Volg Duurzaamnieuws op Google News | Discover | of als voorkeursbron op Google

De gemonitorde populaties wilde dieren zijn sinds 1970 gemiddeld met 73 procent gekrompen. Dat staat in het nieuwe Living Planet Report van het Wereld Natuur Fonds. Toch kiest het rapport dit keer nadrukkelijk voor hoop: de helft van de gevolgde populaties is stabiel of groeit. Wetenschappers waarschuwen wel dat het cijfer van 73 procent vaak verkeerd wordt begrepen.

ontbossing op Borneo

Ontbossing is een van de bedreigingen voor dieren. Foto: iStock – Stephen Browne

Het Wereld Natuur Fonds (WWF) publiceerde op 8 oktober 2026 de zestiende editie van zijn tweejaarlijkse Living Planet Report. De ondertitel is opvallend: The Science of Hope, de wetenschap van hoop. Het rapport sluit zelfs af met een optimistische conclusie. “Schijnbaar tegen alle verwachtingen in hebben we een rationele basis voor hoop.”

Die hoop staat naast een somber kerncijfer. De omvang van gemonitorde populaties gewervelde dieren nam tussen 1970 en 2022 gemiddeld met 73 procent af. Het gaat om zoogdieren, vogels, amfibieën, reptielen en vissen.

De grootste dataset ooit

De cijfers komen uit de Living Planet Index. Die wordt samengesteld door de Zoological Society of London (ZSL). De index bevat dit jaar 35.803 populatietrends van 5.790 soorten. Dat is meer dan ooit. Sinds het vorige rapport zijn er 967 populaties en 295 soorten bijgekomen. Vooral uit Afrika zijn veel nieuwe data toegevoegd.

Zoetwaterdieren hebben het zwaarst te lijden. Hun populaties namen gemiddeld met 85 procent af. Op het land was dat 69 procent, in zee 59 procent.

Ook per regio lopen de cijfers sterk uiteen. In Latijns-Amerika en het Caribisch gebied gaat het om 95 procent. Afrika volgt met 80 procent, Azië en de Stille Oceaan met 49 procent. Noord-Amerika komt uit op 28 procent, Europa en Centraal-Azië op 23 procent.

Die lagere cijfers voor Europa en Noord-Amerika zijn geen reden tot tevredenheid. In beide regio’s was de natuur in 1970 al zwaar aangetast. Het startpunt van de index lag daar dus al laag.

Landbouw is de grootste boosdoener

Verlies en aantasting van leefgebied zijn de meest genoemde bedreigingen. Daarna volgen overexploitatie, klimaatverandering, vervuiling, invasieve soorten en ziektes. Het rapport wijst de uitbreiding van de landbouw aan als belangrijkste oorzaak van dat verlies aan leefgebied.

Volgens het WWF zijn dit symptomen van een dieper probleem. Het voedselsysteem, het energiesysteem en het financiële systeem drijven samen het natuurverlies aan.

Tijgers, tonijn en schildpadden komen terug

Het nieuwe rapport legt veel nadruk op herstelverhalen. Het aantal wilde tijgers groeide in de afgelopen vijftien jaar met meer dan 70 procent. Veel populaties Afrikaanse olifanten zijn stabiel of groeien. De groene zeeschildpad en de blauwvintonijn staan niet langer als bedreigd te boek. Ook zeeotters gaan vooruit.

WWF-hoofdwetenschapper Rebecca Shaw benadrukt dat dit geen toeval is. De helft van de gevolgde populaties is stabiel of neemt toe. Herstel is volgens haar daarom meer dan een wens. “Het is een gedocumenteerde, herhaalbare uitkomst van volgehouden actie.”

Het rapport waarschuwt wel dat natuurbescherming alleen niet genoeg is. Zolang de oorzaken van natuurverlies blijven bestaan, zijn deze successen kwetsbaar.

Positieve kantelpunten

Een belangrijk nieuw onderdeel gaat over positieve kantelpunten. Onderzoekers van de Universiteit van Exeter schreven de hoofdstukken hierover. Een positief kantelpunt ontstaat als een systeem een drempel passeert naar een gezondere toestand. Daarna versterkt de verandering zichzelf. Ze gaat sneller, wordt goedkoper en is moeilijk terug te draaien.

