Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Onderzoekers van Oregon State University zien aanwijzingen dat een zware beving in de Cascadia-subductiezone de noordelijke San Andreas-breuk kan aanzetten. Dat zou grote steden als San Francisco, Portland, Seattle en Vancouver in korte tijd tegelijk voor een rampenrespons kunnen zetten.

Een onderzoeksschip dat door een navigatiefout zo’n 90 kilometer uit koers raakte, belandde in 1999 op een onverwachte plek voor de kust van Noord-Californië. Daar, bij Cape Mendocino, stuitten wetenschappers op lagen zeebodemsediment die het verhaal van oude aardbevingen lijken te bewaren. Vooral een afwijkend patroon in een boorkern uit de Noyo Canyon bij Fort Bragg zette de onderzoekers op scherp. Het gaat om de vraag hoeveel risico er schuilt in de nauwe ontmoeting van twee van de machtigste breuksystemen aan de westkust.
De zeebodem zette het verhaal op zijn kop
Bij een gewone onderzeese aardverschuiving zakt eerst het zware, grove zand naar de bodem, gevolgd door fijner slib. In de kern uit Noyo Canyon lag dat juist andersom: grof zand boven fijn slib. Zo’n omgekeerde volgorde wijst erop dat de bodem hier twee keer kort na elkaar in beweging kwam.
De onderste, fijne laag past bij een zware beving in de Cascadia-subductiezone. De grovere laag erboven ontstond waarschijnlijk toen de noordelijke San Andreas-breuk daarna verschoof. De afstand tussen beide systemen is bij Cape Mendocino klein genoeg om zo’n kettingreactie voorstelbaar te maken.
Twee breuken met een flink bereik
Onderzoeksschip OCEANUS met booruitrusting, gebruikt voor sedimentbemonstering voor wetenschappelijk onderzoek voor de kust. Beeld: Wikipedia.
De Cascadia-subductiezone loopt over ongeveer 1.000 kilometer, van Vancouver Island tot Noord-Californië. Daar duiken de Juan de Fuca- en Gorda-platen onder de Noord-Amerikaanse plaat, waardoor spanning zich eeuwenlang kan opbouwen.
De laatste grote Cascadia-beving vond rond 1700 plaats, zo’n 325 jaar geleden. De San Andreas-breuk is met ongeveer 1.200 kilometer nog langer en schuift langs dezelfde Noord-Amerikaanse plaat, ditmaal naast de Pacifische plaat.
Die tweede breuk heeft al vaker laten zien wat er op het spel staat. De beving bij San Francisco in 1906 is de bekendste, terwijl Loma Prieta in 1989 de laatste zware aardbeving op de San Andreas-breuk was.
Minstens drie keer ging het snel achter elkaar
In de sedimentarchieven rond de Mendocino Triple Junction, het punt waar de breuksystemen elkaar raken, vonden de onderzoekers minstens drie gekoppelde aardbevingen. Daarbij volgde een San Andreas-beving binnen uren tot enkele dagen op een grote schok in de subductiezone.
Mogelijk gebeurde dat nog zeven keer, al zat daar telkens langer tussen: decennia tot jaren. Het onderzoek beschrijft patronen uit het verleden en geeft geen datum waarop een nieuwe dubbele beving zou kunnen plaatsvinden.
Wereldwijd is maar één vergelijkbaar geval rechtstreeks waargenomen. Bij Sumatra volgden grote aardbevingen in 2004 en 2005 elkaar binnen drie maanden op.
“Een aardbeving op een van beide breuken zou al de hulpbronnen van het hele land opslokken. Als ze allebei tegelijk afgaan, kunnen San Francisco, Portland, Seattle en Vancouver in korte tijd tegelijk in een noodsituatie belanden.”
Chris Goldfinger, marien geoloog en emeritus hoogleraar aan Oregon State University
Een scenario met gevolgen tot in Vancouver
De mogelijke combinatie raakt een dichtbevolkt gebied langs de westkust van de Verenigde Staten en zuidwestelijk Canada. Vooral die vier grote steden zouden dan tegelijk hulp, transportcapaciteit en noodvoorzieningen nodig kunnen hebben.
De onderzochte breuken liggen aan de Amerikaanse westkust en in zuidwestelijk Canada. Schriftelijke geschiedenis beslaat maar een klein deel van de tijd waarin breuken spanning opbouwen, en daarom hechten geologen veel waarde aan lange reeksen uit de ondergrond.
De meer dan 130 onderzochte boorkernen leggen samen ongeveer 3.000 tot 3.100 jaar aan aardbevingsgeschiedenis vast. Die lange blik maakte zichtbaar dat Noyo Canyon signalen van Cascadia kan bewaren, terwijl meetplekken langs Cascadia ook bewegingen op de San Andreas lijken te registreren.
Over het onderzoek
Marien geoloog Chris Goldfinger leidde het onderzoek met collega’s van Oregon State University. De studie verscheen in 2025 in het vakblad Geosphere en bouwt voort op materiaal dat tijdens de expeditie van 1999 werd verzameld.
De onderzoekers vergeleken sedimentlagen uit het gebied rond Cape Mendocino en Fort Bragg om te reconstrueren welke aardbevingen elkaar mogelijk beïnvloedden. De publicatie is terug te vinden, met de analyse van de mogelijke koppeling tussen de noordelijke San Andreas-breuk en Cascadia.

