Terwijl we ons druk maken over vliegen en vlees eten, stoten de legers van de wereld evenveel CO₂ uit als een heel continent. Maar dat staat nergens in de berekeningen.
Op de grote klimaattop COP30, vorig jaar november in Brazilië, ging het over landbouw, vliegtuigen, staal en cement. Over wat we moeten veranderen om de aarde leefbaar te houden. Maar één enorm probleem werd compleet genegeerd: oorlog.
En dat terwijl oorlogen gigantische hoeveelheden CO₂ uitstoten. Neem de oorlog in Oekraïne: die heeft inmiddels zoveel broeikasgassen uitgestoten als België, Nieuw-Zeeland, Oostenrijk en Portugal samen in een heel jaar. En de oorlog in Gaza? Die heeft in anderhalf jaar tijd al meer uitgestoten dan Costa Rica en Slovenië bij elkaar.
En er is geen systeem om al die uitstoot bij te houden.
Hoe groot is het probleem eigenlijk?
Militairen en alles wat daarbij hoort, wapenfabrieken, vliegtuigen, schepen, legerbases, zijn samen verantwoordelijk voor zo’n 5,5 procent van alle broeikasgassen op aarde. Dat klinkt misschien niet veel, maar als het leger een land was, zou het het vierde meest vervuilende land ter wereld zijn. En dat is nog in vredestijd.
Dit noemen onderzoekers de “militaire emissiekloof”: het gat tussen wat landen officieel rapporteren en wat hun legers écht uitstoten. En dat gat is enorm, mede omdat de regels al tientallen jaren de andere kant op kijken.
Hoe kan dit zolang onder de radar blijven?
In de jaren negentig, bij de onderhandelingen over het Kyoto-akkoord, hebben de Amerikanen met succes gelobbyd om militaire uitstoot buiten de regels te houden. Te gevoelig voor de nationale veiligheid, was het argument. Het Klimaatakkoord van Parijs in 2015 maakte het rapporteren in theorie mogelijk, maar niet verplicht. Vrijwillig dus. En zoals dat gaat met vrijwillige regels: bijna niemand doet het.
De drie grootste militaire besteedsters ter wereld, de VS, China en Rusland, leveren geen of nauwelijks bruikbare cijfers aan. Dat is een bewuste blinde vlek, ingebakken in het systeem.
En dan hebben we het nog niet eens over de wederopbouw
Van de 33 miljoen ton CO₂ die de Gaza-oorlog heeft gegenereerd, komt maar 1,3 miljoen ton van direct gevecht: bommen, raketten, tanks. De overige 31 miljoen ton? Die komt van de wederopbouw. Bijna 450.000 appartementen, duizenden kilometers weg, ziekenhuizen, scholen, alles moet opnieuw worden gebouwd. En dat kost enorm veel energie en materiaal.
Beton, staal, cement: allemaal zwaar vervuilend. Herbouwen wat oorlog vernietigt is, wat betreft het klimaat, de duurste rekening van allemaal.
In Oekraïne heeft Rusland elektriciteitsinstallaties vernield waarbij een gas vrijkwam dat 24.000 keer schadelijker is dan CO₂. Dat staat nergens in een klimaatrapport.
Wat moet er dan gebeuren?
Vorig jaar oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat landen verplicht zijn om klimaatschade bij te houden en te beperken — ook als die schade voortkomt uit oorlogen. Dat is een grote stap. Maar de politieke wil om daar iets mee te doen, ontbreekt nog grotendeels.
Onderzoekers en maatschappelijke organisaties laten al jaren zien dat het wél kan: met open data en slimme methoden kun je oorlogsuitstoot in kaart brengen. De wetenschap is er. Wat ontbreekt, is de politieke moed om het systeem te veranderen.
En de urgentie is groot. De wereld geeft nu 2,7 biljoen dollar per jaar uit aan het leger, méér dan er in datzelfde jaar aan groene energie is geïnvesteerd. Tegelijkertijd snijden rijke landen in hun klimaathulp aan arme landen om meer aan defensie te kunnen besteden.
Elke graad opwarming die we proberen te voorkomen, wordt ondergraven door oorlogen. Zolang we die uitstoot niet meetellen, klopt onze klimaatrekening gewoon niet.
Blijf op de hoogte met de nieuwsbrief. Meld je hier aan.
( Je kunt ons ook steunen door lid te worden of te doneren )
