
Verspreid over kilometers Deense bodem liggen rijen gaten die al 2.500 jaar vragen oproepen bij archeologen. Studenten van de Universiteit van Kopenhagen hebben ze nu opnieuw nagemaakt en getest, in de hoop eindelijk te achterhalen waarvoor deze hulbælter dienden.
Op akkers in Noord-Europa ligt een langgerekt patroon van zogeheten hulbælter, rijen kuilen van zo’n 30 tot 40 centimeter diep die sinds hun ontdekking in 1966 archeologen blijven bezighouden. In mei 2026 trokken dertig studenten onder leiding van archeoloog Henriette Lyngstrøm naar het openluchtlaboratorium Sagnlandet Lejre om de constructies onder gecontroleerde omstandigheden te reconstrueren en te belasten. Als duidelijk wordt waarvoor deze rijen bedoeld waren, zegt dat iets over hoe gemeenschappen in het begin van de IJzertijd hun voedsel, veiligheid en landschap organiseerden, en over de mate van centrale regie en hiërarchie die nodig was om zulke ingrepen op schaal uit te voeren.
Meer dan kuilen: een landschap vol regels
Wie de hulbælter alleen als losse gaten ziet, mist de schaal. Archeologen tellen tienduizenden ronde kuilen, gegraven tussen 500 en 300 v.Chr., geordend in stroken van 3 tot 6 meter breed die kilometers door het landschap snijden.
Inmiddels zijn meer dan 50 van zulke gordels teruggevonden, met een duidelijke concentratie in Jutland. De spreiding en herhaling maken ze uitzonderlijk binnen Europa, omdat vergelijkbare, kilometerlange patronen elders zelden zo consequent zijn aangelegd.
Onderzoekers plaatsen de hulbælter in een bredere discussie over landschapsregulering in de Europese prehistorie, waarbij ingrepen grenzen, toegang en gebruik van grond markeerden. Archeologen Mette Løvschal en Mads Kähler Holst van Aarhus University beschrijven hoe zulke herhaalde lijnen ook sociale afspraken in de bodem verankerden.
Met kip en keramiek: koelte is meetbaar
Een van de proeven in Lejre draaide om temperatuur. Student Angelyn Sørensen legde een stuk kip op de bodem van een kuil en mat hoe snel het opwarmde; bij een luchttemperatuur van circa 20 °C kwam het vlees uit op 12 °C.
In een van de hulbælter zijn scherven aardewerk gevonden, een aanwijzing dat er activiteiten rond voedsel of opslag plaatsvonden. Sørensen noemde het resultaat niet ideaal voor bewaring en opperde dat koeling seizoensgebonden kan zijn, bijvoorbeeld in de herfst wanneer het buiten doorgaans kouder is.
Andere studenten maakten houten schoppen na, gebaseerd op gereedschap uit de IJzertijd, om arbeid en energie in te schatten. Wie kilometers kuilen kan graven, moet tijd en menskracht kunnen organiseren, dag na dag.
“Het was heel moeilijk voor de aanvallers om te vechten en hun evenwicht te bewaren, terwijl de verdedigers aan de overkant konden tegenaanvallen.”
Clara Thejls, promovendus archeologie
Waarom palissades steeds minder waarschijnlijk lijken
Een van de weinige stevige conclusies is negatief: de kuilen lijken niet de plek van vroegere palissades te zijn geweest. Die verklaring lag ooit voor de hand, maar houdt volgens het team rond Lyngstrøm geen stand bij de vorm en herhaling van de structuren.
Ook het idee van begraafplaatsen schuift naar de achtergrond. Lyngstrøm stelt dat de kuilen te klein zijn om mensen te begraven, waardoor een begraaffunctie weinig plausibel is binnen de bekende rituelen uit de periode.
Archeologen vragen zich al decennia af of deze stroken vooral dienden om eten te beheren of om mensen tegen te houden.
Verdediging op schaal, met een klassiek ijkpunt
Het veldexperiment ging verder dan meten. Met plastic wapens en stokken speelden studenten een gevechtssituatie na, waarbij de rijen kuilen de opmars hinderden en de verdedigers voordeel gaven, zoals Thejls beschrijft.
Specialisten zagen daarbij overeenkomsten met zogenoemde lys, kuilen die volgens Julius Caesar met houten punten werden gevuld tijdens het beleg van Alesia in 52 v.Chr. Dat is geen bewijs dat hulbælter ook zo waren bewapend, maar het levert een historisch referentiepunt op voor het idee dat kuilenvelden als obstakel kunnen werken.
Goed om te weten: een defensief kuilenveld hoeft niet continu bezet te zijn, want als het de beweging van een tegenstander vertraagt, verschuift het voordeel al naar een kleinere verdedigende groep.
Wat de kuilen vertellen over macht en coördinatie
De implicaties raken aan sociale organisatie. Lyngstrøm trekt uit het simpele feit van massaal graafwerk een bestuurlijke lijn: “Het graven van zoveel kuilen vereist strikte controle en een duidelijk herkenbare leider.”
Die observatie sluit aan bij eerder academisch werk van Lyngstrøm zelf over experimenten met kuilenrijen, waarin reproduceerbaarheid wordt gekoppeld aan vragen over planning en gezag.
Extra bodemanalyses rond de kuilen en vergelijking met historische verdedigingssystemen moeten uitwijzen of er sporen zijn van bijvoorbeeld houten inzet, voedselresten of herhaald onderhoud. Een nieuwe meetronde in Lejre moet daarover uitsluitsel geven.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
