Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

Waar nu een smalle getijdengeul door het Zwin loopt, vormde zich vanaf de 12e eeuw een netwerk van havens dat Brugge met de Noordzee verbond. De geleidelijke verzanding maakte Damme, Sluis en Monnikerede onbereikbaar, maar wat daarvan onder het landschap schuilgaat, blijft fascineren.

haven zeebrugge

De haven van Brugge ziet er nu heel anders uit dan in de middeleeuwen. Foto: iStock – Credit: Ana del Castillo

Wie vandaag langs de smalle geul van het Zwin wandelt, ziet vooral slik, schorren en vogels, niet de schepen die hier ooit af en aan voeren. Onder dit landschap lag een heel netwerk van aanlegplaatsen dat de verbinding vormde tussen Brugge en de Noordzee, van Damme en Sluis tot Hoeke en Monnikerede. Na de stormvloed van 1134 werd de zeearm groter en groeide Brugge uit tot handelscentrum, maar vanaf de 12e eeuw zette ook de verzanding in; rond 1400 waren zelfs loodsen nodig om grote schepen langs de zandbanken te sturen. Wat er van die middeleeuwse vaarweg en havens overbleef, laat zien hoe kwetsbaar handel, landschap en kust zijn wanneer water zijn eigen koers kiest.

De zeearm was ooit 6 kilometer breed

Wie vanaf zee op Brugge afvoer, richtte zich op de torens van Westkapelle en Knokke. Die dienden als bakens boven een monding die ooit 6 kilometer breed was. Dat is lastig voor te stellen als je nu bij Cadzand of Retranchement staat, waar het Zwin aan de Nederlandse grens veel bescheidener oogt.

In de 13e en 14e eeuw vormde deze vaarweg een handelsader tussen Brugge en de Noordzee. Damme, Sluis, Hoeke, Monnikerede en Sint-Anna-ter-Muiden hoorden tot de grootste havengebieden van Europa. Schepen en goederen konden zo verder landinwaarts komen dan vanaf de open kust mogelijk was.

Zandbanken wonnen terrein

De problemen begonnen met een proces dat eeuwen duurde. Bedijkingen vanaf de 12e eeuw veranderden de waterstromen, terwijl slib zich steeds verder ophoopte in de zeearm. De ooit zo ruime doorgang werd daardoor langzaam een vaarroute vol ondieptes.

De verzanding raakte de havens hard. Historici wijzen erop dat het verval aan het einde van de middeleeuwen ook te maken had met veranderingen in de handel buiten het Zwin.

Goed om te weten
De steden Brugge, Damme en Sluis lagen langs een vaarweg die de zee na het begin van onze jaartelling vormde.

Water bepaalt de kaart nog steeds

Bij laagwater kun je de huidige geul op sommige plekken gewoon doorwaden. Het Zwin ligt pal op de grens, tussen Zeeuws-Vlaanderen en Knokke-Heist.

Tussen 2016 en 2019 werd het natuurgebied aan beide kanten van de grens met 120 hectare uitgebreid. Vlaanderen en Nederland werkten daarbij samen om het getijdengebied te behouden. De plek waar water vroeger de handel mogelijk maakte, krijgt nu ruimte voor slikken, schorren en de natuur die met eb en vloed meebeweegt.

Verdwenen straten komen terug in beeld

In het Zwin Natuur Park gingen op 3 juli een tijdelijke tentoonstelling en een fietsroute van start, waarbij bezoekers met virtual-realitybrillen langs verdwenen plekken kunnen reizen.

Daar duiken onder meer Monnikerede en het Kasteel van Sluis weer op als digitale modellen. Die digitale reconstructies kostten onderzoekers en illustratoren 6 maanden intensief werk.

“Het maken van de 3D-visualisaties van Monnikerede en het Kasteel van Sluis vergde van meerdere onderzoekers en illustratoren 6 maanden intensieve samenwerking.”
Universiteit Gent, onderzoeksteam

Die digitale reis maakt ook duidelijk dat het niet om één verdwenen haven gaat. Het is een heel havensysteem, verspreid over dorpen, steden en oevers die door het water steeds opnieuw van vorm veranderden.

Over het onderzoek

Een interdisciplinair team rond de Universiteit Gent bouwde de reconstructies op uit archeologisch onderzoek. Archeologen, historici, kunsthistorici en geologen brachten daarvoor samen wat er bekend is over de verdwenen Zwinhavens, van de ligging van gebouwen tot het landschap eromheen.