdamping van een toch al ondiep meer.

Water dat terugkomt na regen, belandt in een landschap waar de aanvoer, kwaliteit en verdamping allemaal tegenzitten.

Voor de Uru Murato verdween een manier van leven

Rond Meer Poopó leefden de Uru Murato al eeuwen van de visserij. Toen het water verdween, verloren naar schatting 200 diersoorten hun leefgebied, waaronder vissen, vogels, reptielen en zoogdieren. Voor vissersgemeenschappen betekende dat dat hun vangst, voedsel en werk in één klap wegvielen.

“We zijn niet langer de mensen van het meer. Als het meer verdwijnt, verdwijnen wij ook.”
Simiano Valero, leider van de Uru Murato-gemeenschap

Veel bewoners vertrokken naar loodmijnen of zoutvlaktes op 320 km afstand om geld te verdienen. In de drie dorpen waar de Uru Murato ooit floreerden, bleven minder dan 650 mensen achter. In Punaca Tinta Maria halveerde het aantal inwoners in tien jaar tijd, doordat mannen naar mijnen vertrokken.

De terugkeer waar dorpen op wachtten, bleef uit

Historisch kon Meer Poopó na droge jaren weer vollopen. Dorpsleider Erasmo Suna Flores uit Punaca Tinta Maria vertelde in 2023 dat zijn voorouders rekenden op een terugkeer van het meer elke tien jaar, maar dat die cyclus uitbleef.

Het gebied kampte in 2023 al twintig jaar met aanhoudende droogte, terwijl tijdelijke regenplassen geen nieuw meer vormen. De overblijvende zoutvlakte is vooral een teken van hoe lang de schade al doorwerkt.

Goed om te weten
Meer Poopó was op zijn breedst bijna 70 km breed. Door de geringe diepte kon een lange droge periode er veel sneller ingrijpen dan bij een diep bergmeer.

Ook Nederland kent de druk op zoet water

De situatie op de Altiplano is niet één op één te vergelijken met Nederland, maar het patroon is herkenbaar: ook hier draait waterbeheer om de vraag hoeveel zoet water er beschikbaar blijft als droogte, bodemdaling en verzilting tegelijk toenemen.

Meer Poopó laat zien hoe snel een watersysteem kan kantelen als er meerdere problemen samenkomen. Een rivier die wordt omgeleid, vervuild water en extra verdamping lijken losse kwesties, maar bij een ondiep meer versterken ze elkaar flink.

Over het onderzoek

De bekende gegevens over Meer Poopó verbinden de droogval met klimaatgedreven droogte, El Niño, rivierwaterafleidingen, slecht waterbeheer en vervuiling door mijnbouw. De afmetingen van het meer, de vervuiling via waterlopen en de gevolgen voor bewoners tonen waarom tijdelijke regenval het verdwenen ecosysteem niet zomaar terugbrengt. Dorpsleider Erasmo Suna Flores wacht sinds 2023 nog altijd op het herstel dat zijn voorouders elke tien jaar meemaakten.