Spanje en Portugal blijken ook te roteren: de Iberische plaat draait nu met de klok mee, met zo’n zes millimeter per jaar. Die draai kan de spanningsopbouw langs breuken rond Gibraltar en de westelijke Middellandse Zee anders verdelen.
Geologen onder leiding van Asier Madarieta-Txurruka (Universidad del País Vasco / UPV-EHU) hebben gezien dat de Iberische plaat, waar Portugal en Spanje op liggen, haar draai heeft omgegooid en nu met de klok mee roteert in plaats van zoals vroeger bij de opening van de Golf van Biskaje. Die beweging is pas zichtbaar geworden dankzij nieuwe satelliet- en seismometingen die vervorming in de aardkorst nauwkeuriger kunnen volgen. Onder de oppervlakte speelt de voortdurende convergentie tussen de Afrikaanse en Euraziatische platen mee, met de Arc van Gibraltar als scharnier en extra laterale krachten vanuit het Alboran-gebied. Als spanningen anders worden verdeeld langs breuken rond onder meer de westelijke Middellandse Zee, moeten seismische kaarten en risico-inschattingen mee veranderen.
Een onverwachte draai in de tectoniek
De onderzoekers spreken over een koerswijziging die groot is in geologische termen, juist omdat het om een beweging gaat die pas met moderne meetreeksen uit elkaar te trekken is. Hun geodynamische interpretatie leunt op gecombineerde vervormingskaarten en stressvelden die de Iberische microplaat als een apart bewegend blok laten zien, in plaats van als een rigide uitsteeksel van Eurazië.
Wie de beweging van één “grote” plaat aanneemt, mist waar de vervorming daadwerkelijk terechtkomt. De studie koppelt die herverdeling expliciet aan het westelijk Middellandse Zeegebied en Noordwest-Afrika, waar actieve structuren dichter op elkaar zitten dan op een klassieke, smalle plaatgrens.
Goed om te weten Een diffuse plaatgrens is geen enkele breuklijn, maar een brede zone waarin vervorming over veel breuken en korstblokken wordt uitgesmeerd.
Satellieten en seismometers leggen het meetbaar vast
Satellietfoto van het Iberisch Schiereiland (Spanje en Portugal) met daaronder de Middellandse Zee, vanuit de ruimte fotografeerd. Beeld: Canal UGR – Universidad de Granada.
Cruciaal in het nieuwe beeld is de koppeling van GNSS-satellietgeodesie (continue positionering) aan seismische gegevens die de oriëntatie van spanningen afleiden uit aardbevingen. De studie gebruikt precies zulke geodetische strain-rate velden en seismische stressvelden om te laten zien waar de aardkorst rekt, schuift of juist wordt samengedrukt.
De motor achter het geheel blijft de onderlinge nadering van Afrika en Eurazië met 4 tot 6 millimeter per jaar. Dat tempo is voldoende om op de schaal van decennia tot eeuwen meetbare vervorming op te bouwen in zones waar de korst niet mee kan en spanningen dus blijven oplopen.
De Gibraltarboog werkt als scharnier
De studie beschrijft de overgang tussen de platen als een brede, rommelige overgangszone in plaats van een scherpe lijn op de kaart. Precies die vervormbare band geeft een massief blok als Iberië ruimte om te kantelen en te draaien, in plaats van overal hetzelfde te doen.
De Gibraltarboog krijgt daarin een mechanische sleutelrol, want aan de oostkant wordt een deel van de spanning geabsorbeerd in de kromme korststructuur zelf, terwijl de botsing aan de westkant van de Straat van Gibraltar directer is. Dat contrast tussen oost en west creëert een asymmetrie die een rotatie in de hand werkt, aldus de geodynamische verklaring.
Daar bovenop komt laterale ontsnapping van het Alboran-gebied, een westwaartse component die concurreert met de frontale druk. Het is de optelsom van die ongelijk verdeelde krachten die de onderzoekers aanwijzen als reden dat de Iberische microplaat zich anders gedraagt dan in oudere, simpelere botsingsmodellen.
Waar de seismische herziening het hardst kan landen
In het nieuwe raamwerk verschuift de aandacht van één dominante plaatrand naar meerdere actieve structuren die samen de vervorming opnemen. De studie wijst drie zones aan waar de interactie sterk is en waar heranalyse van actieve breuken logisch wordt, namelijk de Pyreneeën, de Golf van Cádiz en het Rifgebied in Marokko.
- In de Pyreneeën werkt de huidige beweging door als extra compressie op een toch al seismisch bekende gordel.
- De Golf van Cádiz ligt in de brede overgangszone waar veel vervorming kan weglekken over meerdere structuren, wat het beeld van één hoofdgrens verzwakt.
- In het Rifgebied wordt eveneens een groot deel van de regionale vervorming opgenomen, waardoor lokale breuken gevoeliger zijn voor veranderingen in spanningsrichting.
Seismische gevarenkaarten worden gevoed door aannames over waar spanning opbouwt en hoe snel die zich verplaatst. Als rotatie een deel van die spanning anders over breuksystemen verdeelt, worden prioriteiten voor monitoring, scenario’s en bouwkundige ontwerpnormen in het westelijk Middellandse Zeegebied concreet geraakt.
Van Pyreneeën tot Egeïsche Zee: microplaten bepalen het detail
De onderzoekers plaatsen Iberië in een bredere familie van roterende korstblokken in botsingszones, met de Egeïsche regio als bekend vergelijkingspunt. Zulke voorbeelden onderstrepen dat de snelheden van grote platen alleen te weinig houvast bieden voor regionale vervorming en aardbevingspotentieel.
Een tweede lijn in de literatuur waar deze studie op aansluit, gaat over het idee van een brede grens tussen Nubië (Afrika) en Iberië, waarin korstdeformatie zich gedraagt alsof ze deels viskeus wordt uitgesmeerd. Dat perspectief is uitgewerkt in onderzoek naar diffuse plaatgrenzen en wordt nu met modernere GNSS- en aardbevingsdatasets strakker ingekaderd.
De volgende stap is arbeidsintensief, met modellen die aardbevingsgegevens en GNSS combineren om de beginnende convergente grens in de westelijke Middellandse Zee scherper te traceren, zoals in analyses met earthquake- en GNSS-data, en die inzichten vervolgens vertalen naar geactualiseerde kaarten van actieve breuken rond onder meer de Golf van Cádiz en de Pyreneeën.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
