Uit het internationale ‘People & Climate Change’-onderzoek van Ipsos, uitgevoerd in 31 landen, komt een opvallend beeld naar voren. Nederland worstelt zichtbaar met klimaatbeleid. Veel mensen vinden dat er te veel van hen wordt gevraagd, terwijl het vertrouwen in de overheid om het probleem aan te pakken laag is.
De cijfers vertellen een verhaal van twijfel en vermoeidheid. Bijna de helft van de Nederlanders vindt dat het land meer moet doen tegen klimaatverandering. Tegelijk ligt dat percentage flink onder het internationale gemiddelde. Nederland loopt dus niet voorop in ambitie, ondanks het beeld dat soms bestaat.
Hoge verwachtingen, lage bereidheid
Opvallend is dat 48 procent van de Nederlanders vindt dat er al te veel offers worden gevraagd in de strijd tegen klimaatverandering. Dat ligt ruim boven het gemiddelde van de onderzochte landen. Alleen in landen als India en Indonesië ligt dat percentage hoger, terwijl juist daar de gevolgen van klimaatverandering al direct voelbaar zijn.
In buurlanden zoals België en Duitsland ligt die ervaren druk juist een stuk lager. Dat maakt de Nederlandse houding extra interessant: de zorgen zijn groot, maar de bereidheid om zelf in te leveren lijkt beperkt.
Tegelijkertijd ziet één op de vijf Nederlanders het land als koploper op klimaatgebied. Dat beeld strookt niet met de werkelijkheid. Nederland heeft lange tijd achtergelopen binnen Europa als het gaat om duurzame energie, al is er de laatste jaren wel sprake van een inhaalslag.
Verantwoordelijkheid verschuift
De vraag wie het probleem moet oplossen, verschuift langzaam. Een kleine meerderheid vindt dat bedrijven tekortschieten als ze niet ingrijpen. Ook het idee dat individuen verantwoordelijkheid dragen blijft aanwezig, maar dat gevoel neemt af. Waar in 2021 nog bijna twee derde vond dat burgers een plicht hebben richting toekomstige generaties, is dat aandeel inmiddels duidelijk gedaald.
De druk op de overheid blijft, maar neemt iets af. Minder mensen dan voorheen vinden dat de overheid hen in de steek laat. Dat lijkt minder een teken van tevredenheid dan van afnemend vertrouwen.
Dat wantrouwen wordt scherp zichtbaar in één cijfer: slechts 18 procent van de Nederlanders denkt dat de overheid een duidelijk plan heeft om de klimaatcrisis aan te pakken. Daarmee bungelt Nederland onderaan de lijst, samen met België.
Van betrokkenheid naar fatalisme
Misschien wel het meest zorgwekkend is de groei van een fatalistische houding. Eén op de vijf Nederlanders denkt dat het al te laat is om klimaatverandering nog te stoppen. Daarnaast gelooft een kwart dat het geen zin heeft om het eigen gedrag aan te passen.
Dat soort overtuigingen zijn hardnekkig. Ze veranderen weinig door de jaren heen en liggen ongeveer op het wereldwijde gemiddelde. Maar hun impact is groot: wie denkt dat het toch geen verschil maakt, haakt sneller af.
Een ongemakkelijke balans
Het onderzoek schetst een land dat klem zit tussen ambitie en weerstand. Nederlanders erkennen het probleem, maar voelen zich overbelast. Ze verwachten actie van overheid en bedrijven, maar vertrouwen diezelfde partijen steeds minder.
Conclusie
De Nederlandse houding tegenover klimaatverandering is niet simpelweg sceptisch of betrokken, maar ambivalent. Er is zorg, maar ook vermoeidheid. Er is verantwoordelijkheid, maar die wordt steeds vaker buiten de deur gelegd.
Juist die combinatie maakt het lastig om vooruitgang te boeken. Want zonder vertrouwen en zonder gevoel van gezamenlijke richting wordt zelfs de beste strategie moeilijk uitvoerbaar.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