Volgens het rapport heeft de energiesector dat punt al bereikt. Zonne-energie is in de meeste landen de goedkoopste bron van nieuwe stroom. Die groei was geen toeval, maar het gevolg van bewust beleid en investeringen. De transitie gaat wel nog te traag.

De voedsel- en landbouwsector vertoont de eerste tekenen van zo’n kantelpunt. Denk aan natuurvriendelijke productie, gezondere voeding en minder voedselverspilling. De financiële sector staat nog aan het begin. Het jaarlijkse tekort aan financiering voor biodiversiteit bedraagt volgens het rapport 942 miljard dollar.

De reacties

WWF zelf presenteert het rapport als een oproep aan regeringen. In de komende twee maanden vinden VN-conferenties over biodiversiteit en klimaat plaats. Volgens het WWF is dat hét moment om van ambitie naar uitvoering te gaan.

WWF-VK legt de nadruk op de economische schade. Directeur Tanya Steele wijst op de extreme hitte van deze zomer in Europa, met bosbranden en mislukte oogsten. “Natuurverlies is niet alleen een crisis voor wilde dieren.” Volgens haar presenteert het verlies nu al de rekening, via voedselzekerheid, watervoorziening en de economie.

ZSL, de maker van de index, sluit zich daarbij aan. Onderzoeksleider Louise McRae noemt snelle actie noodzakelijk. Tegelijk ziet ze achter elk mondiaal cijfer bewijs van populaties en leefgebieden die herstellen.

Our World in Data plaatst een kritische kanttekening. Onderzoeker Hannah Ritchie noemt het rapport ondanks de hoopvolle titel deprimerend leesvoer. Maar ze waarschuwt ook dat de cijfers vaak verkeerd worden weergegeven. Het getal van 73 procent zegt niets over het aantal uitgestorven soorten. Het betekent ook niet dat 73 procent van alle dieren verdwenen is. Het is een gemiddelde verandering. In werkelijkheid neemt precies de helft van de populaties af, groeit 43 procent en is 7 procent stabiel. Een klein aantal sterk dalende populaties trekt het gemiddelde dus flink omlaag.

Ritchie wijst er ook op dat het cijfer niet te vergelijken is met eerdere edities. In 2022 was het 69 procent, in 2024 en 2026 73 procent. Dat lijkt op stilstand of een recente versnelling. Maar de hele trendlijn verschuift telkens doordat er nieuwe data bijkomen.

Uit India komt een positief geluid. Het land telt meer tijgers, neushoorns en Aziatische leeuwen. Ravi Singh, directeur van WWF-India, noemt het rapport zowel een harde herinnering aan de crisis als een boodschap van hoop.

Uit Canada komt juist zorgelijk nieuws. Daar dalen de gemonitorde populaties gemiddeld met 10 procent. Dat is de sterkste daling sinds WWF-Canada twintig jaar geleden begon met rapporteren.

En in Nederland?

Het WNF bracht in juni al een eigen Living Planet Report Nederland uit, over zoetwaternatuur. Volgens berekeningen van het CBS groeiden de populaties van 176 zoetwatersoorten tussen 1990 en 2024 gemiddeld met bijna 60 procent. Schoner water, natuurvriendelijke oevers en vispassages hielpen daarbij. Er zijn meer bevers en otters.

Maar ook hier stokt het herstel. Bij veel soorten is de groei gestopt of omgeslagen in een daling. Diersoorten van vennen en hoogvenen zitten inmiddels 30 procent onder het niveau van 1999. Exoten zoals de Amerikaanse rivierkreeft, droogte, hitte en stikstof spelen daarbij een grote rol.

Het mondiale en het Nederlandse rapport vertellen zo hetzelfde verhaal. Herstel is mogelijk als je de oorzaken aanpakt. Maar het gaat niet vanzelf, en het blijft kwetsbaar.

Bronnen