Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Eind 1981 nam het aantal meldingen van vreemde lichten in de Noorse Hessdalenvallei sterk toe. Sinds 1998 registreert een automatisch meetstation het verschijnsel, maar een definitieve verklaring ontbreekt nog altijd.
De vreemde lichtverschijnselen boven Hessdalen zijn nog steeds niet verklaard. Foto: iStock – Ole Arnesen
Je ziet een licht in de verte en vraagt je af wat het is. In de Noorse Hessdalenvallei worden zulke lichten waargenomen over een strook van twaalf kilometer; bewoners meldden ze al in de jaren dertig en veertig. Bij het eerste grote veldonderzoek in 1984 zetten onderzoekers camera’s, magnetometers en een marineradar in. Inmiddels staat er ook een observatorium op zonne-energie, waar onderzoekers de lichten met apparatuur vastleggen.
Op het hoogtepunt zagen bewoners wekelijks tientallen lichten
In de gemeente Holtålen, midden in Noorwegen, werd het in de eerste helft van de jaren tachtig lastig om de meldingen nog als losse voorvallen te zien. Tijdens de piek van 1981 tot 1984 à 1985 zagen bewoners tot vijftien à twintig keer per week een vreemd licht. Die meldingen kwamen van bewoners; automatische metingen werden pas later mogelijk.
Die jaren verklaren waarom Hessdalen al ruim 40 jaar onderzoekers bezighoudt. De eerste verhalen uit de vallei zijn ouder, terwijl het automatisch registreren pas veel later begon. Het onderzoek begon later dan de waarnemingen: mensen keken er al lang voordat apparatuur dat voor hen deed.
Ook bezoekers hopen een licht te zien
De bekendheid van de lichten heeft Holtålen ook bezoekers gebracht. Er staat zelfs een speciale cabine voor mensen die hopen het verschijnsel zelf te zien. Een verblijf kun je regelen; een waarneming natuurlijk niet. Juist dat onvoorspelbare maakt de vallei anders dan een plek waar je voor een vast programma naartoe reist.
Goed om te weten In 2018 kwam er een observatorium op een bergtop van bijna 1.000 meter hoogte. Het Hessdalen Observatory wordt gebruikt voor onderzoek en voor de ontvangst van bezoekers.
In Hessdalen komen bezoekers die willen kijken en onderzoekers die willen meten samen. Bezoekers en onderzoekers stellen verschillende vragen over de lichten. Een bezoeker wil het misschien één keer meemaken; onderzoekers hebben juist gegevens van meerdere waarnemingen nodig om mogelijke oorzaken met elkaar te vergelijken.
Er is nog geen bewezen verklaring voor de lichten
Een mogelijke verklaring zoekt het bij plasma, een gas waarin elektrisch geladen deeltjes zitten en dat licht kan geven. Een ander idee gaat over stofdeeltjes die elektrisch geladen raken. Ook geologische effecten zijn geopperd, waarbij spanning in gesteente mogelijk een rol speelt. Geen van die ideeën is vastgesteld als dé oorzaak van de Hessdalen-lichten.
Zelfs als een proces licht kan maken, moet nog blijken of het ook past bij wat in Hessdalen is vastgelegd. De meldingen tijdens de piekjaren vertellen hoe vaak bewoners iets zagen; meetapparatuur kan daar gegevens over de omstandigheden aan toevoegen. De meetgegevens maken een verklaring toetsbaar.
Over het onderzoek
Project Hessdalen staat onder leiding van oprichter en hoofdonderzoeker Erling P. Strand, verbonden aan Østfold University College. Het eerste grote veldonderzoek liep van 21 januari tot 26 februari 1984. Onderzoeksingenieurs brachten toen verschillende instrumenten naar de vallei om waarnemingen zo goed mogelijk vast te leggen.
Het automatische meetstation staat in Holtålen, in de provincie Trøndelag, en is operationeel sinds 7 augustus 1998. Het gebruikt onder meer een magnetometer, die veranderingen in het magnetisch veld meet. Ook heeft het station camera’s voor beeldopnamen. Zo hoeven onderzoekers voor een registratie niet steeds zelf op het juiste moment ter plekke te staan.
In augustus 2000 werkten natuurkundigen uit Italië tijdens de expeditie EMBLA 2000 samen met collega’s van Østfold College. Zij voegden een platform voor automatische radiometingen toe. Daarmee kwam er naast beeldmateriaal een ander soort meting beschikbaar voor het onderzoek naar de lichten.
Het station werd daarna verder uitgebreid. In 2001 kwamen er twee kleurencamera’s op 171 meter afstand van elkaar te staan, als onderdeel van een nieuw meetsysteem. In 2002 en 2003 volgden een weerstation en een zeer gevoelige zwart-witcamera.
