Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

De bergingsproef in de Lübecker Bucht werd in het najaar van 2025 afgerond. De onderwaterrobots lieten zien dat de techniek in principe werkt, maar de stap naar grootschalige ruiming moet nog worden gezet.

granaten

Een voorbeeld van granaten zoals ze boven water komen. Foto: iStock – Dietmar Rauscher

Op de bodem van de Oostzee liggen bommen tussen het zeeleven. Na de Tweede Wereldoorlog werd zoveel munitie gedumpt dat in de Duitse delen van de Noord- en Oostzee naar schatting nog 1,6 miljoen ton ligt. In de Lübecker Bucht haalden bergers tijdens een proef in 2024 en 2025 met onderwaterrobots een deel daarvan boven. Duitsland heeft inmiddels 300 miljoen euro toegezegd om de berging op te schalen, terwijl in watermonsters uit de Kieler en Lübecker Bucht giftige munitiechemicaliën zijn aangetroffen.

Onder de modder ligt een oude wapenvoorraad

De munitie ligt niet netjes op 1 plek. Een inventarisatie van de Duitse overheid en kuststaten uit 2011 laat zien hoe de voorraad over beide zeeën is verdeeld:

  • In de Noordzee ligt naar schatting 1,3 miljoen ton.
  • In de Oostzee ligt naar schatting 300.000 ton.

Oude explosieven kunnen nog ontploffen. Ze vormen daarmee een risico voor de scheepvaart en de visserij. En zolang de munitie blijft liggen, kunnen er giftige stoffen uit lekken. Daarom begon de Duitse overheid in 2023 een ruimingsprogramma van 100 miljoen euro. Dat geld moest helpen om het bergingswerk systematisch op gang te brengen.

De robots moesten vooral laten zien wat ze konden

Voor de proef koos Duitsland de Lübecker Bucht na een afweging van de risico’s en de kansen om er munitie weg te halen. Het werk begon op 13 september 2024 bij Haffkrug en Pelzerhaken. Later kwamen bergers ook in actie bij Boltenhagen, in de Mecklenburger Bucht.

De eerste fase had als doel 50 tot 88 ton munitie te bergen. Hoeveel munitie daadwerkelijk is bovengehaald, staat niet vast. Bergingsbedrijven SeaTerra, Eggers Kampfmittelbergung en Hansataucher voerden het werk uit, onder coördinatie van Seascape.

SeaTerra zette onder meer het schip Norppa 300 en een onderwaterrobot met de naam Käpt’n Blaubär in. Met elektromagneten en grijparmen konden ze munitie uit de modder oppakken. De proef liet ook zien waar het lastig wordt: voor groter bergingswerk zijn gevoeligere grijpers en betere verlichting onder water nodig.

Er wordt daarnaast aan een robot in de vorm van een mantarog gewerkt. Die heeft een spanwijdte van ongeveer 2,4 meter en kan metaal tot 50 centimeter diep in de modder opsporen. Het apparaat is getest bij Kolberger Heide, in de Kieler Bucht.

Gif in het water betekent nog geen gevaar op je bord

In vrijwel alle onderzochte monsters van zeewater uit de Kieler en Lübecker Bucht zaten resten van munitiechemicaliën. De gemeten concentraties bleven wel onder de gezondheidsdrempels. De metingen tonen vervuiling aan en laten geen direct gezondheidsrisico zien.

GEOMAR-onderzoeker Aaron Beck leidt expedities naar de milieueffecten. Bij de huidige concentraties zou iemand volgens hem langer dan een jaar lang elke dag 7 kilo vis moeten eten om een zorgwekkende hoeveelheid explosieve stoffen binnen te krijgen.

Goed om te weten Bij een onderzochte dumpplek tussen Haffkrug en Pelzerhaken vonden onderzoekers acht soorten dieren die op oppervlakken onder water leven. Gemiddeld telden ze 43.184 dieren per vierkante meter, vooral op de metalen delen van de munitie.

Ook voor Nederland telt wat er op de Noordzee gebeurt

De aanpak raakt aan een zee die Nederland met Duitsland deelt. Voor beide landen kunnen lekkende munitiechemicaliën gevolgen hebben voor het zeeleven en de visserij. De Duitse proef biedt daarmee praktische lessen over het opsporen en bergen van oude explosieven op zee.

Voor het vervolg trekt de Duitse overheid zes jaar lang jaarlijks 50 miljoen euro uit. Een deel van dat geld is bedoeld voor een drijvend platform waarop geborgen munitie op grote schaal kan worden ontmanteld. Ook komt er in Rostock een kenniscentrum voor munitieruiming.

De berging vond tot nu toe op enkele proeflocaties plaats. De munitie moet daarna ook veilig verwerkt kunnen worden. Het drijvende ontmantelingsplatform moet in 2028 in gebruik gaan.

Over het onderzoek

Het GEOMAR Helmholtz-Zentrum für Ozeanforschung Kiel begeleidde de proef wetenschappelijk. Voor het onderzoek naar munitiechemicaliën gebruikten Beck en zijn collega’s watermonsters die in 2017 en 2018 waren genomen. Hun resultaten verschenen in 2025 in het vakblad Chemosphere.

Een ander onderzoeksteam bekeek in oktober 2024 met een onderwaterrobot een vermoedelijke dumpplek. Daarbij identificeerden de onderzoekers onder meer koppen van Fi103/V1-vliegende bommen.