Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Hashima, voor de kust van Nagasaki, was ooit een dichtbevolkte mijnnederzetting met 5.259 inwoners. Sinds de sluiting in 1974 staan de flats er leeg, terwijl UNESCO worstelt met het behoud van het afbrokkelende erfgoed.
Vervallen flats op het eiland Hashima werden werelderfgoed. Foto: iStock – Spuyan
Beton dat ooit tyfoons moest weerstaan, kan ook langzaam worden opgegeten door zout, wind en regen. Mitsubishi bouwde op Hashima in 1916 het eerste grote gewapend-betonnen appartementencomplex van Japan, als onderdeel van een ondergrondse kolenmijn op zo’n 15 kilometer van Nagasaki. Sinds bezoekers er in 2009 weer mondjesmaat mogen komen, lopen ze alleen via afgezette, begeleide routes langs gebouwen waarvan muren afbrokkelen en wapeningsstaal roest. Sinds de werelderfgoedstatus van 2015 is de vraag wat hier precies bewaard moet worden, en welk verleden daarbij hoort, alleen maar prangender geworden.
Een stad op een rots
De bijnaam Gunkanjima past precies bij de vorm van het eiland. Van zee af lijkt Hashima op een grijs oorlogsschip, vandaar ook de Engelse naam Battleship Island. Mitsubishi had het eiland vanaf 1890 in bezit en bouwde er een complete mijnstad boven op de ondergrondse steenkoolwinning.
In 1959 had Hashima de hoogste bevolkingsdichtheid ter wereld. Gezinnen woonden opeengepakt in flats, met winkels, een school en voorzieningen op een stuk land dat aan alle kanten door zee wordt ingesloten. De mijn bepaalde er het hele ritme van de dag.
Toen de bewoners ineens vertrokken
Vervallen betonnen flatgebouwen tussen begroeiing op Hashima Island. Beeld: Nsxbln, CC BY-SA 4.0, via Wikimedia Commons.
De omslag kwam doordat de energiebehoefte verschoof van steenkool naar aardolie. Toen de mijn dichtging, vertrok de volledige bevolking in hetzelfde jaar. Wat achterbleef was een stad zonder bewoners, zonder onderhoudsploegen en zonder dagelijks gebruik.
Tot 22 april 2009 bleef Hashima officieel gesloten voor bezoekers. In die 35 jaar kregen wind, zeewater en zware stormen vrij spel, terwijl blootliggend staal langzaam verder wegroestte en delen van de buitenmuren instortten.
UNESCO: “De kolenmijn van Hashima verkeert in een staat van verval die grote uitdagingen voor het behoud met zich meebrengt.”
Een werelderfgoedplek met een beladen verleden
Hashima kreeg in juli 2015 een plek op de UNESCO-lijst als onderdeel van een reeks industriële erfgoedlocaties. Die lijst gaat over de snelle opbouw van staalindustrie, scheepsbouw en kolenmijnen tijdens de industrialisatie van Japan.
De erkenning bracht ook een donkerder deel van die geschiedenis opnieuw onder de aandacht. Op Hashima en andere locaties werden tijdens die periode gedwongen arbeiders ingezet, onder wie honderden mensen uit Korea en China.
- De werelderfgoedinschrijving omvat 23 locaties.
- Hashima was daarin de locatie waar steenkoolwinning centraal stond.
- De ruïnes herinneren zowel aan industriële groei als aan gedwongen arbeid.
Hollywood maakte het eiland wereldberoemd
De grauwe flats en de scherpe contouren van Hashima spraken ook filmmakers aan. Het eiland stond model voor de verlaten schuilplaats van schurk Raoul Silva in de James Bond-film Skyfall uit 2012, al werden de scènes niet op Hashima zelf opgenomen.
Het echte eiland is minder netjes dan een filmdecor. Bezoekers zien gebouwen waarvan vloeren, gevels en trappen op verschillende plekken zijn verdwenen of ernstig zijn verzwakt.
Behouden betekent kiezen
Enkele ingestorte buitenmuren zijn inmiddels hersteld. Het grootste deel van de bebouwing verkeert nog steeds in slechte staat, waardoor behoud steeds neerkomt op lastige keuzes: welke delen maak je veilig, en hoeveel verval laat je zichtbaar omdat het juist bij de geschiedenis hoort?
Oude industriegebouwen krijgen in Nederland vaak een nieuwe functie, maar op Hashima is bewoning of herontwikkeling geen optie: het eiland blijft een verlaten mijnnederzetting midden in zee.
UNESCO koppelde Hashima in juli 2015 aan een industrieel werelderfgoedgebied dat 23 afzonderlijke plekken omvat.
