Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google
Op de Veluwe trekken wilde zwijnen in het najaar soms richting bewoond gebied als er in het bos nog weinig eikels en beukennootjes liggen. Ook een gazon kan dan een voedselplek worden, met flinke schade als gevolg.
Wilde zwijnen kunnen je hele gazon omploegen. Foto: iStock – RnDmS
Je stapt de tuin in en ziet dat het gras in plakken omhoog ligt. Wat de zwijnen zoeken, zit uit het zicht: tussen de graswortels leven engerlingen en emelten, larven waarvoor ze de bodem openwoelen. Boswachter Ger Verwoerd wijst erop dat eikels veel looizuur bevatten, waardoor zwijnen ook op bemeste grasvelden naar ander voedsel zoeken. Met hun wroetschijf kunnen ze bij het zoeken naar bodemdieren tot vijftig centimeter diep graven: voor een tuineigenaar blijft het niet bij een paar losse grasplaggen.
Een volle buik voor de winter
Voor een wild zwijn is de herfst de tijd om een vetreserve op te bouwen. Eikels en beukennootjes zijn dan belangrijk voedsel. Natuurkenners noemen die zaden samen mast. Zwijnen eten er grote hoeveelheden van, maar zoeken ook onder de grond naar andere hapjes. Daarbij kunnen ze een stuk gazon in korte tijd flink overhoophalen.
Toch bestaat het dieet van een zwijn voor 90 procent uit planten. Regenwormen en insectenlarven vullen dat menu aan. Een grasveld waar veel bodemdieren zitten, is dus óók interessant als er in het bos eikels liggen. Voor het zwijn is graven gewoon een manier om aan eten te komen.
Goed om te weten Engerlingen en emelten lokken ook vogels, egels en dassen naar een gazon. Omgewoelde grond is dus niet automatisch het werk van een wild zwijn.
Een tuinhek houdt een zwijn niet altijd tegen
Boswachter Marcus Rietveld van de gemeente Hattem ziet op de Veluwe wat er gebeurt als de eikels en beukennootjes nog niet zijn gevallen. Zwijnen zoeken dan ook dichter bij huizen naar voedsel. Een tuin aan de rand van hun leefgebied kan zo op hun route komen te liggen, zelfs als het bos vlakbij is.
In Laag-Soeren, bij Nationaal Park Veluwezoom, kropen zwijnen onder een wildraster door. Ze woelden zeker een derde van een tuin om. Dat laat zien hoe weinig een afsluiting soms helpt wanneer dieren ergens voedsel vermoeden. Ook landbouwgrond kan voor ze een zoekplek zijn.
Hoe de schade eruitziet, hangt mede af van wat de dieren zoeken. Voor zaden hoeven zwijnen doorgaans minder diep te woelen dan voor voedsel onder de grond. Maar ook ondiep gewroet kan een gazon zichtbaar veranderen: de grasmat ligt dan niet meer netjes op zijn plek.
De Veluwe kende een veel grotere populatie dan het streefaantal
De Faunabeheereenheid Gelderland schatte dat er in 2021 ongeveer 10.000 wilde zwijnen op de Veluwe leefden. Het streefaantal voor het voorjaar van 2022 was 1.350. Dat zijn cijfers uit verschillende momenten, geen telling van hoeveel zwijnen er nu rondlopen. Ze laten wel zien hoe groot het verschil destijds was tussen de geschatte populatie en het doel van het wildbeheer.
Het Nederlandse beleid wijst drie gebieden aan waar wilde zwijnen mogen voorkomen:
- de Veluwe;
- Nationaal Park De Meinweg;
- natuurgebied Meerlebroek in Noord-Limburg.
Daarbuiten geldt een nulstandbeleid: het beleid is erop gericht dat er geen wilde zwijnen leven. Voor tuineigenaren rond de Veluwe blijft daarmee vooral de praktische vraag hoe ze de dieren buiten houden.
Ook over de grens liggen tuinen overhoop
Rond de Belgische Vallei van de Zwarte Beek, bij Beringen, kwamen dit najaar eveneens meldingen van omgewoelde tuinen binnen. In dat gebied waren tot begin oktober 2026 al 346 zwijnen geschoten, tegenover 335 in heel 2025. Die aantallen zeggen iets over de situatie dáár; ze zijn geen aanwijzing voor een vergelijkbare piek op de Veluwe.
Rond Nederlandse tuinen op de Veluwe worden soms stroomhekken geplaatst. Het wildraster in Laag-Soeren laat tegelijk zien dat een afsluiting geen garantie biedt. Wie een hek gebruikt, moet er dus rekening mee houden dat een zwijn ook onder een opening door kan komen.
Over het onderzoek
Op de Veluwe wijst boswachter Ger Verwoerd op het looizuur in eikels. Natuurmonumenten en de Dierenbescherming beschrijven het voedsel en het wroetgedrag van wilde zwijnen. Wetenschappelijke studies naar dat gedrag in bosgebieden laten zien dat zwijnen in herfst en winter meer grond omwoelen, mede wanneer eikels schaarser worden. Een studie onderzoekt de invloed van dat gewroet op bosgrond.
