Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Rond 1200 voor Christus kregen samenlevingen rond de Middellandse Zee te maken met langdurige droogte en voedseltekorten. Onderzoekers van de Universiteit van Stockholm zien daarin een mogelijke aanjager van een historische instorting van culturen die vaak aan oorlog en opstanden werd toegeschreven.

droogte in de woestijn

Periodes van grote droogte veegde al hele beschavingen weg. Foto: iStock – Givaga

De ondergang van de beschavingen rond de Middellandse Zee, zo’n 3200 jaar geleden, wordt vaak verbonden aan invasies, opstanden en de opmars van de Zeevolken. Een nieuwe analyse van 8000 jaar klimaatgeschiedenis brengt ook de omstandigheden waaronder die onrust ontstond scherper in beeld. Met het klimaatmodel EC-Earth reconstrueren de onderzoekers hoe meerdere natuurlijke cycli tegelijk konden ingrijpen op een regio die voor graan en handel sterk leunde op voorspelbare regen. Als oogsten en transporten onder druk kwamen, kon een klimaatverstoring uitgroeien tot een maatschappelijke crisis.

Paleizen, havens en schrift verdwenen in enkele generaties

De klap trof een groot gebied tegelijk. Myceense paleizen, Hettitische steden en havens in de Levant verloren rond deze periode hun functie of werden verlaten, terwijl Egypte zwaar onder druk kwam te staan.

In Griekenland volgden daarna bijna 4 eeuwen zonder schrift en grote steden. Oorlogen en opstanden kwamen vaker voor, maar zelden vielen zoveel politieke en handelsnetwerken vrijwel tegelijk uiteen.

Drie droogtegolven vielen op het verkeerde moment samen

Promovendus Katherine Power en hoogleraar paleoklimatologische modellering Qiong Zhang, beiden bij de afdeling Physical Geography van de Universiteit van Stockholm, vonden in hun reconstructie drie droge fases die elk meerdere eeuwen duurden. Hun analyse laat zien dat de regenval tussen 3.400 en 3.200 jaar geleden in sommige reeksen met 15 tot 30 procent terugviel vergeleken met de eeuwen ervoor.

Voor landbouwsamenlevingen was dat al snel funest. Gewassen en kuddes waren afhankelijk van een smalle marge tussen regenwater en verdamping door hitte. Zakt de hoeveelheid vocht daaronder, dan lopen oogsten niet geleidelijk terug: velden en begroeiing kunnen ineens instorten.

  • De Balkan begon ongeveer 3.400 jaar geleden merkbaar te verdrogen.
  • Rond 1100 voor Christus nam de regen opnieuw sterk af.
  • Omstreeks 1050 voor Christus zette in delen van het gebied ook afkoeling in.

Een optelsom van aarde, oceaan en zout water

De droogtes kwamen niet door één grote vulkaanuitbarsting of één oorlog. Power en Zhang zagen dat kleine veranderingen in de aardbaan over duizenden jaren samenvielen met kortere schommelingen in de Atlantische Oceaan en de zoutigheid van de Middellandse Zee.

Los van elkaar hadden die processen een beperkt effect. Wanneer hun droge fases tegelijk vielen, ontstonden lange perioden met te weinig regen. Vooral de Balkan en het oostelijke deel van de Middellandse Zee kregen het zwaar te verduren.

Goed om te weten
Het onderzoek moet nog worden getoetst aan natuurlijke klimaatsporen, zoals sedimentlagen en stalagmieten. Die bewaren informatie over regenval en temperatuur uit een ver verleden.

Voedseltekort kan een rijk sneller breken dan een leger

Een koninkrijk kon één misoogst soms nog opvangen, maar meerdere slechte jaren achter elkaar waren iets anders. Graan kon destijds niet gemakkelijk over grote afstanden worden aangevoerd, waardoor voedseltekorten snel omsloegen in honger, onrust en verlies van gezag.

De klimaatdruk kan ook hebben bijgedragen aan migratie. Groepen die later bekendwerden als de Zeevolken trokken in dezelfde periode langs kusten en naar rijkere gebieden, mogelijk op zoek naar voedsel, landbouwgrond en werkende havens.

Troje werd rond 1180 voor Christus opnieuw verwoest, nadat de stad al vaker was opgebouwd en vernietigd. De archeologie kan niet bewijzen dat droogte die aanval veroorzaakte, maar de timing valt samen met een periode waarin voedsel, handel en veiligheid in de regio tegelijk onder druk stonden.

Ook moderne modellen hebben oude gegevens nodig

De studie in Science Advances laat zien hoe klimaatmodellen historische vragen kunnen helpen uitpluizen. Het blijft een modeluitkomst: onderzoekers willen de drie droge fases naast gegevens uit grotten, bodems en zeebodems leggen.

Klimaatmodellen worden sterker wanneer ze naast recente metingen ook patronen uit duizenden jaren geleden goed weten na te bootsen. Historici, archeologen en klimaatonderzoekers kunnen vervolgens beter onderscheiden waar droogte direct schade aanrichtte en waar politieke keuzes een crisis verder vergrootten.

De onderzoekers willen de gesimuleerde regenval nu vergelijken met stalagmieten en sedimenten uit het Middellandse Zeegebied, om te zien hoe de droge periodes in die natuurarchieven terugkomen.